Serieverteller

'Depressiviteit zit in mijn genen.' Hoe televisiemaken voor Redmond O'Hanlon een noodzaak werd.

'Na een lichamelijk onderzoek en een scan van mijn longen zei de dokter: 'Meneer O'Hanlon, u heeft nog twee uur te leven.' Mijn longen zaten vol bloedproppen. Dit was geen normale longembolie, dit was de ergste die de arts ooit had gezien.' Redmond O'Hanlon (66) geeft een klap op tafel en lacht hardop, alsof hij net het moment heeft beschreven waarop hij voor het eerst een paradijsvogel in het wild zag. 'Uniek!'


We zitten in O'Hanlons stamkroeg, tegenover dierentuin Artis in Amsterdam. Hij heeft een omelet besteld, om te delen met zijn assistent. Marijn Wijnands regelt zo'n beetje alles voor O'Hanlon; ze is zijn chauffeur, tolk en probeert in zijn kielzog alles terug te vinden wat hij heeft verloren. Drie weken geleden trof ze hem met blauwe lippen aan in zijn Amsterdamse appartement, om de hoek van het café. Marijn: 'Zijn handen waren spierwit en hij kon niet meer staan. Hij had duidelijk een dokter nodig.'


O'Hanlon: 'Waag het niet een ambulance te bellen, zei ik nog. Ik schaamde me dood. Ik had de avond ervoor gewoon niet zo veel van die goedkope witte wijn moeten drinken. Ik drink te veel en ik word oud, dacht ik. Beide observaties zijn waar overigens. Ineens stond er een ambulancebroeder in mijn kamer. 'Je lippen zijn blauw', zei hij. Vervolgens: 'Maar ik ken jou, ik heb al je boeken gelezen. Ik vind het boek over die gorilla in Congo echt te gek.' Ik kon op dat moment niet meer praten.'


Redmond O'Hanlon, flamboyante reisschrijver met drie internationale bestsellers op zijn naam, avonturier, vogelkenner en de man die op z'n 17de enorme bakkebaarden liet groeien om Darwin te eren, werd een televisiepersoonlijkheid toen de VPRO hem tijdens de imposante serie Beagle - In het kielzog van Darwin als hoofdfiguur naar voren schoof. Vanaf morgen is hij te zien in de tweede reeks van O'Hanlons Helden, ook bij de VPRO, waarin hij wederom in de voetsporen treedt van 19de-eeuwse natuuronderzoekers en ontdekkingsreizigers, zijn helden.


O'Hanlon heeft vaker last van trombose gehad. 'De eerste keer dat er zoiets gebeurde, kwam ik terug uit Indonesië, waar we twee afleveringen voor de Beagle hadden opgenomen. Toen had ik slechts één grote bloedprop, hij zat vast in de uitgang van mijn longen. Ik heb enorm geluk gehad. Al die internationale vluchten voor de nieuwe serie hebben de trombose verergerd. In het ziekenhuis kreeg ik een inhalator en een paar geweldige nieuwe pillen. Ik heb in jaren niet zo goed kunnen ademen. Ik kan de trappen van mijn appartement op lopen zonder om de vier treden even te moeten stoppen. Gelukkig had Marijn het lef om een ambulance te bellen.'


Tegen haar: 'Ontzettend bedankt.'


Later, als O'Hanlon naar de wc gaat, vertelt Marijn: 'Redmond vindt dit een prachtig verhaal. Hij is al tig keer bijna dood geweest. Ik ben pas een jaar zijn assistent en heb al drie keer enorme angst gehad. Maar voor hem geldt: hoe dramatischer, hoe mooier.'


Een nierbekkenontsteking met gevaarlijk hoge koorts. Geelzucht. Een bijna dodelijke confrontatie met een stamhoofd. Het is een kleine greep uit O'Hanlons 'mooie verhalen'. Voor hem stuk voor stuk prachtige anekdotes die hij aan iedereen vertelt die het wil horen. 'Ik herinner me die keer in de Amazone toen we bijna stierven van de honger en daarom een oude aap neerschoten om op te eten ...' Om even later zijn verhaal af te ronden met een bulderlach.


De opnamen van O'Hanlons Helden hebben de Engelsman een bijnadoodervaring rijker gemaakt. In de zesde aflevering volgt hij de tocht van de Duitser Georg Steller van Siberië naar Alaska. Op de Beringzee komen O'Hanlon en de filmcrew in een zware storm terecht. De motor is stuk en het schip wordt alle kanten op geslagen.


'Het was de ergste storm in vijf jaar en we zaten er vijf dagen in vast. De Russische kapitein bleef zeggen - en dit hielp echt niet - 'We are in the hands of God now.' Er was een jonge cameraman ontzettend bang. Wat is er toch met die jongen, dacht ik, terwijl ik het ene plastic zakje na de ander volkotste. Daarna dacht ik: hij heeft zijn hele leven nog voor zich, dit is natuurlijk niet leuk voor hem. It's a rotten death.'


Was u zelf niet bang om dood te gaan?

'Nee, die angst verlies je als je reisschrijver bent. Mijn grootste angst als ik reis is dat ik geen verhaal heb.'


En toen de dokter zei dat u nog maar twee uur had te leven?

'Toen was ik ook niet bang. Het is een goede manier om te sterven. Je krijgt geen lucht, maar je hebt ook geen pijn. Je verliest het bewustzijn en dan ga je. Bovendien: ik heb een geweldig leven gehad, een leven dat ik op geen enkele manier heb verdiend. Ik heb de boeken geschreven die ik wilde schrijven.'


Als je met O'Hanlon praat, zie je niet alleen die flamboyante reisschrijver. Tussen zijn anekdotes door schemert ook een andere O'Hanlon: de afvallige priesterszoon, de schrijver die al tien jaar niet meer kan schrijven, de man die voortdurend antidepressiva slikt en soms dagen in zijn bed ligt.


O'Hanlon heeft sinds twee jaar een studio ('1.200 euro per maand, my god') op een steenworp afstand van het café, van de Artisbibliotheek ('De mooiste bibliotheek ter wereld'), de fotowinkel waar hij zijn fotorolletjes laat ontwikkelen ('De eigenaar heeft een verzameling eerste Leica's in glazen flessen'), het Chinees restaurant ('Daar gaan we straks lunchen') en de wijnwinkel. Dit is O'Hanlons leven, gecentreerd rondom één Amsterdams kruispunt.


Na een korte aarzeling wil O'Hanlon zijn appartement wel laten zien. 'Je bent de eerste journalist.' Marijn beaamt dit. We rekenen af en lopen de straat uit.


We moeten vier trappen op. O'Hanlon begint onderaan een verhaal over het verband tussen Amsterdamse trappen en het ronde achterwerk van Nederlandse vrouwen, maar stopt halverwege met praten. Hij ademt zwaar. 'Ik kom er zo op terug.' Zijn studio blijkt O'Hanlonised - stapels boeken; een onopgemaakt bed; wasgoed op de grond en op elke stoel; een poster van vogelsoorten; een plank met analoge camera's en lenzen; vuile borden in de gootsteen. Op het bureau liggen vellen papier vol krabbels. 'Hier schrijf ik een beetje.'


Schrijft u veel?

'Nee, eigenlijk niet. Alleen wat notities. Ik denk dat het Congoboek, waar ligt het ...'


Hij loopt naar de eettafel en pakt er een editie van Congo (1996) vanaf. 'Ik heb hierna er nog een boek geschreven (Trawler, 2004, red.), maar eigenlijk is dit het laatste boek. Het lukt niet meer, ik weet niet waarom.'


U heeft hier zeven jaar over gedaan.

'Worth it. Ik denk niet dat ik het kan evenaren. Mijn aardige uitgever hier, Emile Brugman, heeft tegen me gezegd dat ik me niet schuldig hoef te voelen dat ik niet meer schrijf. Elke schrijver is maar één meesterwerk gegund. En bij mij is dat Congo, vindt hij.'


Voelt u zich schuldig?

'De hele tijd. Maar ik ben hier heel gelukkig geworden. Ik heb veel aan Nederland te danken.'


Vast onderdeel in O'Hanlons Helden is de scène in Pelican House, O'Hanlons huis in de omgeving van Oxford. Op deze plek begint de reis. Het is een cottage propvol boeken, dode dieren en stof. Zelf is hij vaak van huis, maar het is de ideale set voor de serie.


O'Hanlon woont een groot deel van het jaar in Nederland. Omdat het zo'n liberaal land is, omdat nergens in de wereld zoveel zeldzame vogels en ganzen verblijven, omdat Nederlandse vrouwen de mooiste benen en billen hebben en natuurlijk omdat hij voor de VPRO televisieseries kan maken. Zijn vrouw komt hier bijna nooit, ze zit niet graag in het kleine appartement. Maar ze bellen elkaar elke dag.


Is er ook iets wat u niet leuk vindt aan Nederland?

'Ik kan niets bedenken. Ik zit nog steeds in die verliefdsheidsfase, waarin alles perfect is. En hier krijg ik aandacht, ik vind het geweldig om op straat aangesproken te worden. Als bij het stoplicht de autoramen omlaag worden gedraaid en iemand zegt: 'Good morning, mister Darwin.' Daar geniet ik van.'


Bent u hier gelukkiger dan in uw cottage in Engeland?

'Zeker. Kijk uit het raam, wat een mooi uitzicht over het park. Vogels in de bomen. Ik houd ervan om naar mensen en hun honden te kijken.'


Dat kan toch ook in Engeland?

'Weet ik. Om eerlijk te zijn, ik kan daar niet langer dan twee weken leven. Ik weet niet waarom, maar na een week krijg ik verschrikkelijke depressies. Zelfs fluoxetine en lithium helpen dan niet.'


U weet niet waardoor dat komt?

'Nee. Maar depressiviteit zit in mijn genen. Mijn vader was depressief, zijn vader was depressief. De vader van mijn opa heeft zelfmoord gepleegd. Maar ook aan mijn moeders kant komt depressiviteit voor: een heeft zichzelf onder een trein geworpen, een ander heeft zichzelf in haar huis in Brighton opgehangen.


'Mijn opa was een multimiljonair, hij had zelfs een eigen vliegtuig. Aan het einde van zijn leven stortte hij in. Het had overduidelijk niets met geld te maken. Hij werd naar het gesticht gebracht. De schande was zo groot dat mijn oma tegen iedereen zei dat hij dood was. Hij zat dertien jaar op die plek voordat hij stierf, zonder dat iemand hem daar ooit heeft opgezocht.'


En uw vader?

'Mijn vader heeft het laatste deel van zijn leven ook in een inrichting gezeten. Hij was zo depressief dat hij nauwelijks kon praten. God had let him down. Helemaal tegen het einde zei hij er zeker van te zijn dat God niet bestond. Ik zei het niet, maar wilde zeggen: 'Dat had ik je ook wel kunnen vertellen, pap.'


'Treurig eigenlijk. Waarom kon hij niet gewoon een wandeling maken, van de vogels genieten waarvan hij ooit zo genoot? Interesse in vogels heb ik van hem. Als priester had hij alleen een andere verklaring voor hoe ze hier terecht zijn gekomen. Op de dag dat ik naar kostschool ging, duwde hij twee vogelboeken in mijn handen. Hij had ze weer van zijn vader gekregen. Met een verrekijker erbij.'


Op zijn 7de werd O'Hanlon door zijn ouders naar prep school gestuurd, de Engelse lagere school. Zijn moeder zette hem aan het bureau in de klas en toen hij opkeek, was ze weg. Hij kon haar geen gedag zeggen. Het was een kostschool, vanaf dat moment zag hij zijn ouders vijftien weken per jaar.


'Meneer Ford was mijn leraar Frans. Elke vrijdag moest je je opstel afgeven in zijn kamer. De ene jongen na de andere. Je liep naar binnen en hij lag dan op zijn bed met een roze-witgestreepte handdoek over zijn dijen. En dat ding stond recht omhoog. Ik dacht, als ik er ooit ook zo een krijg, hoe moet ik dan lopen? Je legde je osptel op een zilveren dienblad, liep naar buiten en dan ging de volgende naar binnen. Eigenlijk was het heel indrukwekkend, want hij kon zijn erectie een complete klas lang in stand houden.' Bulderlach.


'Meneer Ford was ook altijd aanwezig tijdens het afdrogen 's ochtends. Dat mochten we niet zelf. Hij had ontzettend veel tijd nodig om onze genitaliën af te drogen. Ik dacht: dit doen ze blijkbaar in Parijs.


'Ik was nooit een knap jongetje, daar had ik geluk mee. De sadistische hoofdonderwijzer was nog veel erger, trouwens. Als ik 's nachts betrapt werd tijdens een kussengevecht nam hij me mee naar zijn kamer. Eenmaal daar greep hij mij bij mijn nek, trok mijn broek omlaag, streelde mijn kont en daarna sloeg hij me met een stok. Er stond een rek bij zijn bureau, met de slagvoorwerpen op volgorde: klein spatels voor de kleine jongens, wandelstokken voor de grotere. 's Ochtends lieten we het kleurenpalet van onze blauwe plekken aan elkaar zien.'


Heeft uw jeugd invloed gehad op uw depressies?

'Het moet wel. Ik ben er in elk geval door gehard. En je wordt goed in luisteren naar mensen en in de gaten houden wat ze gaan doen. Dat leerde ik ook van mijn moeder. Ik moest haar gezicht goed bekijken, om te zien of haar stemming om zou slaan.'


Hoe was het om zelf vader te worden?

'Het voorbeeld dat ik had, was vreselijk. Je denk dat je die geschiedenis gaat herhalen. Mijn moeder sloeg me als ik huilde. Als ze lief was, geloofde ik haar niet. Ik denk dat we haar nu bipolair zouden noemen. Mijn vader had geen energie voor me omdat hij depressief was.


'Misschien heb ik het zelf soms overdreven als vader. Toen mijn zoon Galen nog jong was, nam ik hem mee naar Schotland. Een prachtige wildernis, vol met vogels. Ik zette de auto stil: 'Galen, Galen, kijk die vogel daar.' Ik draaide me om, hij had zijn muts over zijn hoofd getrokken en zei: 'Don't want to see no more birds'.'


Hoe gaat het nu?

'Het gaat niet zo goed, vrees ik. Maar schrijven verlicht dat gevoel. Het is therapie.'


Maar u kunt niet meer schrijven, zegt u.

'Klopt ... Het maken van tv-series helpt. Het vervangt het schrijven. Maar niet wanneer de opnamen voorbij zijn, helaas.'


En als straks de aandacht rond deze nieuwe serie afneemt?

'Dan heb ik een groot probleem. Dan ben ik niet in staat om ook maar iets te creëren.'


Wat doet u dan?

'Ik hoor dit soort dingen niet te zeggen. Maar ik denk vaak: suicide is an easy option. Ik heb een keer een jachtgeweer in mijn mond gehad, langs een rivier in Oxford, in de buurt van mijn huis, maar ik had het lef niet om de trekker over te halen.'


Daarna: 'Misschien zal ik ooit weer schrijven.'


Even later: 'Ik hoop dat er nóg een serie komt. Ik zal je vertellen over het geweldige idee dat ik heb voor een nieuwe serie: je neemt een vogel, bijvoorbeeld de rotskruiper, en dan ga je op een onderzoeksreisje naar Bulgarije waar ze wonen in die prachtige bergen en... - lijkt dat je wat?'


Het tweede seizoen

van O'Hanlons Helden wordt vanaf zondag door de VPRO uitgezonden op Nederland 2, om 20.20 uur. De afleveringen worden op de uitzendavonden vertoond in de Artisbibliotheek, in O'Hanlons bijzijn. Kaarten: vpro.nl


CV Redmond O'Hanlon ( 66 )

1947Geboren op 5 juni in Dorset


1984Into the Heart of Borneo


1988 In Trouble Again


1996Congo


2004 Trawler


2009-2010 Televisieserie Beagle - In het kielzog van Darwin


2011Televisieserie O'Hanlons Helden


2012 Zilveren Nipkowschijf voor O'Hanlons Helden


2013 - 2014 Vervolg op O'Hanlons Helden


2014In het spoor van de grote ontdekkers, O'Hanlons Helden. Portretten van onder anderen Charles Darwin, Alfred Russel Wallace en Georg Steller, geschreven door Marc Argeloo, Emile Brugman en Alexander Reeuwijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.