Serge Baeken

Tekenbeest en beeldritmist Serge Baeken maakt indruk met zijn moeiteloze, sensuele tekenstijl.

Lastig parket voor Lambiek: in de Amsterdamse stripwinkel krijgt een schoolklas les over de stripgeschiedenis, vijf treedjes lager ligt de galerie waar Serge Baeken erotische tekeningen exposeert. Terwijl uitbater Klaas Knol boven staat uit te leggen wat er zo leuk is aan Guust Flater ('Hij is onhandig en dat ben ik ook!'), worden in het souterrain onuitsprekelijke dingen gedaan. Galerie Lambiek is dan ook verboden terrein voor bezoekers onder de achttien. Dat wil overigens niet zeggen dat Baeken op zijn tekeningen het schunnigste van het schunnigste laat zien. Op internet gaat het heftiger toe. Er zitten wel wat expliciete afbeeldingen tussen, zoals dat in het jargon heet, maar het gaat vooral over wat deze Antwerpenaar het beste kan: virtuoos tekenen, in meerdere stijlen tegelijk.


Ze noemen hem het Tekenbeest. En met recht, want Serge Baeken (1967) kan geen maat houden, hij is als een fontein die inkt spuit en duizenden bladen vult met verhalen, portretten, schetsen, illustraties en fantasietjes. Vanwege die onstuitbare werkdrift omschrijft hij zichzelf als beeldritmist, non-stoppist, grafomaan, multimediamaniak, observant, en ook porno player, etalage-fetisjist en Schielofiel. Die laatste twee kwalificaties slaan op het project Death and the Girl, waarbij Baeken een maand lang in de etalage van de Antwerpse stripwinkel Mekanik ging zitten om publiekelijk een getekende ode aan kunstenaar Egon Schiele te brengen. Als porno player is hij nu present in de galerie van Lambiek in Amsterdam, waar alle wanden zijn volgehangen met erotica, aangevuld met enkele honderden kleinere tekeningen die zorgvuldig onder plexiglas platen zijn gelegd.


Twee conclusies dringen zich ogenblikkelijk op: Baeken tekent zoals hij ademt, volstrekt moeiteloos, en werkt in een verbazingwekkende hoeveelheid stijlen en technieken. Met de grove kwast, met een fijn pennetje, met een tastend potlood, maar steeds met iets sensueels in zijn lijnvoering, alsof contact met het papier voor hem hetzelfde is als huidcontact.


Fifty-fifty heet de tentoonstelling, net als het vuistdikke boek dat tegelijkertijd is verschenen en voor de helft is gevuld met schetsen en voor de andere helft met uitgewerkte tekeningen. De erotische platen komen voorbij, maar ook karikaturen van bekende personen, landschappen, doodles, vliegende olifanten en zelfs commerciële illustraties voor het blad MoneyTalks. Dat laatste is misschien wat veel van het goede, maar Baeken heeft eerder zulke dikke bundelingen uitgebracht: 4444 Schetsen en Prefab. Die mateloosheid maakt wel dat je gaat verlangen naar iets meer concentratie. Toen Baeken enkele jaren terug stadstekenaar van Turnhout was, maakte hij op scenario van zijn eigen vader de strip Het verdriet van Turnhout over de langdurige papierstaking van 1910. Hij geeft hierin prachtige voorbeelden van Vlaamse architectuur in de stad, die hij al net zo sensueel tekent als de blote lijven. Daar een boek van, met een tentoonstelling, dat moet iets moois zijn.


En hoe is het met de kinderen afgelopen in stripwinkel Lambiek? Ze zijn het gevaarlijke trapje niet afgedaald, maar met een gratis, tweedehands Suske & Wiske zonnig Amsterdam in gestuurd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden