Nieuws Sociaal-Economische Raad

SER: structureel te weinig geld beschikbaar om vluchtelingen met verblijfsvergunning aan baan te helpen

De Sociaal-Economische Raad (SER) maakt zich grote zorgen over de aanpak om vluchtelingen met een verblijfsvergunning aan het werk te krijgen. Er is vanuit het Rijk te weinig geld beschikbaar, gemeenten voeren onderling allemaal verschillend beleid en bij werkgevers moet de bereidwilligheid om statushouders een baan aan te bieden toenemen.

Arnhem, 2018. Vrijwilligers van Vluchtelingenwerk Arnhem helpen statushouders bij het oplossen van administratieve problemen . Beeld Negin Zendegani

Uit cijfers van het CBS blijkt dat 11 procent van de asielzoekers die in 2014 een verblijfsvergunning kreeg, tweeënhalf jaar later betaald werk had. Een groot deel (84 procent) van de groep die in dat jaar te horen kreeg dat ze mochten blijven, ontvangt een bijstandsuitkering. Hoewel er sinds het vorige rapport uit 2016 van de SER, een belangrijk adviesorgaan van de overheid, weliswaar dingen zijn verbeterd, bestaan er nog steeds veel problemen. Zo bieden gemeenten vanwege onzekerheid over de financiering van werk- en opleidingstrajecten alleen kortlopende projecten aan. Ook overleggen gemeenten onderling niet genoeg met elkaar en met maatschappelijke organisaties die bij inburgering en participatie van statushouders kunnen helpen.

‘Het zou eigenlijk niet mogen uitmaken waar je als statushouder terechtkomt, maar dat maakt nu wel uit’, zegt een persvoorlichter van de SER. ‘Je ziet een duidelijk verschil in beleid tussen gemeenten. In Utrecht bijvoorbeeld is de opvanglocatie in de gemeente en kunnen statushouders van daaruit meteen aan werk worden geholpen. In andere gemeenten is er minder geregeld, waardoor statushouders behoorlijk aan hun lot worden overgelaten. Dat is ongewenst.’

Die verschillende werkwijzen bij gemeenten is volgens de SER, gezien de krapte op de arbeidsmarkt, ook nadelig voor werkgevers. ‘Die weten niet waar ze moeten aankloppen als er een vacature is, terwijl ze statushouders hard nodig hebben.’ De SER wil dan ook dat de overheid in financiën en regelgeving mogelijk maakt dat gemeenten een meer uniform beleid kunnen voeren. ‘Werkgevers zeggen nu dat ze geen statushouders kunnen vinden.’

Voor de werkgevers en werknemers zelf is ook een rol weggelegd. ‘We verwachten een grotere bereidheid om statushouders een werkervaringsplaats of werk aan te bieden. Statushouders op de werkvloer is voor andere collega’s best wennen. Dat is begrijpelijk: het kan lastig zijn om samen te werken met iemand uit een andere cultuur die de taal nog niet beheerst. Maar als je je collega’s goed informeert, is de kans groot dat het wel slaagt. En de taal leren op de werkvloer gaat beter dan in een klaslokaal.’

De SER concludeert verder dat de afstand tussen het asielzoekerscentrum en de gemeente waarin statushouders uiteindelijk terechtkomen te groot is. Eerder deze week constateerde het Centraal Planbureau dat het voor de baankansen van statushouders uitmaakte in welke regio ze een huis kregen. ‘Wij zeggen daar bovenop: zorg dat opvanglocaties dicht bij gemeenten staan waar de statushouders uiteindelijk worden geplaatst’, aldus de persvoorlichter. Nu krijgen statushouders vaak een huis toegewezen in gemeenten die ver weg van het asielzoekerscentrum staan. ‘Dat belemmert een snelle start met werk en opleiding.’

‘We merken dat er geen snelle oplossingen mogelijk zijn. De afstand tot de arbeidsmarkt is groot voor deze statushouders. Ze hebben heel wat meegemaakt, spreken de taal niet en moeten huisvesting en inburgering regelen.’ Juist daarom is het volgens de SER belangrijk dat statushouders al tijdens hun inburgering kunnen beginnen met werken of een opleiding volgen. ‘Uiteraard verwachten we van de statushouders dat ze de taal gaan leren en zich inzetten om werk te vinden. Maar we merken dat het niet zozeer aan hun inzet ligt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.