SER lijdt aan gewichtsverlies

Als het even niet meezit, op je werk of privé, is het verstandig om alles aan te grijpen om een feestje te geven. Een jubileum, een verjaardag, een succesje; haal de fles bubbels maar uit de kelder. Dat moet ook Alexander Rinnooy Kan hebben gedacht toen hij het besluit moest nemen het zestigjarig bestaan van de Sociaal-Economische Raad (SER) wel of niet te vieren. De voorzitter besloot het wel te doen; met een congres, in aanwezigheid van de Koningin en de sociaal-economische elite en met een stevig boek SER, zestig jaar denkwerk voor draagvlak. Er werd geen polonaise ingezet. Wel klonken stemmen van hoop op betere tijden.


Zonder transparantie hoef je niet meer te rekenen op draagvlak bij de bevolking. Want, stelde Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en een van de meest welsprekende beschouwers van het Nederlandse polderlandschap, 'voor een steeds grotere groep blijkt de open samenleving een bedreigde samenleving te zijn.'


Dat geldt voor de SER evenzeer. Na zestig jaar trouwe dienst bevindt het instituut van werkgevers, werknemers en onafhankelijke Kroonleden zich in zwaar weer. Alle instituties (kerken, vakbonden, politieke partijen, kranten) hebben het zwaar, maar de SER lijdt al een tijd aan gewichtsverlies.


Wim van de Donk, oud-voorzitter van de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) , legt in het boek de vinger op de zere plek. Hij vraagt zich af of de SER de marktwerking niet te veel heeft ondersteund, waardoor het sociaal vertrouwen in de samenleving is ondermijnd. De slimme analyticus Van de Donk is één van de tien geïnterviewden in het boek. De interviews, bekwaam afgenomen door journalist Pieter Webeling, fungeren als intermezzo's tussen de zwaardere hoofdstukken. Het is ook oral history.


Ruud Lubbers en Wim Kok, maar ook Frans Leijnse en Frans Andriessen blikken terug op hun ervaringen met de SER. Oud-premier en oud-vakbondsvoorman Kok vertelt openhartig hoe je effectief kunt onderhandelen (onderhandelen voor beginners 1, 2 en 3). 'Een 6-1 overwinning? Forget it. Een nipte overwinning is genoeg: 1-0 of 2-1.'


Ook oud-premier Lubbers laat zich niet onbetuigd. 'Ik mis te vaak een gevoel van urgentie bij de SER', zegt hij. Lubbers pleit voor meer woede. 'Je had vroeger die buttons: ik pik het niet. Daarvan zou ik best een doosje naar de Bezuidenhoutseweg willen sturen.'


Lubbers zou Lubbers niet zijn als hij de vraag wat zijn grootste botsing met de SER was anders had beantwoord: 'De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik die niet had'. Als hij door Webeling aan de ambtenarenstaking in het najaar van 1983 wordt herinnerd, vertelt hij hoe hij zich als jong premier wilde revancheren voor zijn ministerschap (Economische Zaken) ten tijde van het kabinet Den Uyl in het midden van de jaren zeventig. 'Ik had een grote mond. Ik ging er doorheen. Nú moest het gebeuren. Ik had totaal geen behoefte aan personen of instanties die mij vertraagden.'


Voor de liefhebber is het een heerlijk boek. Je doet veel kennis op dankzij informatieve hoofdstukken over allerhande dossiers, van geleide loonpolitiek en sociale zekerheid tot economische groei en duurzaamheid.


Hiervoor tekent een groep van tien wetenschappers/onderzoekers van de Universiteit Utrecht. Zij zijn in staat degelijkheid en leesbaarheid op een intelligente manier te mixen. Prettig is ook de interdisciplinaire aanpak: je kunt merken dat niet alleen economen, maar ook historici en juristen penvoerders zijn.


Gedurfd, want lekker zelfkritisch zijn de laatste twee hoofdstukken over de eigen rol van de SER in de afgelopen decennia. Jan Peet schetst een eerlijk beeld over de kwetsbare SER in de overlegeconomie. Bas van Bavel overspeelt zijn hand enigszins als hij stelt dat de SER het kloppend hart van de Nederlandse overlegeconomie was, is en blijft.


Gelukkig zegt hij wel dat een succesvolle rol van de SER in de toekomst zal afhangen van de blijvende steun van de sociale partners. En die hebben hun eigen methoden en technieken om met elkaar tot overeenstemming te komen.


De Stichting van de Arbeid is voor hen een vertrouwder gremium, zoals de laatste jaren ook is gebleken. Grote deals over de WAO en de AOW (oudedagsvoorziening) zijn niet in de SER, maar in de Stichting van de Arbeid gesloten. Dat schuurt, maar betekent ook dat de SER op termijn zichzelf kan overleven.


Rinnooy Kan vindt het gruwelijk dat zijn club de kredietcrisis van 2008 niet heeft zien aankomen. Hij vindt dat zelfs verwijtbaar. 'Natuurlijk baal ik daarvan. Ik heb daar zelf nog een extra reden voor. Ik zat daarvoor tien jaar in de Raad van bestuur van ING. Dus ik heb er werkelijk héél dichtbij gezeten.'


Het boek is prachtig uitgegeven door Boom. Mooie, historische foto's van acties bij de SER en van beroemde voorzitters als Jan de Pous (1964 - 1985) en Herman Wijffels (1999 - 2006). Helaas geen namenregister en ook geen overzicht van de belangrijkste adviezen van de SER door de jaren heen. Tijdgebrek mag nooit een argument zijn.


Joost Dankers, Bas van Bavel, Teun Jaspers, Jan Peet (red.): SER: 1950 - 2010. Zestig jaar denkwerk voor draagvlak - Advies voor economie en samenleving.


Boom; 224 pagina's; € 34,90.


ISBN 978 94 610 5108 0.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden