Sensationele zege van Voorspuij

In vervolg op de rubriek van vorige week geef ik opnieuw een partij die gespeeld werd in het kader van de strijd om de KNDB Beker....

Het was bovenal aan Voorspuij's verrassende, ja sensationale zege in onderstaand duel te danken dat de dammers van GDC, die uiteindelijk als derde zouden finishen, hun zoveel sterkere opponenten op een 4-4 gelijkspel hielden en daarmee uit het toernooi stootten.

Hoopman - Voorspuij

(KNDB-Beker 1998)

1.34-30 19-23 2.30-25 14-19 3.25x14 9x20

Op hoog niveau komt deze openingsvariant zelden voor.

4.35-30 4-9 5.30-25 19-24 6.25x14 10x19 7.40-34 5-10 8.45-40 10-14 9.50-45 17-21 10.32-28 23x32 11.37x28 11-17 12.31-26 18-22 13.41-37 12-18 14.46-41

In aanmerking kwam ook 14.38-32 7-12 15.43-38, teneinde de vijandelijke Roozenburg-aanval zo energiek mogelijk tegen te spelen (15...21-27 16.32x21 16x27 17.37-31 enz.). Maar Hoopman heeft heel andere plannen...

14...7-12 15.40-35 1-7 16.37-32

Dit was wat de witspeler met zijn laatste zetten beoogde. Hoewel er een totaal andere zettenreeks aan vooraf is gegaan, prijkt er plotseling een bekende stelling uit de 1.32-28 17-21 op het bord! Het enige verschil is dat de kleuren verwisseld zijn en dat 50 al op 45 staat.

16...21-27 17.32x21 16x27

Tot deze opstoot voelen maar weinigen zich aangetrokken. Zo kozen zowel Abdoulaye Der (Nederland - Senegal 1992) als wereldkampioen Tsjizjov (Harderwijk 1993) in hun partijen met ondergetekende voor 16...14-20 17.41-37 18-23 18.34-29 23x34 19.39x30, een verloop dat (nog steeds met verwisselde kleuren en met 45 op 50) ook in Van der Pal-Sytsma, halve finales NK 1995, op het bord kwam.

18.34-30 6-11

Opnieuw een belangrijk moment. In de competitiepartij F. Ivens - Koot 1995 nam eerstgenoemde een opstelling in met 18...7-11 en 19...2-7.

19.30-25 18-23 20.39-34! 23x32 21.34-30!

Hoopman bedient zich van het zogeheten Drost-gambiet, dat onder de gegeven omstandigheden zeer goed speelbaar lijkt. De bedoeling is - heel simpel gezegd - om 28 uit te wisselen tegen 24.

21...12-18

In de partij Thio - Barkel, junioren-NK 1994, gaf Thio zijn plusschijf zo snel mogelijk terug met 21...13-18, 22...11-16, 23...32-37 en 24...16x27. Maar ook aan die methode bleken (te) ernstige bezwaren te kleven.

22.44-39 7-12 23.45-40

Zonder vrees voor 23...24-29? en 24...27-31 enz., waarop wit immers 26.24-20! en 27.43-39 enz. laat volgen.

23...2-7 24.40-34 15-20?

Dit verdraagt de zwarte stand niet. Omdat ook 24...11-16? 25.34-29! enz. volstrekt onspeelbaar was, had hij maar 24...32-37 en 25...22-28 enz. moeten doen, ook al was in dat geval schijf 11 een lelijke zwakte geworden. (Ziedaar waarom op de 18e zet 7-11 relatief beter was geweest!)

25.42-37!

En natuurlijk niet te gretig 25.34-29?? wegens 25...32-37! en 26...22-28 +.

25...18-23 26.37x28 23x32 27.47-42!

Ook nu had zwart op 27.34-29 met 27...32-37! en 28...22-28 enz. kunnen werken. En op 27.48-42 was de vereenvoudiging 27...22-28, 28...32-37 en 29...24-29 enz. mogelijk geweest.

27...13-18 28.34-29!

Zie diagram 1

28...18-23

Er is inderdaad nauwelijks beter. Zo had op 28...8-13 kunnen volgen 29.39-34! en nu drie variantjes:

1) 29...18-23 30.29x18 12x23 31.26-21!! 17x26 32.33-28! gevolgd door 34.34-29, 35.42/43-38 en 36.48x6 +.

2) 29...3-8 30.49-44! 11-16 31.42-37! (nu wèl) 16-21 32.37x28 18-23 33.29x18 12x32 34.44-40!, waarna er behalve 34-29-23 + óók 35.36-31! + dreigt.

3) 29...11-16 30.42-37! 16-21 31.37x28 18-23 31.29x18 12x32 32.34-29 13-18 33.29-23 19x39 34.30x10 32-37 (nog het beste) 35.41x32 9-14 en zowel na 36.10x19 39-44 37.49x40 18-23 38.25x14 7-11/12 39.19x28 22x42 40.48x37 27x49 als na 36.43x34 14x5 37.25x14 5-10 38.14x5 18-23 39.5x28 22x42 40.48x37 27x38 raakt zwart in een (zeer) slecht eindspel verzeild, al staat de winst voor wit nog niet vast.

29.29x18 22x13

Merk op dat 29...12x23?? faalde op het ongebruikelijke 30.36-31!! 27x47 31.38x29 47x38 32.43x32 enz. +.

30.39-34?!

Niet echt fout, maar 30.42-37! was mijns inziens logischer en (nog) sterker geweest. Omdat 30...13/12-18 31.37x28 18-23 32.39-34! 23x32 33.34-29! op slag uit is, had zwart in dat geval met 30...11-16 31.37x28 17-21 32.26x17 12x21 32.28-23 19x28 33.30x10! (33.33x31?? 14-19!! enz.) 21-26 34.33x31 26x46 35.25x14 9x20 36.10-4 moeten vluchten in een dammeneindspel dat op den duur niet meer te houden is.

30...13-18 31.34-29 18-23 32.29x18 12x23 33.33-28

Maar ook zo wint wit het geofferde materiaal met rente terug. De klaverblad-opsluiting van de zwarte linker vleugel had normaliter doorslaggevend moeten zijn.

33...23-29 34.28x37 8-12 35.37-32 11-16 36.32x21 16x27 37.41-37 7-11 38.37-32 11-16 39.32x21 16x27 40.42-37?

Maar deze onbegrijpelijke fout doet de kansen geheel keren. Na eerst 40.43-39! en dan pas 41.42-37 enz. was alles nog steeds in orde geweest, waarbij ook het (schijn)offertje 40...17-22 41.42-37 22-28 42.26-21! 27x16 43.38-32 enz. een rol speelt.

40...29-33!

Gedwongen maar sterk, zoals dat in dergelijke gevallen heet.

41.38x29 24x33 42.37-32?

Een tweede fout in successie. Na 42.37-31! 17-22 43.49-44! (met de dreiging 43-39-33! enz.) had zwart niet beter gehad dan de remise-afwikkeling 43...19-23 (43...20-24?? 44.25-20! +) 44.30-24!, 45.25-20, 46.35-30, 47.43-39, 48.48x8 en 49.31x22 toe te laten.

42...27x38 43.43x32 19-23

Vanaf dit moment is het zwart die aan de leiding gaat. Doordat hij echter met zijn volgende zet een inactieve schijf van de tegenstander eigenhandig oplost, zullen de remise-grenzen voorlopig niet overschreden worden.

44.36-31 14-19? 45.25x14 9x20 46.31-27 33-39 47.27-21 12-18 48.21x12 18x7 49.26-21 3-8 50.21-17 8-13 51.48-42 7-12 52.17x8 13x2 53.42-37 20-24 54.37-31 24-29 55.31-26 29-34 56.30-25 19-24 57.26-21 23-29 58.21-17 2-7 59.32-28

Zie diagram 2

59...39-44 60.49x40 34x45 61.28-23?

Pas hiermee begaat de witspeler de beslissende fout. Na 61.28-22 45-50 62.22-18 50x6/11 63.18-13 was het remise geworden, onder andere omdat wit 63...6/11-28 64.13-9! 28-14 65.9x20 24x15 66.35-30 enz. niet hoeft te vrezen.

61...29x18 62.35-30

Dit extra offer is noodzakelijk, want op meteen 62.17-12 wint zwart door 62...24-29! 63.12x34 45-50 64.25-20 (64.34-29 maakt geen verschil) en nu eerst 64...50-45! 65.34-30 en daarna pas 65...45-23. Zwart 'parkeert' vervolgens zijn dam op het baanvak 32/46 en heeft dan (ruimschoots) voldoende tijd om met 7 naar 23 op te rukken.

62...24x35 63.17-12 45-50! 64.12x23 50-33!

Berooft wit van de velden 19 en 20, terwijl ook 65.23-18 33-24! precies uit is. Hoopman gaf zich derhalve gewonnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden