Self made

Joan Collins, 78, toert met een onewomanshow de wereld over, komend weekeinde in DeLaMar. Hoe is ze zo beroemd gebleven?

Je moet het haar nageven: al na een paar pagina's in Joan Collins' autobiografie Second Act heb je een compleet beeld van haar. De openingsscène speelt zich af in een donkere, schimmige rechtszaal. Haar tegenstander is een gigantische uitgeverij die het, volgens haar, op haar reputatie voorzien heeft. Haar eigen advocaat is een spitsvondige knapperd, die van de tegenpartij een dunlippige, oudtestamentische bullebak. Een vrouw die tegen haar komt getuigen is, in Collins' woorden, 'opmerkelijk veel ouder geworden sinds ik haar het laatst zag'.


En zo zwiept ze zich, links en rechts snedigheidjes uitdelend, met verve door de tegenslagen heen tot aan de heroïsche overwinning. Moraal van het verhaal: dank aan mijn ouders voor de ruggengraat en het karakter om te kunnen doorzetten.


Dit is bijna de hele Joan in één hoofdstuk. Omdat Collins inderdaad een goed gevoel voor drama heeft. Omdat ze haar leven weet te stileren tot een opzwepende soapkomedie met hevige tegenstand en een constante stroom van bon mots. En omdat we al anderhalve alinea verder zijn zonder dat het woord actrice is gevallen.


Haar actrice noemen is tegelijkertijd het métier tekort doen en háár tekort doen. Want ze is veel meer. Beroepsberoemdheid is het vakgebied waarin ze excelleert. Een onterecht denigrerende term.


Het beroep actrice is natuurlijk wel een onderdeel van haar vak, en niet eens een onaanzienlijk onderdeel. Haar moeder was danslerares, haar vader groeide tijdens Joans leven uit tot de agent van een aantal grote sterren, dus Joan (1933) en haar zus, de betijgerprinte bestsellerschrijfster van trashromans Jackie Collins (1937), kwamen beslist uit een entertainmentnest. Joan hield het achttien maanden vol op de Royal Academy of Dramatic Art (ja! die!), maar ze was ongeduldig, en verliet de opleiding om een filmcarrière te beginnen. Met succes, eerst in Engeland, en vanaf haar 22ste in Hollywood, onder contract bij 20th Century Fox, dat in haar een type-Elizabeth Taylor zag. Ze filmacteerde zich een slag in de rondte. Maar nooit in goeie films. Naast erkende grootheden als James Mason, Bette Davis, Bob Hope, Bing Crosby, Harry Belafonte, Richard Burton, dat wel, maar in geen enkele film die trots op het cv van de laatstgenoemden prijkt. Want allemaal categorie B, tussendoortje, bij voorbaat kansloos.


Joan was dan ook, zeker in haar beginjaren, als actrice bepaald beperkt. Met haar langbenige schermaanwezigheid stond ze natuurlijk drie-nul voor, en ze had en heeft tot de dag van vandaag een supermodellenwaardige flair om een outfit te dragen die een hele zaal het woord fabulous laat fluisteren. Maar kijk naar clips uit haar jonge jaren en je ziet steeds weer die combinatie van overconcentratie en overacteren. Dat zuchten, dat verongelijkte hoge knerpstemmetje, dat bruusk en broeierig het hoofd naar de tegenspeler omdraaien. Dit kon nooit wat worden.


Lange benen brengen je een eind in de wereld van de oververhitte pulpfilm, maar met het klimmen der jaren en het uitdoven van de babe-factor (in Collins''woorden: 'alsof je rijk bent geboren en geleidelijk steeds armer wordt) kwamen de mindere rollen, steeds kleinere films en steeds meer gastrollen in tv-series. Daar zat zeker één legendarische rol tussen, die van tragische vredesactiviste in een aflevering van Star Trek; maar die had zijn cultstatus meer aan de door fans geadoreerde kwaliteit van de aflevering te danken dan dat ze nou zo goed speelde. Al zag ze er overigens nog steeds uit om door een ringetje te halen.


Begin jaren zeventig ging ze weer terug naar Engeland, voor rollen in snelgemaakte horror- en sf-werkjes. En al zag je als je goed keek haar zelfverzekerde oudere-meisjes-swagger zich vertalen in betere, natuurlijker vertolkingen, titels als I Don't Want To Be Born en Empire of the Ants voorspelden een dood spoor. Dat wist ze zelf ook.


Dus nam ze, met haar zelfverklaarde doorzettingsvermogen, haar carrière in eigen hand. Voor niks mocht ze de filmrechten hebben van het boek The Stud van haar zus Jackie, die intussen groot was geworden met breedgeschouderde gooi- en smijtromans over jetsetseks. Collins, 45 inmiddels, nam zelf de rol van seksueel manipulatieve nachtclubzangeres op zich, type kijk eens, ik heb niks aan onder mijn bontjas. De heerlijke huismerk-discoklanken en seventies-pikanterieën op de officieuze grens van softporno maakten de film een kassucces. Niet naar bol.com haasten om voor ¿ 4,95 de dvd te kopen: The Stud is echt heel erg saai, tenzij je hem als soft-focus vj-materiaal gebruikt voor een feestje.


Maar met het succes had Collins zichzelf heruitgevonden, als losgeslagen, onberekenbaar grenzeloos, goeduitziend, uitstekend gekleed, roofdierachtig kreng.


Aaron Spelling, de beroemde televisieproducer die een jaar of drie later naarstig op zoek was naar wat pit in zijn nog niet erg goed lopende serie Dynasty, hoefde haar bij wijze van spreken alleen nog maar in te koppen. In het tweede seizoen maakte zij haar grootse entree als Alexis Colby, de categorisch wraakzuchtige tegenstandster van haar ex-man Blake Carrington, olietycoon. Binnen de voortgalloperende interne logica van de soap had ook zij in no time de leiding over een megabedrijf, en de wellustige acht jaar durende loopgravenoorlog kon beginnen.


Voor Collins viel alles op zijn plaats. Soapspel beweegt zich voor een groot deel in medium-shots en close-ups, dus nog meer dan bij film het geval is, bepalen de eigenschappen van een acteursgezicht hoe je er als kijker op reageert. Collins' hoogbogige wenkbrauwen en van nature halfgeloken ogen maken haar instant-hautain. Haar licht vooruitstekende tanden geven haar iets valsigs en misprijzends. En de geprononceerde jukbeenderen, waaronder ze haar wangen steeds lichtjes intrekt zodra ze begint te praten, zetten haar mond klaar voor fijntjes geformuleerde gemenigheden. Bij wijze van accentuering knikt ze daarbij halverwege de zin haar hoofd een centimetertje opzij, nog steeds de tegenspeler fixerend met haar hooghartige oogpartij. Haar striemend hoge stemmetje en haar Britse lower middle class gevoel voor intonatie, verhit en lichtvoetig, ordinair en sophisticated tegelijk, maakten het af: 'Oh Blake! Please don't forget to slam the door when you leave.'


Binnen deze strak afgebakende kaders drong ze, dankzij de voortdurende en langdurige herhaling van zetten die de soap eigen is, het internationaal bewustzijn binnen als het eeuwige ijkpunt aller televisiebitches.


Op acteergebied zou Alexis Colby haar eerste en laatste grote rol blijken. Maar haar echt allergrootste rol begon hier pas: die van Joan Collins. Joan Collins-het-personage bestaat voor een niet onaanzienlijk deel uit Alexis: de dramatische jurken, de grote pruiken, de glamoureuze make-up, het poseren, de bitchy snedigheden; ze is ze consequent blijven volhouden, in talkshow-optredens en in bijna alle rollen waarin ze daarna te zien was. Steeds speelt ze een variant op zichzelf. De geestige Snickersreclame is het laatste voorbeeld: een hoogopgetast kreng in een avondjurk, de vrouw waarin een voetballer verandert als hij met een knorrende maag kampt, zo wil de grap. En het allermooiste voorbeeld is misschien wel de clip Pissing in the Wind van Badly Drawn Boy, waarin we haar, melancholiek en betraand, zich klaar zien maken voor een high class cocktailparty waarop ze haar stralende zelf is. De Joan Collins zoals we ons die graag voorstellen.


Die Joan Collins is meer dan alleen Alexis: ze is een onontwarbare combinatie van Alexis met haar eigen leven, althans, de gestileerde versie daarvan, zoals ze die opdist in onder meer twee autobiografieën en in haar laatste onewomanshow, One Night with Joan, vanaf dit weekend in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Het is het verhaal van een eenvoudige achtergrond, van vastberadenheid, girl power, je lot in eigen hand nemen; van Hollywoodfeestjes met duizend van haar beste beroemde vrienden, die elkaar bestoken met geestige oneliners (Billy Wilder: 'Joan, een Oscar is als een aambei, vroeg of laat krijgt elke aars er een.') Hoe waarachtig het allemaal is doet er niet zo toe, want het is een wereld waarin we graag geloven. Misschien is wat dat betreft de betrouwbaarste Collins-biografie nog wel de vier minuten durende sketch Lucky Bitches van Dawn French en Jennifer Saunders, over het leven van Joan en Jackie, een aaneenschakeling van drama en succes, voortdurend doorsneden met shots van opstijgende vliegtuigen. Meesterlijke scène: Joan wordt hilarisch slecht geacteerd in elkaar geslagen door haar eerste man, waarop ze roept: 'That's enough! I'm off to Hollywood.' Kijk hem beslist op YouTube.


Collins' grootste prestatie is haar precieze gevoel voor zelfrelativering. Die is essentieel voor de tijdgeest van de decennia rond de millenniumwisseling; de antenne voor camp. Joan Collins-het-personage is wat je noemt een 'gay icon'; besluit u naar One Night with Joan te gaan, dan zit u gegarandeerd tussen bovengemiddeld veel giechelige heren van zekere leeftijd. Het homoseksuele gevoel voor humor is traditioneel dol op overdreven vrouwelijke vrouwen die hun waardigheid proberen te behouden in vernederende omstandigheden. En daar als winnaar uitkomen. Collins' hele leven lijkt zo beschouwd één lange opmaat tot een travestie-act: decennialang voor het oog van de wereld heel erg matig acteren in de bespottelijkste films, om daarna een hoogtepunt te beleven als wereldwijd verafgode superbitch. Die, niet onbelangrijk, de volgens de huidige normen ultieme vrouwelijke overwinning heeft behaald: een relatief jong uiterlijk. Zonder botox of snijwerk, mind you.


Collins kan er met veel zelfspot op terugkijken, en dat doet ze dan ook graag, en veel, en overal, desnoods tegen betaling van 10.000 euro in een interview. Weliswaar het soort zelfspot dat zo dicht tegen zelfvertedering aanschurkt dat het jezelf alleen maar leuker maakt, maar toch: in het huidige tijdsgewricht kom je er ver mee. Matige zelfspot, matig acteren, matig schrijven, een mooi gezicht, een benijdenswaardig lichaam, gevoel voor humor, gevoel voor camp, prima poseren, prima smaak in kleding - allemaal kwaliteiten die je afzonderlijk niet ver brengen maar die, hoe bemoedigend, in combinatie meer zijn dan de som der delen en je een halve eeuw lang een stijgende lijn in de carrière kunnen bezorgen. En dat heeft Collins helemaal zelf uitgevonden. Dat legt ze u anders graag nog een keer allemaal uit, in het DeLaMar.


Kaarten

Collins staat op 20 en 21 april met One Night with Joan (een soort kruising tussen een one woman show en een opgetuigde powerpointpresentatie over haar leven)in het De La Mar Theater in Amsterdam - en er zijn nog kaarten (€29 - €65, delamar.nl).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden