Selectie is beter dan loting

De loting voor de studie geneeskunde heeft haar glans nu wel verloren, menen Jan Borleffs, Janke Cohen en Rob Hiemstra....

Toen de naoorlogse geboortegolf de universiteiten bereikte, werden de medische opleidingen geconfronteerd met een groot tekort aan opleidingscapaciteit. Dit tekort leidde in 1972 tot de instelling van een numerus fixus. Principes van vrije studiekeuze en brede toegankelijkheid van het hoger onderwijs vertaalden zich naar een gelijke – lees eerlijke – kans voor ieder met een hbs- of gymnasiumdiploma: de felbegeerde studieplaatsen werden via loting toegekend.

‘Loting eerlijker dan selectie’ zou dus een krantenkop uit die jaren geweest kunnen zijn. Hij stond echter recent boven een artikel van Olle ten Cate e.a. (Forum, 13 februari), een reactie op het advies van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ), waarin wordt gepleit de loting voor de geneeskundeopleiding te vervangen door een selectie.

Ten Cate e.a. diskwalificeren de opleidingen die inmiddels een deel van hun studenten selecteren met kwalificaties waarin ‘oppervlakkig’ naar brieven en cv’s gekeken zou worden om vervolgens geselecteerde kandidaten in een tweede ronde ‘misschien’ te interviewen.

De auteurs gaan voorbij aan het maatschappelijke sentiment rond de toegang tot de medicijnen, waarin ‘loting’ en ‘eerlijkheid’ niet meer als synoniem worden gezien. Zij lijken onvoldoende rekening te houden met het toenemende besef dat je specifieke kwaliteiten nodig hebt om een goede dokter te worden en dat adequate selectie daarop wel degelijk mogelijk is.

De realiteit is dat de loting in de loop der jaren veel van zijn glans verloren heeft. Rond de eeuwwisseling zetten Meike Vernooy en Karla Bergervoet het systeem helemaal op scherp. Vernooy, driemaal uitgeloot met een gemiddeld vwo-eindcijfer van 9,6, kon uiteindelijk met hulp van de Rotterdamse faculteit toch geneeskunde studeren. En ook Karla Bergervoet, vier maal uitgeloot en tweelingzus van de wel ingelote Mariska, kon uiteindelijk geneeskunde studeren nadat de rechter had geoordeeld dat psychische schade door het uitloten leidde tot ‘onbillijkheid van overwegende aard’.

De politiek reageerde met wetgeving op basis waarvan kandidaten met een eindexamengemiddelde van 8 of hoger gegarandeerde toegang kregen. Opleidingen kregen bovendien de mogelijkheid een deel van hun studenten zelf decentraal te selecteren. Inmiddels maken vijf medische opleidingen hiervan gebruik.

De Tweede Kamer buigt zich binnenkort over een wetsvoorstel om opleidingen met instroombeperking meer ruimte te geven te selecteren. Het RVZ-advies gaat nog een stap verder en pleit voor honderd procent decentrale selectie. Wij zijn daar blij mee. De samenleving verwacht van artsen niet meer alleen dat ze voldoende kennis hebben, maar ook dat ze daarmee op de juiste manier omgaan. Klachten van patiënten over artsen gaan meestal over communicatie, bejegening of samenwerking. Het is niet voor niets dat deze competenties belangrijke onderdelen zijn geworden van zowel de basisopleiding tot arts als de specialistische vervolgopleidingen.

Veertig jaar verder betekent ook veertig jaar meer kennis over selectie. We weten nu dat er een relatie is tussen de vaardigheden als jonge student en de wijze waarop het beroep uiteindelijk wordt uitgeoefend. En we weten ook dat er methoden zijn, zoals de Multiple Mini Interviewtechniek (MMI), om te selecteren op de aanleg voor deze vaardigheden. Een MMI bestaat uit een aantal korte stations waarin studenten worden beoordeeld op non-cognitieve kwaliteiten die essentieel zijn in de latere beroepsuitoefening. MMI is voorspellend voor hoe gevorderde studenten tijdens de co-schappen functioneren.

Maar uit selectieonderzoek weten we ook dat cognitieve aspecten (beoordeeld op basis van schoolprestaties) weliswaar voorspellend zijn voor studiesucces in de eerste jaren, maar dat die relatie in hogere opleidingsjaren en in het klinisch praktijkonderwijs niet meer duidelijk is. Veel studenten met een eindexamengemiddelde van 8 of hoger presteren voortreffelijk, maar er zijn er ook die later in de opleiding, wanneer non-cognitieve vaardigheden belangrijker worden, door de mand vallen.

Na jaren van terughoudend beleid ten aanzien van selectie aan de poort, is de tijd rijp om aspirant-studenten te selecteren op basisvoorwaarden voor studiesucces en succesvolle beroepsuitoefening. Dat betekent dat de loting en de 8+ regeling verruild moeten worden voor een selectie op een combinatie van schoolprestaties en resultaten van MMI-achtige methoden.

Natuurlijk vallen bij zo’n selectie potentieel geschikte kandidaten af. Maar een zorgvuldig uitgevoerd selectieproces leidt tot een beter cohort studenten en tot meer maatschappelijke acceptatie. En de kandidaat is niet langer afhankelijk van een willekeurige loting, maar krijgt zelf het lot in handen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden