InterviewBoris Dittrich

Seksuele vrijheid en de omtrekkende beweging van Boris Dittrich

Zondag neemt Boris Dittrich (63) afscheid van Human Rights Watch. Hij heeft er internationaal veel voor lhbt’ers kunnen betekenen. Het oud-Kamerlid voor D66 hoopt op een senaatszetel, en dan heeft hij nog wel een paar punten. Zoals de multi-etnische samenleving. ‘We moeten verschillen niet uitvergroten, ik ben zelf zoon van een Tsjechische vluchteling.’

Boris DittrichBeeld Cynthia van Elk

Eigenlijk is Boris Dittrich, als hij zo terugkijkt, best tevreden. Wel trots ook. Elfenhalf jaar heeft hij namens Human Rights Watch (HRW) de rechten van lhbt’ers in de wereld bepleit. Het is niet voor niets geweest. Er is vooruitgang geboekt.

Wie de rapporten van HRW zelf leest, zou wellicht een andere indruk krijgen. Die gaan immers vrijwel altijd over misstanden en schendingen. Mishandeling van homoseksuele mannen. Uitsluiting van lesbische vrouwen. Ontkenning van het bestaansrecht van transgenders.

Veel ‘nare dingen’ inderdaad, Dittrich verneemt ervan uit eerste hand op zijn vele dienstreizen. ‘Het gesprek gaat vooral daarover en terecht, want we moeten de problemen aanpakken. Maar voor de mensen die dat alles in de media zien, is het goed te beseffen dat onze bemoeienis wel ergens toe leidt.’

Hij zegt het op een bijzonder moment. Enkele dagen eerder heeft het Hooggerechtshof van India besloten de oude koloniale wet te schrappen die ‘tegennatuurlijke seks’ strafbaar stelt. Homo’s, lesbiennes en transgenders mogen voortaan openlijk zichzelf zijn. ‘Een klinkend resultaat, in een land met 1,3 miljard mensen. Dat tikt wel aan.’

Meer dan twintig jaar had de Indiase homobeweging daarvoor geknokt, met hulp van HRW, dat een kantoor met drie mensen in New Delhi heeft. ‘Een van hen stond op het gazon voor het Hooggerechtshof, er waren honderden mensen. Zij maakte foto’s en vertelde hoe de sfeer was – mooi en feestelijk.

‘De activisten in India zijn heel slim en weten precies wat ze willen. Ze zeggen: dit is eigenlijk maar het begin, nu de volgende stap. Ze zijn geen tweederangs burgers meer en willen de agenda uitbreiden. Openstelling van het huwelijk, een antidiscriminatiewet. Waardoor ze weer bij ons gekomen zijn. Echt heel leuk. Dat geeft het werk perspectief.’

Ander bijzonder moment: zondag neemt de 63-jarige Dittrich afscheid van Human Rights Watch. Hij hoopt volgend jaar in de Eerste Kamer te worden gekozen voor D66, de partij waarvoor de oud-rechter en oud-advocaat eerder in de Tweede Kamer zat.

Vijf speerpunten heeft hij voor de senaat. De multi-etnische samenleving (‘niet verschillen uitvergroten, ik ben zelf zoon van een Tsjechische vluchteling’), het belang van de rechtsstaat en mensenrechten, een internationale blik (‘mijn werk bij HRW heeft me veel inzichten gebracht, ook dat we het in Nederland zo slecht niet hebben’), staatsrechtelijke kwesties en het belang van kunst en cultuur. Zijn man, Jehoshua Rozenman, is beeldhouwer. Mocht de Eerste Kamer niet lukken, dan is er altijd nog het schrijven. Vijf thrillers heeft Dittrich op zijn naam.

Het afscheid doet hem terugblikken op ruim elf jaar mensenrechtenactivisme. Dat levert, zoals gezegd, een batig saldo op. In Latijns-Amerika – bolwerk van machismo en katholicisme – gaf het ene na het andere land zich gewonnen voor het homohuwelijk en voor de rechten van transgenders. Een land als Servië, waar voorheen de gay pride werd verboden, heeft tegenwoordig een openlijk lesbische minister-president.

Of neem het conservatieve Japan, waar Dittrich de minister van Onderwijs wees op de noodzaak van beleid tegen pesten op school vanwege seksuele geaardheid. Er kwam een nieuw, genderneutraal schooluniform, bijscholing over homoseksualiteit werd verplicht voor docenten en met Unesco in Parijs organiseerden Japan en Nederland de allereerste internationale conferentie over het onderwerp. ‘Ik mag wel zeggen dat Human Rights Watch daarvoor gezorgd heeft’, zegt Dittrich.

Eigenlijk is het gesprek met hem één lange opsomming van successen en positieve ontwikkelingen – een enkele terugslag (Donald Trump!) daargelaten. Geen kwestie van borstklopperij, eerder een vaststelling van feiten.

Het gaat steeds beter met de rechten van lhbt’ers in de wereld?

‘Zeker. Toen ik net in New York zat in 2007, was ik druk bezig over openstelling van het huwelijk in Amerika te praten met organisaties die nog niet helemaal op één lijn zaten. In een interview met Vrij Nederland zei ik: ik streef ernaar dat homo’s in de VS ook mogen trouwen. Daar heb ik een heleboel reacties op gekregen, zo van: wat denkt zo’n Hollander wel? Maar we hebben ons met een deskundigenrapport gevoegd in de rechtszaak en in 2015 werd het huwelijk opengesteld door het Hooggerechtshof. Dus binnen tien jaar tijd is het toch tot stand gekomen, uiteraard door druk van Amerikaanse organisaties. In korte tijd is er ontzettend veel veranderd.

‘Dat zie je ook aan de transgenderbeweging. In 2008 heb ik in Madrid samen met de Nederlandse ambassade en de Spaanse overheid aan de wieg gestaan van de eerste wereldconferentie op het gebied van transgenders. Ik mocht een van de openingstoespraken houden. Er waren transgendermensen uit de hele wereld, zo’n tweehonderd, het was voor het eerst dat ze elkaar ontmoetten. Een belangrijk moment in de opbouw van het activisme.

‘En zie eens wat er nu allemaal tot stand is gebracht. In heel veel landen wordt je nieuwe genderidentiteit erkend in officiële documenten, in het paspoort. Dat gebeurt in Latijns-Amerika, Argentinië is het voorbeeldland. Malta heeft een heel mooie wet, met een snelle en soepele procedure voor erkenning van het nieuwe geslacht. Nederland heeft de wet aangepast, Denemarken, Ierland. Het Hooggerechtshof van India heeft een bijna poëtische uitspraak gedaan over het belang van kunnen zijn wie je bent.’

Roept dat niet veel nieuwe vraagstukken op, niet alleen in juridische zin?

‘Ja. Een geheel nieuwe kwestie is dat er ook in de lhbt-wereld spanningen zijn. Sommige lesbische vrouwen willen niets te maken hebben met transgendervrouwen. Volgens hen zijn dat geen echte vrouwen. Alle aandacht voor transgenders, zeggen ze, gaat ten koste van de aandacht voor de problemen die zij als lesbische vrouwen hebben, op het gebied van werk, huisvesting en dergelijke.’

Politieke correctheid in het taalgebruik is ook een kwestie.

‘Wij houden ons daar niet zo mee bezig. Maar er is inderdaad een stroming die erg politiek correct is. Je ziet dat – gelukkig niet extreem – ook een beetje in Nederland. Bijvoorbeeld de NS die niet meer ‘dames en heren’ zegt, maar ‘beste reizigers’. Nou, ik vind het prima. Maar wij houden ons met echte mensenrechtenschendingen bezig. Correct taalgebruik is zeker geen prioriteit.’

Boris DittrichBeeld Cynthia van Elk

De groei van het zelfbewustzijn onder transgenders, homo’s en lesbiennes vindt plaats náást het geweld dat soms lijkt toe te nemen. Het een heeft met het ander te maken. Grotere zichtbaarheid van lhbt’ers roept tegenkrachten op. Ook in landen waar nog niet zo lang geleden werd beweerd dat homoseksualiteit een door het Westen geëxporteerde perversiteit was.

Wat Dittrich in zulke waarlijk homovijandige landen níét doet is volledige vrijheid en gelijkheid eisen voor seksuele minderheden. Dat heeft volgens hem geen enkele zin in landen waar het praktiseren van homoseksualiteit strafbaar is – het zijn er ruim zeventig – en homo’s soms worden gemarteld in politiecellen. Hij hanteert een ‘rechtenaanpak’. Niet de seksuele vrijheid wordt benadrukt, maar het pakket aan mensenrechten op allerlei gebied, die óók moeten gelden voor lhbt’ers. Een omtrekkende beweging.

Het probleem is dat het internationaal recht niets expliciet zegt over de rechten van lhbt’ers.

‘Nou, eh, nee, ho ho…’ (hij fronst zijn wenkbrauwen, begint te grommen.)

Maar in geen van de mensenrechtenverdragen staat toch dat seksuele oriëntatie geen grond van discriminatie mag zijn? Er bestaat bijvoorbeeld vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, maar geen vrijheid van seksuele voorkeur.

‘Nee, maar wel het recht op gelijke behandeling voor iedereen, het recht op privacy. De overheid mag niet een huis binnenvallen omdat er twee mannen wonen. Met de Yogyakartabeginselen hebben wij de mensenrechten – en lhbt’ers zijn mensen, dus die vallen eronder – vertaald naar seksuele oriëntatie. Als er staat dat martelen verboden is, zeggen wij dat je iemand niet mag martelen vanwege zijn homoseksualiteit.’

De Yogyakartabeginselen werden in 2006 opgesteld door activisten en juristen, bijeen in Indonesië. Zij vlooiden bestaande mensenrechtenverdragen na, op zoek naar clausules die relevant kunnen zijn in de strijd tegen de discriminatie van homo’s en lesbiennes. Dat waren er nogal wat: een heel handboek was het resultaat. Het presenteren van de Yogyakartabeginselen aan de VN was een van de eerste activiteiten van Dittrich nadat hij was aangetreden bij HRW.

‘Voor mij is het een waanzinnig belangrijk document geweest, waarmee ik altijd kon laten zien welke rechten zwart op wit staan. Dan zie je meteen welke enorme discrepantie er is tussen wat als internationaal recht wordt aanvaard en wat de realiteit is voor lhbt’ers. Die kloof moet gedicht worden.

‘In Oeganda kreeg ik te horen: ‘In het verdrag over burgerrechten zien we niets staan over homoseksualiteit.’ Ik zei: dan moet je kijken wat de Mensenrechtencommissie van de VN over ‘seks’ heeft gezegd, daaronder valt ook seksuele oriëntatie. Ook jullie handtekening staat eronder.’

Boris DittrichBeeld Cynthia van Elk

Dus daarom protesteerde u toen ik zei dat het internationaal recht niets zegt over lhbt? Het is het argument dat door uw tegenstanders wordt gebruikt.

‘Precies.’

Oeganda is een sprekend voorbeeld van het samenspel van zichtbaarheid en homofobie. Het land stond de afgelopen jaren te boek als een van de meest homovijandige landen van Afrika, met een wetsontwerp over de doodstraf voor homo’s. Tegelijk, zegt Dittrich, is nergens in Afrika de homobeweging zo sterk als in Oeganda.

Het is ook een land waar Dittrich met succes nieuwe bondgenoten zocht. Die kunnen nodig zijn, zeker als zelfs mensenrechtenorganisaties en de vrouwenbeweging ervoor terugschrikken samen op te trekken met lhbt-activisten.

‘Dus wij hebben contact gezocht met de zakenman Richard Branson, van Virgin. Hij zou vestigingen gaan openen in Oeganda. We hebben met hem gesproken over de anti-homowet, die toen net was aangenomen door het parlement. De doodstraf was inmiddels veranderd in levenslang. In een interview met een Oegandese krant zei hij al zijn investeringen terug te trekken, als de wet zou worden uitgevoerd. Ook riep hij andere bedrijven op Oeganda te boycotten.

‘Kort daarop gaf president Museveni in dezelfde krant een interview, waarin hij zei dat die hele wet eigenlijk niet nodig was. Voor zijn land was het belangrijker dat de economie weer ging draaien, dat er buitenlandse investeerders kwamen. Vervolgens is de wet in een la verdwenen. Wat ik daarmee wil zeggen, is dat je moet bedenken met welke strategie je het meeste invloed kunt uitoefenen. De ene keer zijn dat zakenmensen, de andere keer bijvoorbeeld mensen vanuit het geloof.’

In 2009 sprak zelfs het Vaticaan zich na uw bemiddeling in de VN uit tegen strafrechtelijke vervolging van mensen vanwege hun seksuele geaardheid. ‘Baanbrekend’, noemde u dat toen. Toch blijft de r.k. kerk homoseksualiteit als tegennatuurlijk beschouwen. Valt er wel te praten met het Vaticaan?

‘Het ligt eraan wie je spreekt. Met sommigen valt wel degelijk redelijk te praten. Maar het Vaticaan heeft allerlei kampen die elkaar bevechten. Ik heb me drie keer in Rome laten uitnodigen. Een belevenis op zich. Drie jaar geleden was er een grote bisschoppensynode over lastige thema’s als echtscheiding en homoseksualiteit.

‘Samen met de Nederlandse ambassadeur kwam ik binnen bij de secretaris van de synode, een kardinaal, een hoge pief. Hij deed drie deuren achter ons dicht en zei: ‘Heeft iemand jullie op de gang gezien? De Amerikanen zijn vandaag gekomen.’ Amerikaanse kardinalen zijn heel conservatief en anti-homo. Hij was bang dat zij ons gezien hadden: Human Rights Watch bij de kardinaal! Dit om aan te geven welke spanningen daar bestaan, er is een enorme machtsstrijd aan de gang.’

Nog zo’n kikkervijver: de Verenigde Naties. Onder secretaris-generaal Ban Ki-moon werden eindelijk de seksuele minderheden op de kaart gezet. De Mensenrechtenraad nam resoluties aan, er kwam een rapporteur seksuele oriëntatie en genderidentiteit, de UN Free and Equal-campagne werd gelanceerd door Ban Ki-moon. Een ‘fantastische’ leider, volgens Dittrich, al had hij aanvankelijk weinig op met homorechten.

‘Voor mijn allereerste gesprek met hem, na een half jaar wachten, kreeg ik twee minuten. Hij zei: ‘Ja, maar ik kom uit Zuid-Korea, ik ben een man van middelbare leeftijd, wij praten niet over seks, laat staan over homoseksualiteit, en er zijn zo véél problemen in de wereld.’ Hij hield het helemaal af.’

Terug op kantoor in New York gaf Dittrich lucht aan zijn teleurstelling. ‘Wat een tegenvaller! Toen zei een collega: ‘Ik ken zijn speechschrijver, benader die eens.’ Ik heb een afspraak gemaakt met de man en uitgelegd waarom het zo belangrijk is dat de VN van bovenaf lhbt-rechten bevorderen. Hij vroeg mij het verhaal eens op te schrijven. Dat heeft hij vervolgens verwerkt in een toespraak van Ban Ki-moon, uiteraard na de nodige gesprekken met diens team.

‘Toen hebben ze dus echt besloten daar een speerpunt van te maken in het beleid van Ban Ki-moon. Diverse grote vergaderingen, mede door ons georganiseerd, heeft hij geopend met: ‘Ik wist er eigenlijk niets van, maar nu ik me erin verdiept heb, ben ik om.’ Sindsdien stelde hij het overal aan de orde. Zelfs op bezoek bij Afrikaanse homofobe leiders begon hij over de criminalisering van homoseksueel gedrag.’

Kunnen we concluderen dat Boris Dittrich invloed heeft gehad op de omslag bij de VN op lhbt-gebied?

‘Ja, samen met een heleboel anderen. Ik heb eraan kunnen bijdragen. Daar ben ik wel trots op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden