InterviewMinister Ferdinand Grapperhaus

Seks zonder instemming strafbaar: dat wordt de wet als het aan Grapperhaus ligt

Seks tegen je wil, ook al is er geen geweld bij gebruikt, daar wil minister Grapperhaus van Justitie korte metten mee maken. ‘De dader is niet meteen een verkrachter, maar begaat wel een strafbaar feit.’

Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) in de Tweede Kamer, op weg naar een debat.Beeld ANP

Ja, hij heeft hectische weken achter de rug, en nee, hij geeft niet op. Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) hoefde van de Tweede Kamer niet af te treden vanwege de corona-perikelen tijdens zijn huwelijk en dus werkt hij door. Dinsdag heeft hij de Tweede Kamer geïnformeerd over de modernisering van de zedenwetgeving waarmee hij al een tijd doende is. ‘Misdrijven tegen de zeden’ heten straks ‘seksuele misdrijven’.

Grapperhaus wil met zijn ‘sekswet’ slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag beter beschermen. Onvrijwillige seks moet eerder strafwaardig zijn en aanranding en verkrachting kunnen bij letsel zwaarder worden bestraft. Dat is vastgelegd in een voorlopig wetsvoorstel, waarop deze zomer maatschappelijke partijen konden reageren. De verscherping geldt ook voor seksuele intimidatie en voor online seksueel contact. Dat laatste moet vooral kinderen beschermen, tegen bijvoorbeeld seks-chatting door volwassenen.

Een van de eerste Kamerbrieven van Grapperhaus eind 2017 ging over #MeToo. Hij zag een leemte in de wet en stelde ook vast dat Nederland de Istanbul-conventie van de Raad van Europa heeft ondertekend, die in 2014 in werking trad en elke seks zonder instemming strafbaar stelt. Dat was het uitgangspunt voor zijn wetsherziening.

Op het bureau van Grapperhaus ligt een grote stapel kaarten van vrouwen (en in mindere mate mannen) die vinden dat alle onvrijwillige seks verkrachting is. Ze zijn bij de minister bezorgd door Amnesty International, naar aanleiding van de campagne #LetsTalkAboutYES: seks alleen bij expliciete toestemming. Grapperhaus heeft sympathie voor het standpunt van Amnesty en een aantal slachtofferorganisaties, maar denkt dat het juridisch niet haalbaar is.

In zijn gemoderniseerde zedenwetgeving introduceert hij daarom het delict ‘seks tegen de wil’. Wie seks heeft met iemand van wie je weet of kunt vermoeden dat hij of zij niet wil, is niet meteen een verkrachter maar begaat wel een strafbaar feit.

Grapperhaus: ‘Daarmee wil ik normeren dat je geen seks met iemand kunt hebben van wie je wist of behoorde te weten dat diegene niet wilde. In de wet geef ik rechters een eerste traptrede die houvast biedt om te straffen als het wel gebeurt. Nu volgt na een aangifte bij de politie vaak een sepot door het Openbaar Ministerie, omdat zij verkrachting niet kunnen vaststellen en dus geen zaak hebben voor de rechter.’

Wat is uw bezwaar bij het standpunt van Amnesty?

‘Bij verkrachting is een hulpmiddel gebruikt: de vuisten, een stok of een wapen, of de deuren van de kamer zijn op slot gedaan. Dwang en geweld vind ik als jurist een graad verder.’

Wat ondervangt u met ‘seks tegen de wil’?

‘Wat nogal eens voorkomt, is dat de vrouw van angst of door een shock verstijft als de man met seksuele handelingen begint. Tonische immobiliteit, heet dat. Bijvoorbeeld als de baas na kantoortijd de schoonmaakster lastigvalt. Zij wil nee zeggen, maar is daartoe niet in staat.’

In de toelichting bij het wetsvoorstel staat het voorbeeld van de vrouw die bij een man thuis drie keer ‘nee’ zegt, maar hem daarna laat begaan. Dan kan die man toch denken: ik heb haar overtuigd?

‘Nee, die man had moeten ophouden. Met zulke signalen moet je niet nonchalant of onvoorzichtig omgaan. Een kenbaar ‘nee’ negeren kan gewoon niet. Vergeet ook niet dat het vaak fout gaat met kwetsbare mensen in een afhankelijke situatie. Niet na doorzakken in de kroeg, nee, het is dan de oom of de buurman die beter had moeten weten. Uit de omstandigheden had juist zo iemand moeten afleiden dat het nichtje of de buurvrouw niet wilde. Dat wordt nu niet gedekt in de wet.’

De rechtspraak en de advocatuur hebben een ‘winstwaarschuwing’ gegeven: slachtoffers moeten geen wonderen van het strafrecht verwachten.

‘Ja, aanvankelijk sprak ik van een ‘redelijk vermoeden’. Onlangs hebben zij tijdens een rondetafelgesprek gezegd die drempel te laag te vinden en daar kan ik me iets bij voorstellen. Er moet volgens hen een ‘ernstig vermoeden’ zijn van niet willen. Het gaat erom dat schrijnende gevallen die tussen de wal en het schip vallen nu onder het recht komen. 

‘Iva Bicanic, coördinator van de centra voor seksueel geweld, zei tegen me: je hebt vrouwen die gaan bijten en krabben, die kunnen aangifte doen. Maar je hebt ook vrouwen die bevriezen, geen weerstand bieden en denken: als mij verder maar niks gebeurt. Daar mag een kerel niet mee wegkomen.’

De bewijslast is lastig. Het is doorgaans één tegen één. Sommige advocaten zeggen: zo worden mannen aan de goden overgeleverd.

‘Dat is niet zo. We hebben de centra voor seksueel geweld, we hebben gespecialiseerde zedenrechercheurs. Die kunnen heel goed feiten en omstandigheden vaststellen. Met lichamelijk onderzoek, met het nalezen van app-verkeer. Dat is hun vak. 

‘Als zo’n freeze wordt geconstateerd, moet een rechtsgang mogelijk zijn. Want het gaat nadrukkelijk niet om spijtoptanten, vrouwen die de volgende ochtend denken: ik vind hem eigenlijk een hufter en ga wraak nemen. Of: ik ben getrouwd en nu krijg ik gelazer thuis.’

U wilde een taakstrafverbod in de nieuwe wet, maar de rechtspraak is daartegen. Komt u daaraan tegemoet?

‘Ik wil daar zeker naar kijken ja. Maar niet als er dwang of geweld is gebruikt, dan past alleen een vrijheidsstraf.’

Hebt u ook naar de sekswet in Zweden gekeken?

‘Ja, naar allerlei internationale voorbeelden. Maar ik doe niet mee aan de karikatuur dat je voortaan vooraf eerst een formulier moet tekenen om seks te hebben. We brengen een maatschappelijke ontwikkeling in het strafrecht, dat is wat we doen. Dertig jaar geleden had je op kantoor blote-meidenkalenders en ranzige grappen, dat doen we ook niet meer. Die norm is terecht verschoven en onze samenleving is daar beter van geworden.’

U krijgt dit in deze kabinetsperiode niet meer af. Hoe nu verder?

‘Mijn streven is dat ik het wetsvoorstel panklaar voor behandeling achterlaat. Dan kan mijn opvolger er in beide Kamers goede sier mee maken.’

Lees ook 

Minister Grapperhaus is al een tijd doende met modernisering van de zedenwetgeving. Eerder schreef de Volkskrant daar dit artikel over.

Onze correspondent in Scandinavië schreef over de ‘sekswet’ in Zweden. Zijn artikel leest u hier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden