Seks en humor gaan slecht samen

Vervolg van pagina 1.

Omdat dus ons neukgedrag, anders dan dat van bijvoorbeeld walrussen en paarden, zo weinig spectaculair oogt, valt er, al kun je nog zo goed schrijven, aan de weergave ervan op papier niet veel eer te behalen. Het ene lichaamsdeel wordt onveranderlijk in het andere gestopt, daar komt het altijd weer op neer, en dat het ontvangende lichaamsdeel zowel de vagina als de anus kan zijn, maakt weinig uit, dus de discussie over de vraag of in Lady Chatterly's lover anale seks voorkomt, vind ik irrelevant, temeer daar de roman vanwege al dat coïteren tamelijk vervelend is. Dat Heinrich von Kleist de paring simpelweg met een liggend streepje weergaf, is derhalve begrijpelijk - beter en beknopter kan het nauwelijks. Doe je dat niet, en probeer je zo virtuoos en gevarieerd mogelijk zoveel mogelijk coïtussen te beschrijven - John Updike in Couples- dan blijkt toch, zelfs bij zo'n grootmeester, de verveling genadeloos toe te slaan. Dus wat doen de meeste auteurs? Ze wagen zich niet aan de beschrijving van de paring. Liever beschrijven ze allerlei andere seksueel gekleurde handelingen. Cunnilingus bijvoorbeeld, zoals Adri van der Heijden in een verhaal in Penthouse in 1990 - later verwerkt in Advocaat van de hanen, en naar mijn smaak een van de mooiste seksscènes uit de hele Nederlandse literatuur. Ook van de gedragshandeling pijpen valt meer te maken dan van neuken, zoals blijkt uit Dubin's lives van Bernard Malamud. Een van de hoogtepunten daarin is de beschrijving van fellatio van de hoofdpersoon door zijn jonge minnares. Wat het sterk maakt, is dat Dubin slaapt als zijn vriendin zijn lid in haar mond neemt, waarna hij klaarkomend ontwaakt.


Nog een handicap bij erotische scènes is het feit dat seks en humor slecht samengaan. Je ziet het ook in deze bundeling van 80 en enige verhalen uit de Nederlandse literatuur. Veel te lachen valt er helaas niet, al vind ik het regelrecht een wonder dat Elsbeth Etty zoveel goede verhalen bijeen wist te brengen. Als een van de weinigen was Gerard Reve ertoe in staat verbazend humoristische seksscènes te schrijven, soms met behulp van één woord, bijvoorbeeld als hij over het betreden der erogene zone zegt: ik ging het strafschopgebied binnen. Bijzonder grappig is de befaamde ezelscène. Maar ja, daar zie je ook alweer dat neuken met God in de gedaante van een ezel, althans als fantasie, veel leuker is dan met een medemens, omdat die ezel de trap wordt opgeholpen en omdat zijn poten omzwachteld moeten worden.


De ezelscène illustreert nog iets anders. Nog altijd is er een taboe op seks met dieren, net zoals er een taboe is op seks met minderjarigen. Maar juist taboes blijken machtige hulpmiddelen om opwindende literatuur te vervaardigen. Lolita van Nabokov zal, los nog van het feit dat het prachtig geschreven is, opwindend blijven zolang het not done is dat oudere mannen met dertienjarige meisjes vrijen, en hetzelfde geldt voor literatuur waarin beschreven wordt hoe iemand met een herkauwer cohabiteert. Voorbeelden daarvan zijn er nauwelijks, al heeft Faulkner in The Mansion (waarom is dat nog nooit in het Nederlands vertaald?) buitengewoon fraai beschreven hoe iemand verslingerd is aan een koe.


Mijn voorspelling is dat juist deze taboe-onderwerpen in de toekomst voor meesterwerken zullen zorgen omdat huis-tuin- en-keukenseks geen taboe meer is, en er dus voor een zichzelf respecterend auteur niets mee te winnen valt om iets te beschrijven dat vrijwel alle lezers uit eigen ervaring kennen.


DUIZEND PAGINA'S EROTICA, MAAR ZONDER REVE EN GIPHART

Er is gewoon te veel, ontdekte Elsbeth Etty, recensente van NRC Handelsblad, toen ze in de Koninklijke Bibliotheek onderzoek deed naar Nederlandstalige erotische literatuur. Te veel om ook nog romanfragmenten op te nemen, die dan bovendien uit de context zouden worden gelicht, in haar bloemlezing van duizend pagina's die deze week verscheen.

Curieus genoeg heeft Etty toch een romanfragment geselecteerd, 'Paard en ruiter' uit Rachels rokje (1994) van Charlotte Mutsaers. Nog curieuzer is het gedicht 'De heilige Maria Juana' dat W.F. Hermans in 1968 onder het Mexicaanse pseudoniem Luís Cimatarra publiceerde. Ook uit de roman Advocaat van de hanen van Constantijn Huygensprijs-winnaar A.F.Th. van der Heijden is een fragment opgenomen, 'Cunnilingus ad absurdum' (1990), waarvan de publicatie wordt gerechtvaardigd met het argument dat de auteur het destijds als kort verhaal in Penthouse heeft voorgepubliceerd.

Etty's bloemlezing bevat uitsluitend naoorlogse Nederlandstalige verhalen, op een verhaal van Louis Couperus uit 1916 na, waarin de verteller zijn Italiaanse vriend Orlando Orlandini bezingt.

Voor het schrijven van erotica zijn talent, goede smaak, intelligentie en humor nodig, schrijft Etty in het voorwoord. Ze vond deze kwaliteiten terug bij bekende namen als Mulisch, Grunberg, 't Hart, Van Royen en Siebelink, en minder bekende auteurs als Frank Adam, Laurent Veydt en Hein Wybrand (alias Arthur Docters van Leeuwen).

Vonne van der Meer, Ronald Giphart en de erven Gerard Reve gaven geen toestemming voor opname van hun verhalen in deze bloemlezing.

De Nederlandse erotische literatuur in 80 en enige verhalen - verzameld door Elsbeth Etty.

Prometheus; 1044 pagina's; € 19,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden