Seks, drugs en verveling op de rode rots

De ellende is groot in Aboriginal dorpen zoals Mutitjulu; kindermishandeling en alcoholverslaving zijn aan de orde van de dag. Dit zegt de Australische regering, die met ingrijpende maatregelen komt....

De eerste kennismaking met de Aboriginal gemeenschap onder de rook van de beroemde rode rots Uluru is een schok. Is dit het welvarende Australië, het gelukkige land, waar de blanke bewoners zo hoog van opgeven? Mutitjulu lijkt meer op een verzameling huizen in een arm land, met oude auto’s die waarschijnlijk nooit meer zullen rijden en honden die rondscharrelen op knalrode aarde.

Mutitjulu is, net als de meeste Aboriginal dorpjes in dit deel van Australië, streng verboden toegang voor buitenstaanders. Grote borden waarschuwen dat een pasje nodig is om verder te mogen. ‘Duizend dollar boete’, staat er. Maar het zijn nu bijzondere tijden.

De regering heeft eind vorige maand ingrijpende maatregelen afgekondigd om een einde te maken aan de bandeloosheid in ruim zeventig Aboriginal gemeenschappen in het noorden van het land. Alcohol- en drugsmisbruik, kindermisbruik en het kijken naar pornografie zijn aan de orde van de dag, zegt de regering. ‘Er is sprake van een noodtoestand’, verkondigt premier John Howard.

Het is dus schrikken bij binnenkomst van Mutitjulu bij Uluru, of zoals veel Australiërs zeggen Ayers Rock. Het dorpje ligt in het nationale park rond de rots.

Net als in een doorsneedorp in een arm land zijn de bermen bezaaid met afval. Het benzinestation staat achter een manshoog hek, de winkel lijkt op een vesting.

Langs de weg rookt een oude man een sigaret. Hij verstaat nauwelijks Engels, zoals velen in de nederzetting van circa 150 inwoners. Hij is niet onvriendelijk en gebaart naar het Community Centre. Dat is een gebouw dat is geschilderd in fel rood, zwart en geel; de kleuren van de Aboriginal vlag. De weinige mensen die daar zijn, kijken de andere kant op. Zelfs de honden hebben geen interesse.

Binnen is de ontvangst minder vreedzaam. ‘Heb je een pasje?’, is het eerste dat een man achter de balie vraagt. Hij speelt een kaartspelletje op zijn computer. ‘Nee? Dan hoor je hier niet te zijn. Ga naar het bezoekerscentrum van het park en vraag daar toestemming om hier te komen. En haal het niet in je hoofd om foto’s of opnamen te maken’, voegt hij er dreigend aan toe.

Het aanvragen van de vergunning gaat gemakkelijk, maar toestemming om de nederzetting te bezoeken, komt de komende vijf dagen niet. De bewoners van Mutitjulu willen niet meer uitgebreid praten met de pers. ‘Nu niet’, is het antwoord op de vraag of iemand wat wil zeggen. ‘Wanneer dan wel?’ ‘Anytime’, is de nietszeggende reactie. De bewoners hebben genoeg van alle beschuldigingen, die terecht of onterecht hun kant zijn opgekomen.

Het is begrijpelijk dat de oorspronkelijke bewoners van Australië afhoudend zijn. Van de witte Australiërs hoefden ze de afgelopen 220 jaar nooit veel te verwachten. Argwanend en op de hoede zijn en afstand houden, lijkt de beste methode om te overleven.

Desondanks lijkt Mutitjulu, net als zoveel Aboriginals nederzettingen in de uitgestrekte en lege woestijn, ontspoord. Volkomen ontspoord. Ook uit dit dorp komen verhalen over seksueel misbruik van kinderen. De Koori Mail, het Aboriginal tijdschrift dat elke twee weken verschijnt, schrijft dat in Mutitjulu benzine zou zijn geruild voor seks met jonge meisjes.

In een vorige maand verschenen onderzoek, kwam naar voren dat in elk van de onderzochte Aboriginal nederzettingen in Northern Territory sprake is van seksueel misbruik van kinderen. In het rapport stonden geen harde bewijzen en werden geen namen van dorpen genoemd. Alcohol heeft vaak een vernietigende werking op het dagelijkse leven. Veel mannen zijn elke dag dronken en vergapen zich aan porno, zo blijkt uit het rapport. Veel dorpen staan op de rand van de afgrond. Er is geen of nauwelijks werk, het opleidingsniveau is laag, iedereen verveelt zich te pletter.

De oplossing van de regering is ingrijpend. Er komt extra politie, gesteund door het leger. De uitkeringen worden gekort als ouders hun kinderen slecht te eten geven of niet naar school sturen. Alle kinderen onder de 16 moeten worden onderzocht op geslachtsziekten en het pasjessysteem gaat op de helling.

Mutitjulu bij Uluru is een speerpunt van het machtsvertoon van de regering om een einde te maken aan de wantoestanden. Jaarlijks bezoeken 400 duizend toeristen de rots die ruim 200 meter uit de vlakte opreist. De bewoners van Mutitjulu zijn eigenaar van Uluru en door het toerisme stroomt veel geld hun kant op. Er is werk. De gemeenschap zou het goed moeten doen.

De afgelopen twee weken is Mutitjulu daarom al twee keer bezocht. Het dorp krijgt als eerste extra politie. Bij het laatste bezoek, begin juli, komt de minister van Aboriginal Zaken Mal Brough langs. Journalisten mogen mee in de colonne van leger, politie en andere hoogwaardigheidsbekleders die het dorp binnendendert.

Op een stoffig plein wachten tientallen bewoners op de stoet. Brough stelt de politie en de soldaten voor die hier de komende tijd worden gestationeerd. ‘Ik ben moeder, grootmoeder en overgrootmoeder’, spreekt Sue Gordon, voorzitter van het interventieteam, de bewoners toe. ‘We geven om onze kinderen. Hier hangt de vlag van de Verenigde Naties. Australië heeft het verdrag over kinderrechten ondertekend. We moeten er alles aan doen om het na te leven.’ Een tolk vertaalt de woorden, de bewoners, die op plastic stoelen in een kring zitten, luisteren zonder emotie. Daarna is het perscircus voorbij. Als de inwoners vragen willen stellen aan Brough en Gordon moet de pers ophoepelen.

Mutitjulu is boos over de plotse inval van de regering. De nederzetting heeft de ellende de laatste jaren niet gelaten over zich heen laten komen. Gedurende enkele jaren is het gebruik van alcohol verboden. Ook verkoopt de plaatselijke benzinepomp de zogenoemde opal benzine. Deze brandstof ruikt veel minder dan ‘gewone’ brandstof en is daarom minder aantrekkelijk om te snuiven, een populaire, maar extreem ongezonde bezigheid onder jeugd in de Aboriginal dorpen.

Jongerenwerker Be Ward verwoordt de onvrede over het machtsvertoon van de regering. De blanke Australiër geeft net buiten Mutitjulu schilderles aan zeven Aboriginal kinderen. Hij werkt namens een christelijke hulpverleningsorganisatie als jongerenwerker in Mutitjulu. Hij woont al enige maanden in de geplaagde gemeenschap en wil praten over het leven van alledag.

De jongerenwerker herkent zich niet in het rapport over seksueel misbruik. ‘Wat ik zie is dat de kinderen gelukkig zijn, hun ouders zorgen goed voor ze’, zegt hij. ‘Ze groeien op als Aboriginal kinderen, leren hun eigen taal en gebruiken.’ Het probleem is hier niet kindermishandeling, maar suikerziekte en overgewicht. Er komt hier maar een keer paar maand een verpleger. Waarom niet vaker?’

Hij is trots op zijn kinderen. ‘Goed hè? Ze schilderen beter dan ik’, zegt hij en wijst naar Kevin, die netjes stipjes zet op een klein doek. Er ontstaat een afbeelding van Uluru met witte stippen erboven in een zwarte hemel. ‘We regelen dat er verf is, dat ze hier kunnen zitten en we houden toezicht.’ Hij is te spreken over Kevin, een jongen van een jaar of zes. ‘Gisteren was hij erg druk, er was geen land met hem te bezeilen. Nu is hij een tijdje geconcentreerd bezig. Je moet kinderen wat aanbieden, anders gaan ze zich vervelen en gaat het fout.’ Behalve schilderen organiseert Ward sportactiviteiten, een disco en neemt hij de jongeren mee de woestijn in waar ze leren voedsel vergaren. ‘Morgen gaan we op zoek naar mieren die een honingdruppel aan hun lijf hebben. Die zuig je uit en dan zet je de mier weer terug.’

Hij ontkent niet dat er problemen zijn geweest. ‘Dat hek bij het benzinestation was nodig, omdat de jeugd benzine kwam stelen. De winkel is een vesting, omdat er veel vandalisme was en pogingen tot inbraak onder invloed van de benzine en drank. Dat is nu voorbij’, zegt hij.

Ward begrijpt niet, en met hem veel bewoners van Mutitjulu, dat de regering juist nu orde op zaken komt stellen. ‘We zijn goed op weg met de opal benzine en het alcoholverbod en nu ineens dit.’ Hij vermoedt een dubbele agenda van de conservatieve regering Howard. ‘Dit jaar zijn er verkiezingen en hij is druk bezig om herkozen te worden. Ik hoop dat er wat goeds komt uit de maatregelen, maar ik weet het niet.’

Een heet hangijzer is het opschorten van het pasjessysteem. Ward mag alleen bezoekers uitnodigen in zijn huis in Mutitjulu als ze een pasje hebben van de gemeenschap. Afspreken moet dan ook buiten het dorp.

Hij wil, net als veel bewoners, de pasjes in stand houden. ‘Zonder de pasjes kan alcohol eenvoudiger het dorp in komen. Dan hebben mannen die kwaad willen ook makkelijker toegang.’

Ook hier ziet hij een dubbele agenda. Het verdwijnen van de pasjes verschaft mijnmaatschappijen onbeperkt toegang tot de reservaten. ‘Het land wordt onder de ogen van de Aboriginals weggegraaid’, meent hij. En de meeste Aboriginals denken er net zo over.

Twee uur na zijn aankomst is de minister klaar in Mutitjulu. ‘Het was een goede bijeenkomst’, zegt hij aan de rand van het dorp tegen de wachtende journalisten. ‘De bewoners klapten toen we over meer politie spraken.’ En weg stuift hij, op weg naar het volgende dorp in problemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden