InterviewHeleen Huisman

SEH-arts in quarantaine: ‘Dit is zo frustrerend’

Heleen Huisman. Beeld Kiki Groot

Het is haar passie om patiënten te redden die vechten voor hun leven. Maar spoedeisendehulp-arts Heleen Huisman zit thuis. Met corona. Ze voelt zich machteloos. ‘Een voordeeltje: hopelijk ben ik straks immuun voor het virus als de meeste patiënten komen.’

Het liefst zou spoed­eisendehulp-arts Heleen Huisman (48) bij haar collega’s in ziekenhuis Bernhoven in Uden ‘aan de frontlinie staan’. Maar een van de problemen tijdens de coronacrisis: juist zorgverleners zijn kwetsbaar voor het virus, 4 procent van de Brabantse ziekenhuismedewerkers testte bij een steekproef positief. Zo ook Huisman. Eén voordeel; als de grote hausse aan ­patiënten straks komt, heeft zij het ­virus al gehad.

Hoe hebt u het virus opgelopen?

‘In de week voordat ik besmet bleek, begon het in Brabant echt los te barsten. Toen kwam er een patiënt op de spoedeisende hulp (SEH) die niet aan de toen geldende definitie van een mogelijke coronapatiënt voldeed, maar wel dusdanig ziek was dat ik dacht: ‘Dit zou er weleens één kunnen zijn.’ Later bleek deze patiënt inderdaad positief. Dat zou dus goed mijn besmettingsbron geweest kunnen zijn.

‘Vorige week dinsdag was ik ’s ochtends niet helemaal fit, ik had spierpijn en wat keelpijn, maar ben met paracetamol toch aan het werk gegaan. Ik dacht niet: nu ben ik aan de beurt, zo heftig was het niet. Ik ben ­eigenlijk ook nooit ziek. Ik heb het van de week nog nagekeken, de laatste keer dat ik me heb ziek gemeld, is tien jaar geleden. Op de SEH sta ik continu bloot aan kleine beetjes ziektekiemen, dus mijn afweer is altijd up to date. Tegen alles wat voorbijkomt, heb ik meestal dus wel afweer. Maar natuurlijk niet tegen een nieuw ­virus.

‘Ondanks dat ik maar vage klachten had, heb ik me op advies toch laten testen. Ik heb een verantwoordelijkheid tegenover de patiënten en mijn collega’s. Toen ik vrijdagavond op de bank televisie zat te kijken, kreeg ik een telefoontje. ‘Helaas, je bent besmet.’’

Hoe is het om als arts juist nu thuis te zitten?

‘Heel frustrerend. Ik mis de actie. Ik ben niet voor niets SEH-arts geworden. Bevraag mij, geef mij problemen die ik ad hoc moet oplossen, dat vind ik het mooiste dat er is. Niet alleen in de patiëntenzorg, als er plots heel zieke mensen of slachtoffers van ongevallen worden binnengereden. Maar ook beleidsmatig, hoe je een hele crisisorganisatie opzet.

‘Dan is het moeilijk te moeten toekijken. Als ik soms moe en overvraagd ben, denk ik weleens: kon ik maar thuis zijn en helemaal niets hoeven. Nou, ik kan je zeggen, dat gevoel was na één dag al weg. Maar ook hierin moet ik mijn verantwoordelijkheid nemen en thuis uitzieken.’

Denkt u dat de ziekenhuizen klaar zijn voor de mogelijke hausse aan patiënten straks?

‘Ik ben ook instructeur rampen­geneeskunde en geef dan les hoe je een ziekenhuis moet inrichten tijdens rampen en pandemieën. Daar is de afgelopen jaren gelukkig steeds meer aandacht voor gekomen, waarbij er ook specifiek is geoefend op pandemie-scenario’s. Ik merk nu dat de leden van het crisisbeleidsteam goed weten wat ze moeten doen, en dat veel van de dokters weten hoe ze hulp kunnen bieden.

‘Ik ben er trots op als ik zie hoe de hele organisatie in no-time omschakelt naar een goed draaiende crisisorganisatie. Al die scholingen, al die uren training de afgelopen jaren zijn niet voor niets geweest.’

Bernhoven is een klein ziekenhuis. Kan dat al die patiënten wel aan?

‘Wij hebben onze standaardcapaciteit uitgebreid. Maar wij zijn relatief zwaar getroffen. Bernhoven is inderdaad niet zo groot, maar juist in deze regio hebben heel veel mensen onze zorg nodig. Daarom zijn we nu echt afhankelijk van samenwerking met de grote ziekenhuizen in de buurt als Tilburg en Eindhoven. Dat werkt nu super: één belletje en we kunnen zo drie patiënten kwijt. Het is mooi om te zien hoe de regio dan ­samenwerkt.

‘Waar ik ook trots op ben is de saamhorigheid die in een ziekenhuis op gang komt. Zo veel mensen zijn bereid bij te springen, ook op tijden dat dat helemaal niet sociaal wenselijk is. Ik moet dat allemaal missen nu, maar ik hoor het wel en dat doet me enorm goed.’

Vreest u wat nog komen gaat als u straks weer aan het werk gaat?

‘Ik hoop dat ik er snel doorheen ben. Het is een geluk bij een ongeluk dat ik het ­virus al in een vroeg stadium van de uitbraak heb gekregen, dan heb ik straks hopelijk een vorm van immuniteit. Als het systeem helemaal overbelast is, ben ik weer inzetbaar.

‘Ik ben er wel bang voor dat we meer richting Noord-Italiaanse toestanden gaan. Ook als iedereen vanaf nu thuis blijft, zal dat deels te laat zijn, en zal het aantal zieken verder oplopen.

‘Het liefst zou ik dit soort problemen niet hoeven op te lossen, maar dit is wel mijn vak. En het vak van de verpleegkundigen, van de intensivisten en van de artsen op de corona-afdeling. Dat zijn mensen die snel kunnen schakelen en van aanpakken weten. Dat moet ook wel, want als we eerst rustig achterover gaan leunen en eens uitgebreid gaan debatteren hoe we de crisis van een patiënt het hoofd kunnen bieden, komt-ie nooit aan de beademing.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden