Segregatie in onderwijs: de klas is een bubbel van gelijke zielen

Scholen dreigen 'bubbels' van gelijkgestemden te worden, signaleerde de Onderwijsinspectie deze week. Zelfs in Groningen. Hoe erg is dat?

Kleuters op de Groningse Schoolvereniging krijgen ict-les, in het Engels. Foto Harry Cock / de Volkskrant

 'Please sit down on the carpet', zegt Sjoert Fleurke tegen de kleuters van groep 1. Het is vrijdagochtend en voor de 4- en 5-jarigen staat er vandaag een ict-les op het programma. In het Engels welteverstaan -dit zijn Nederlandssprekende kinderen. Na de instructie neemt de vakdocent er een paar apart. Op een speelkleed moet een voorgeprogrammeerde robotbij zijn weg weten te vinden naar de papegaai. 'How many steps does it take to get to the parrot?'

Nee, doorsnee is de Groningse Schoolvereniging (GSV) in de wijk Helpman niet. Het reguliere basisonderwijs (550 leerlingen) is al vanaf de onderbouw tweetalig. Daarnaast heeft de school een volledig Engelstalige internationale tak (200 leerlingen) en een afdeling voor hoogbegaafden (140 leerlingen).

De school is in trek: de afgelopen jaren verdubbelde het aantal leerlingen. Er staan er nog honderden op de wachtlijst. De hoogbegaafdenafdeling is noodgedwongen ondergebracht in een apart gebouw verderop in de wijk. 'Het paste niet meer', zegt directeur Ton Wiegman.

Overal in het gebouw klinken Nederlands en Engels, de internationale klassen herbergen 45 nationaliteiten. Toch is de GSV in een ander opzicht minder divers. De school trekt vooral leerlingen uit de hogere sociale klasse. Ook de uitstroom is atypisch: ruim 63 procent van de leerlingen komt terecht op het vwo of gymnasium (landelijk: 21 procent), slechts 11 procent belandt op het vmbo (landelijk: 50 procent).

Daarmee is de school exemplarisch voor een trend die de Onderwijsinspectie deze week signaleerde. Leerlingen met een vergelijkbare sociaal-economische achtergrond clusteren steeds vaker samen op dezelfde scholen. Vooral kinderen met hoogopgeleide ouders zonderen zich af. Er ontstaan in het Nederlands onderwijs 'bubbels van gelijkgestemden', schreef de inspectie in haar jaarlijkse rapport, 'waar leerlingen nauwelijks uitkomen'.

Snelle toename

In elke stad is de situatie anders, zegt Inge de Wolf, 'maar in sommige steden zie je de sociaal-economische segregatie hard toenemen.' De Wolf is onderwijsinspecteur en bijzonder hoogleraar onderwijssystemen aan de Universiteit Maastricht. Ze onderzocht hoe de leerlingenpopulatie in het basis- en voortgezet onderwijs zich tussen 2008 en 2016 ontwikkelde in grote- en middelgrote steden.

De opleidingssegregatie blijkt het sterkst in Den Haag, maar in geen andere stad nam de verdeeldheid sneller toe dan in Groningen. Om scholen in die stad een perfecte weerspiegeling te laten zijn van de inkomens in de wijk waarin ze staan, zou inmiddels 52 procent van de basisschoolleerlingen van school moeten veranderen. In 2008 was dat nog 42 procent.

Voor een groot deel heeft de segregatie te maken met de samenstelling van de wijken waar scholen staan. Om in Groningen te blijven: in de buurt Helpman wonen meer hogeropgeleiden dan in Vinkhuizen en dat is terug te zien op de scholen. Maar uit het inspectieonderzoek blijkt dat scholen vaak homogener zijn dan de buurt waarin ze staan. In Groningen is bijvoorbeeld eenderde van de segregatie naar opleidingsniveau te wijten aan schoolkeuze van ouders en kinderen.

Vanaf de onderbouw wordt op de Groningse Schoolvereniging tweetalig les gegeven. Foto Harry Cock / de Volkskrant

Het zijn resultaten waar Thijs Bol niet van opkijkt. De socioloog doet aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek naar onderwijsongelijkheid. Kinderen van hoogopgeleide ouders klonteren samen op categorale gymnasia, tweetalig onderwijs of bijzondere onderwijsconcepten als Montessorischolen en vrije scholen, zegt hij. 'Of dat is omdat ze afkomen op een school met veel gelijkgestemden of omdat mensen met een vergelijkbaar opleidingsniveau nu eenmaal hetzelfde zoeken in een school, weten we nog niet.'

De Onderwijsinspectie ziet dat er steeds meer van dit soort scholen worden opgericht en bestaande scholen groeien - waardoor de segregatie toeneemt. Zo maakte de Vereniging van vrijescholen deze week bekend dat het aantal leerlingen er de laatste tien jaar met 35 procent is toegenomen - in totaal goed voor meer dan 7.000 extra leerlingen.

Hoogopgeleide ouders zijn er bovendien steeds meer op gespitst een zo hoog mogelijke Cito-score en schooldiploma uit te slepen voor hun kind. De Wolf: 'Je ziet op de arbeidsmarkt een tweedeling ontstaan. Mbo'ers krijgen steeds vaker een flexcontract, hoogopgeleiden zijn beter af. Daar reageren vooral hoogopgeleide ouders op. Ze willen er zeker van zijn dat hun kind maximale kansen krijgt.'

Wijde omtrek

Het is te merken op het GSV in Groningen. Volgens directeur Wiegman groeit zijn school zo hard vanwege de 'ambitieuze leeromgeving'. 'Wij vragen ons steeds af wat kinderen nodig hebben om zich voor te bereiden op de toekomst.'

Ouders kiezen daar bewust voor, zegt de directeur. En ze zijn bereid afstanden te overbruggen. Ongeveer de helft van de leerlingen komt uit de omgeving van de school in Groningen-Zuid, een kwart komt uit andere stadswijken en nog eens een kwart - vooral leerlingen van de internationale en hoogbegaafden-afdeling - uit de wijde omtrek.

Ze zijn ook bereid om flink extra te betalen. Omdat de reguliere bekostiging door de overheid niet toereikend is voor de kleinere klassen en extra vakleerkrachten voor onder meer Engels, Spaans, muziek, gymnastiek, ict en schaken, vraagt de GSV een vrijwillige ouderbijdrage, variërend van 643 tot 1.162 euro per kind per jaar. 'Zo tillen we het onderwijs naar een hoger plan', aldus de directeur.

Is zijn school niet te veel een 'bubbel van gelijkgestemden' aan het worden, waar de inspectie voor waarschuwt? Wiegman vindt van niet. 'In cultureel opzicht is onze school juist zeer divers. Wij staan open voor iedereen. We selecteren niet op opleidingsniveau van ouders.' Veel leerlingen uit hogere sociale milieus maakt het werk bovendien niet per se makkelijker, zegt hij. 'Als kinderen meer kunnen, leg je de lat hoger.'

Ook ouders op het schoolplein zien weinig kwaad in hun schoolkeuze. Ze erkennen hun bevoorrechte positie. 'Maar dit is nu eenmaal een fijne school', zegt een moeder die net haar dochter heeft weggebracht. 'Engels is een wereldtaal. Dat kinderen daar al zo jong mee in aanraking komen, vind ik goed.'

De inspectie maakt zich wel zorgen over de toenemende segregatie. Hoewel er tot nu toe weinig kwaliteitsverschillen te zien zijn tussen scholen, zou dat snel kunnen veranderen. De meeste scholen met veel kinderen van laagopgeleide ouders doen het even goed als scholen met veel leerlingen uit goede milieus, zegt De Wolf. 'Maar we zien nu al dat scholen met een uitdagende leerlingenpopulatie meer worstelen met het lerarentekort. Juist zij hebben goede docenten het hardst nodig.'

Voor de leerlingen maakt het ook uit. Gemengde scholen zijn goed voor sociale vaardigheden van leerlingen, zegt de inspecteur. Wat de gevolgen zijn voor hun cognitieve vaardigheden is nog niet duidelijk. 'Onderzoeken laten wisselende resultaten zien.'

Hoogleraar onderwijseconomie Lex Borghans ziet het niet zo somber. 'Ik begrijp de zorgen van de inspectie, maar je kunt je ook afvragen of iedereen zich terugtrekt in zijn eigen bubbel, of dat mensen nu eenmaal verschillende smaken hebben.' Sommige ouders willen graag een traditionele, strenge school met veel discipline. 'Die hebben niets op met dat losse Montessori-onderwijs. Dat is toch prima? Iedereen kan in Nederland kiezen voor het onderwijs dat hij wil en dat bij hem past. Dat is mooi.'

Toch hoopt de inspectie dat gemeenten en scholen gaan nadenken hoe de groeiende segregatie geremd kan worden. Scholen met veel leerlingen uit een laag sociaal-economische milieu moeten aantrekkelijker gemaakt worden voor leerkrachten en voor rijke ouders.

De Wolf: 'Ik was laatst op het Da Vinci College in Roosendaal, een vmbo- en praktijkschool, die sinds kort in een prachtig gebouw zit. De scholenvereniging heeft er bewust voor gekozen niet het gymnasium maar juist deze school in het mooiste gebouw te zetten. Nu merken ze dat ze een ander type leerlingen aantrekken.'

Ook in Groningen wordt nagedacht over manieren om de tweedeling in het onderwijs tegen te gaan, zegt woordvoerder Hans Coenraads. De gemeente is geschrokken van het inspectierapport. Maar aan de vrije schoolkeuze van ouders valt niet te tornen. Dus doet Groningen het anders, zegt Coenraads. Hij wijst op de inzet van 'brugfunctionarissen' op scholen, die ouders wijzen op ondersteunende regelingen. Er is een programma voor leerlingen met taalachterstanden en alle kinderen krijgen straks recht op twee dagen kinderopvang.

De huisvesting van het openbaar onderwijs is eigenlijk de enige manier om leerlingen rigoureus te mengen. Dat gaat gebeuren in de Oosterparkwijk, een oude volksbuurt waar steeds meer hoger opgeleiden neerstrijken. Die sturen hun kinderen nu vaak naar de Borgmanschool. Ouders met een lager opleidingsniveau kiezen vaker voor de Siebe Jan Boumaschool.

Vanaf 2020 krijgen de leerlingen les onder één dak. Eerlijk is eerlijk: beide scholen waren toe aan een nieuw gebouw. Maar de gemeente hoopt op meer.

Keuze

Hoe kiezen ouders een basisschool voor hun kind? Lex Borghans, hoogleraar onderwijseconomie, onderzocht in 2014 de basisschoolkeuze van 15 duizend kinderen in Zuid-Limburg. Afstand is veruit de belangrijkste factor. Hoogopgeleide ouders kijken daarnaast vaker naar de gemiddelde Cito-score.

Meer over