Sedaris' superieure ironie is verslavend

Witteman heeft iets gelezen

Er zijn nog steeds mensen die David Sedaris niet kennen. Daar moet een eind aan komen, want hij is een van de geestigste schrijvers van de 21ste eeuw. Op onnavolgbaar grappige wijze beschrijft hij het gezin waarin hij opgroeide, als neurotisch kind lijdend onder iets dat tegenwoordig zware adhd genoemd zou worden, tussen merkwaardige en misschien niet honderd procent liefdevolle ouders; een vader die altijd in zijn onderbroek loopt en zo gierig is dat hij uitsluitend bijna bedorven, sterk afgeprijsd voedsel aanschaft, een moeder die veel rookt en drinkt en op de raarste uren van de dag dutjes doet maar zelden 's nachts, vier oudere zussen in diverse gradaties van milde krankzinnigheid, een mopperend Grieks omaatje in zwarte doeken, en een jonger broertje dat even stoer en vechtlustig is als hij zelf bangelijk en op het verwijfde af keurig. ('Jongens die hun weekends doorbrengen met het bakken van bananen-notenmuffins blinken doorgaans niet uit in de kunst van het lijf-aan-lijf-gevecht.')

Sedaris' werk is (of líjkt, waarover straks meer) grotendeels autobiografisch. Het merendeel van zijn korte verhalen gaat over hemzelf, zijn vreemde familie en zijn nuchtere levenspartner Hugh. Hij beschrijft dat hij al zó lang met hem samen is dat ze ware passie alleen nog voelen bij hevige ruzies: 'Hij sloeg me eens op mijn hoofd met een gebroken wijnglas, waarna ik mezelf liet vallen, en deed alsof ik bewusteloos was. Dat was romantisch, tenminste, dat zou het zijn geweest als Hugh aan mijn zijde was neergezegen, in plaats van over me heen te stappen om stoffer en blik te halen.'

Je vraagt je af of zijn geliefden wel zo gediend zijn van zoveel openheid. Toegegeven, ook zichzelf spaart hij bepaald niet. De beschrijvingen van zijn voormalige verslaving aan drank en speed, bijvoorbeeld, met alle mensonterendheden van dien zijn in al hun openhartigheid zeer geestig en bizar, maar ook pijnlijk.

De vraag rijst of alles wel 'echt gebeurd' is. Op zich zou het er niets toe moeten doen, maar toch; ik moet vaak denken aan Running with scissors (2002), óók al zo'n geweldig boek, van Augusten Burroughs over óók al zo'n disfunctioneel gezin (lees dat boek!); Burroughs' ouders ontkenden het merendeel van de beschreven gebeurtenissen en spanden zelfs een rechtszaak aan.

Was het niet Gerard Reve die iets zei als 'in wezen is alles wat iemand opschrijft natuurlijk autobiografisch'? Waar of niet waar, de superieure ironie van Sedaris is verslavend ('Ik probeerde hem op andere gedachten te brengen, maar er is een grens aan wat je kunt bereiken bij mensen die denken dat Auschwitz een biermerk is') net als de beschrijving van zijn levensloop, een klassiek geval van 12 ambachten en 13 ongelukken. (''Kom op', zei Hugh, 'niet zo somber, er is zo véél waar je goed in bent.' Toen ik hem om voorbeelden vroeg noemde hij 'stofzuigen' en 'namen bedenken voor knuffelbeesten'. Hij zegt dat hij er vast nog een paar meer kan bedenken, als ik hem even de tijd geef.')

Wie dit allemaal voor het eerst gaat lezen: ik benijd u hevig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.