Sebastian Langeveld: leeg hoofd, volle benen

Bijna een kwarteeuw na Teun van Vliet (1987) wint Nederlander de Omloop.

Naam Sebastian Langeveld, 26 jaar oud. Wielrenner van beroep sinds 2006. Won in die vijf jaar twee ritjes in de Sachsen Tour, de GP Pino Cerami, de GP Jef Scherens, alsmede de eindzege in Ster Elektrotoer. Een schamele oogst.


Eerste reactie Niet toe in staat, een half uur na zijn overwinning in Omloop Het Nieuwsblad. Verkeerde nog in opperste staat van gelukzaligheid. Zei dat hij niet naar Gent was gekomen om te winnen. Sterker nog, het idee van winnen heeft hij aan het begin van dit seizoen uit zijn hoofd gezet. Naar Gent gekomen om een mooie finale te rijden, om te laten zien dat hij weer mee deed.


Laatste kilometer Die ging door de Overpoortstraat naar de voet van het Sint-Pietersplein. Horeca en winkels. Gek was dat. Zit je in de volle finale, zie je winkeldeuren open en dicht gaan. Hoe kan het gewone leven op zo'n moment doorgaan?


Tegenstrever Juan Antonio Flecha. Winnaar van vorig jaar, ouwe rot van 33 jaar en vooral oud-ploeggenoot. Heeft hij veel van geleerd destijds. Hoe Flecha voor het wielrennen leefde, zijn kameraadschap en zijn ongebreidelde zin in wielrennen. Dat laatste vooral.


Voor het ingaan van de laatste kilometer hadden ze nog even gesproken. Gewoon dat ze er allebei voor zouden gaan. Zo zitten ze nu eenmaal in elkaar.


Normaal moet hij Flecha kunnen hebben in een sprint voor twee. Maar na zo'n koers, tweehonderd kilometer lang hondenweer, is niets meer normaal. Twee kilometer terug was Flecha gedemarreerd. Was te verwachten. Hij had gemakkelijk kunnen pareren. Dat gaf moed.


Nu moest hij gewoon in het wiel blijven. Wachten op het juiste moment. Wel even geschrokken toen Flecha de stoep op reed. Geen paniek. Komt zo terug. Die gaat echt niet een winkel in tijdens de finale van Omloop Het Nieuwsblad.


To hear or not to hear Dat was de kwestie voor de start. De internationale wielerunie wilde niet dat het peloton met oortjes reed. De koers zou minder leuk zijn als renners en ploegleiders elkaar voortdurend op de hoogte hielden van het wedstrijdverloop. Ze vergeten dat die oortjes een verworven recht zijn. Maar het ging vooral om de manier waarop zoiets gebeurt. Alsof de wielrenners op alles ja en amen moeten zeggen.


Nico Verhoeven, de ploegleider, had van te voren gezegd: we hebben al acht wedstrijden gewonnen zonder oortjes. Dan moet dit de negende keer worden. Hem maakte het niks uit, die oortjes. Hij is een renner die zijn instinct moet volgen. Als het de afgelopen seizoenen aan iets heeft ontbroken, is het dat wel.


Verhoeven had gezegd dat hij geen man was voor de safe energy, zo'n renner die het juiste moment kan afwachten. Hij had zichzelf klem gezet door op die manier te koersen. Hij was te veel gaan nadenken. Weg was de renner die in 2008 de voorjaarskoersen zo spontaan had gekleurd.


2009 Hij wist dat de journalisten ernaar zouden vragen. Twee jaar geleden had hij hier ook voorop gereden, toen met Heinrich Haussler. Ploegleider Erik Dekker had hem die finale niet toevertrouwd, omdat Haussler beter kon sprinten. Ploeggenoten hadden de achtervolging ingezet. Alles kwam bij elkaar. Hushovd won.


Hij zei tegen de journalisten dat de kwestie allang was uitgesproken. Dat was ook zo. Toch was het veelzeggend dat die wedstrijd de magere jaren hadden ingeluid. Natuurlijk, er waren steeds blessures geweest, excuses genoeg dus. Maar de Omloop van 2009 had zich in zijn hoofd genesteld, het ergste dat een wielrenner kan overkomen.


De vorm Vanaf de eerste training in december had hij zich geweldig gevoeld. Goede benen, leeg hoofd. Dat oude gevoel was er weer. Ze hadden op een dag in Spanje zes uur lang getraind. Daarna was hij samen met Lars Boom nog een uur achter de auto van Verhoeven gaan rijden. Voluit gegaan. Geweldig gevoel was het geweest. Als je zulke benen had in de winter, moest het wel goed komen in het voorjaar.


De plannen voor 2011 Misschien was het probleem de afgelopen seizoenen wel geweest dat hij zich te veel had gericht op de grote voorjaarswedstrijden. Hij had immers bewezen dat hij het grote werk aan kon, in de Ronde van Vlaanderen van 2008. Maar dat focussen is niets voor hem. Hij moet pakken wat hij pakken kan en dan is de Omloop een grote prijs voor een coureur als hij. Adri van Houwelingen, de andere ploegleider, had hem nog gebeld. Dat er nog nooit in het vijftienjarig bestaan van de ploeg een Raborenner hier had gewonnen.


De Eikenberg Hij had zich zo heerlijk gevoeld, zo majesteitelijk goed. Eindelijk was het voorjaar aangebroken. Zijn wedstrijden, die van de Vlaamse kasseien, waren begonnen. De hele week had hij zichzelf wijsgemaakt dat het wat hem betreft flink moest regenen en die wens was in vervulling gegaan. Hij voelde zich zo springerig als een koe die eindelijk weer de wei in mag.


En dus was hij al gegaan op de Eikenberg, op ruim vijftig kilometer van de finish. Gewoon omdat hij het niet meer hield. Hij dacht dat ze verderop, Leberg of Molenberg, wel weer zouden aansluiten. Maar dat deden ze niet. Dus door ging het.


Verhoeven zei dat Flecha er aan kwam, in zijn eentje, en dat hij hard reed om het verschil zo snel mogelijk te overbruggen. Hij dacht: laat maar komen. Iets voorbij de Lange Munt, de laatste kasseienstrook, was het zover. Nog achttien kilometer te gaan. Kom maar op. Als je dan toch in volle finale met iemand moest afrekenen, dan Flecha maar.


Het juiste moment Het juiste moment - hij had de finish verkend. Dat scheelde. Flecha reed schuin voor hem, staand op de pedalen. Als hij nu weer even inhield, zou hij aanzetten. Ja, nu. Meteen een fietslengte, maar Flecha plooide niet. Hij voelde hem weer komen, hij zag hem weer komen. Nu werd het smaller. Slingeren met zijn fiets, beetje van zijn lijn afwijken, zodat Flecha niet vol door kon gaan. Daar was de streep. Ja. Nee. Ja. Nee. Ja.


Een wielrenner voelt dat, hoe klein het verschil ook is. Toch had hij voor de zekerheid zijn handen zo hoog mogelijk in de lucht gestoken. Hij reed gewoon door na de finish. Langs het flitslicht van de fotografen, langs de hollende cameramensen, langs de misgrijpende hand van zijn verzorger.


Hij had wel eeuwig willen doorrijden in dat heerlijke besef dat het eindelijk was gelukt. Maar de Overpoortstraat werd de Sint-Amandstraat en werd de Sint-Kwintensberg. Het gewone leven gaapte hem aan. Hij kneep in zijn remmen. Hij keerde om.


Bart Jungmann


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden