Seamus Heaney, de eeuwige verzoener

Wie Seamus Heaney zegt, zegt Ierland, en wie Ierland zegt, zegt getob over politiek, moraal en godsdienst. Niemand ontkomt er daar aan behalve een literaire opvatting ook een politiek standpunt te huldigen - ook de dichter niet....

Van onze verslaggever

Michaël Zeeman

AMSTERDAM

Heaney sprak zich het openlijkst uit over de toestand op zijn eiland in de bundel North, uit 1975. Dat noorden is Noord-Ierland, het decor van zijn jeugd en tegelijkertijd het schouwtoneel van de nimmer eindigende reeks bloedige gevechten. In het gedicht 'Funeral Rites' roept hij het beeld op van de begrafenisstoeten, die nu eens van de ene kant komen, dan weer van de andere. Now as news comes in/ of each neighbourly murder/ we pine for ceremony.

Hij wist waar hij het over had. Tot 1972 had hij in Noord-Ierland gewoond; hij was er geboren en opgegroeid, en de geschiedenis en de tradities van County Derry en de plek die zijn voorgeslacht daarin had ingenomen zijn een blijvende bron voor zijn poëzie. Maar het geweld van protestanten tegen katholieken benauwde hem, hij verhuisde naar de Ierse republiek.

In North komt het allemaal terug; de bundel had vermoedelijk niet geschreven kunnen worden zonder afstand te nemen van de dagelijkse aanwezigheid van de schermutselingen. De titel van zijn belangrijkste essaybundel, The Government of the Tongue uit 1988, laat zich in dat verband ook programmatisch lezen. Dat boek is een verzameling literaire beschouwingen, waarin Heaney zich rekenschap geeft van zijn verstandhouding met grote humane dichters als W.H. Auden, Patrick Kavanagh, Sylvia Plath en Elizabeth Bishop uit de Engelstalige traditie, en Herbert, Holub en Mandelstam uit de continentale. Tegelijkertijd is het een verzameling pleidooien voor de kracht van de poëzie, de kracht van het woord als te verkiezen boven die van het geweld.

Het is daarom gerechtvaardigd dat de Zweedse Academie, die de voordracht voor de Nobelprijs voor de literatuur opstelt, het in het juryrapport over werk heeft van 'lyrische schoonheid en ethische diepte' en Heaney roemt om zijn afwijzing van het Noordierse geweld. 'De taak van de dichter is om de schoonheid in leven te houden, zeker nu onderdrukkende regimes haar trachten te verdelgen.'

Vanaf zijn eerste bundel uit 1966, tot en met Seeing Things uit 1991 is het gesprek dat de dichter met het verleden aangaat een telkens terugkerend motief. 'The places I go back to have not failed', schrijft hij in de cyclus 'Squarrings'. En even later heeft hij het over 'the very currents memory is composed of'. Die stromen maken de continuïteit van zijn bestaan uit, en het is alsof hij er altijd op uit is de lijnen van heden en verleden naar elkaar door te trekken. Dat is in het beroemde gedicht 'The Tollund Man' uit de bundel Wintering Out (1972) niet anders dan in zijn herdichting van het middeleeuwse Ierse Buile Suibhne in Sweeney Astray.

Die man van Tollund is een veenlijk op Jutland, Denemarken; 'Some day I will go to Aarhus', dicht Heaney, 'to see his peat-brown head', om te proberen het verleden naderbij te geraken. 'Out there in Jutland/ In the old man-killing parishes/ I will feel lost,/ Unhappy and at home'. Het zijn vermoedelijk Heaney's beroemdste regels, ze weerspiegelen de strekking en ambitie van zijn dichterschap: dat van verzoening, met het verleden evenzeer als met het heden.

Heaney is voor Nederlandse poëzielezers vertrouwd. Er zijn drie bundels in Nederlandse vertaling verschenen en hij was enkele keren te gast op Poetry International. Begin dit jaar was hij de eerste gast in de poëzie-reeks van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Sweeney Astray werd vorig jaar door Toneelgroep Amsterdam op het toneel gebracht, in een regie van Joan Jonas. In 1991 kreeg hij de Sikkensprijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden