Sciencezonder fiction

Het realisme in sciencefictionfilms rukt op. Verwijzingen naar 11 september, Irak of Afghanistan zijn net zo veelvoorkomend als invasies van aliens.

'Watch the skies', luidde altijd het advies als je ruimtewezens wou zien. Maar de hoofdpersonages uit Monsters kijken nog niet eens tv, wanneer het Journaal beelden van op aarde rondzwalkende aliens toont. Alweer zes jaar geleden is het dat buitenaardse wezens belandden in het grensgebied tussen Amerika en Mexico; inmiddels zijn de reportages over de aliens - gigantische inktvissen, lijken ze wel - zo alledaags geworden, dat niemand nog echt opkijkt.


Oorlogsfotograaf Andrew Kaulder en rijkeluisdochter Sam Wynden, die in een Mexicaanse motelkamer wachten op het veer dat hen naar Amerika moet brengen, hebben voornamelijk aandacht voor elkaar; de tv dient enkel als behang. Precies zo blasé als mensen nu reageren op beelden van Afghanistan, zei regisseur Gareth Edwards in een interview met het internationaal filmmagazine Sight and Sound. 'Je maakt een monsterfilm realistischer door te stelen van de werkelijkheid.'


Monsters is niet de enige alien-film die de komende weken in de bioscopen te zien zal zijn. In World Invasion: Battle Los Angeles veegt een invasie van buitenaardse misbaksels de halve westerse beschaving van de kaart, totdat het Amerikaanse leger in opstand komt. Het contrast tussen de twee films had niet groter kunnen zijn: terwijl Monsters uiterst spaarzaam omgaat met zijn aliens, biedt World Invasion een spervuur van explosies, vuurgevechten, gezwollen heldenpraat en tonnen special effects.


Maar ook regisseur Jonathan Lieberman liet zich bij het maken van World Invasion direct door de werkelijkheid inspireren. Voor de actiescènes, waarin de militairen de puinhopen doorzoeken naar nog levende burgers, keek hij goed naar embedded oorlogsreportages uit Irak; net als in die reportages rent de camera achter de soldaten aan, en blijft het zicht op de vijand fragmentarisch en beperkt. 'Tegenwoordig kom je veel van zulke beelden tegen', zei de regisseur, 'en het leek me fascinerend om dat materiaal met aliens te combineren.'


SF-films hebben met hun verhalen over buitenaardse bezoekers altijd commentaar geleverd op de tijd waarin ze gemaakt werden. Maar zelden deden ze dat zo zelfbewust als de laatste tien, dertien jaar. En zelden zo expliciet: scènes uit films als Monsters, World Invasion en Cloverfield (2009) sluiten zo nauw aan bij veel geziene oorlogsreportages, amateur-filmpjes en YouTube-video's, dat je als toeschouwer de verwijzingen naar 11 september, het Midden-Oosten of de angst voor het terrorisme bijna niet kunt missen.


Dat was pak weg zestig jaar geleden wel anders. Hoe gelaagd ze ook waren, SF-films verwezen veel minder gretig naar andere beelden, en zeker niet zo opvallend; mede omdat er nog niets zoiets bestond zoals internet waar filmmakers naar hartenlust uit konden plukken. En als ze hun publiek al met marsmannetjes en vliegende schotels een spiegel voorhielden, dan gebeurde dat vaak onopzettelijk of onbewust.


De makers van veel klassieke SF-producties uit de jaren vijftig zagen zelf vaak de diepere betekenissen van hun films over het hoofd, ook al sluiten de films wel opvallend direct aan op de Koude Oorlogsfeer van paranoia. Het meest sprekende voorbeeld is Don Siegels Invasion of the Body Snatchers (1956), waarin aliens het Amerikaanse volk in een hersenloze, slaafse horde doen veranderen; weinig films die de even sluimerende als hysterische angst voor het communisme zo stevig bij de lurven grepen. En toch sprak Walter Mirisch, als hoofd productie van filmmaatschappij Allied Artists betrokken bij het meesterwerk, elke allegorische bedoeling tegen.


'Mensen begonnen betekenissen in films te lezen, die nooit bedoeld waren', schrijft Mirisch in zijn autobiografie I Thought We Were Making Movies, Not History (2008). 'Noch producer Walter Wanger noch regisseur Don Siegel, noch scenarist Dan Mainwaring of de oorspronkelijke schrijver Jack Finney, noch ikzelf, zag de film als iets anders dan een pure, eenvoudige thriller.'


11 september

Inmiddels zijn er boeken vol geschreven over de manier waarop films de geesten van hun tijd met allerlei metaforen uitdrijven, en zijn filmmakers zich veel bewuster geworden van de politieke lading die ze hun werk impliciet mee (kunnen) geven.


Zo getuigde Steven Spielberg met Close Encounters of the Third Kind (1977) niet alleen van zijn geloof in vliegende schotels, maar verwees hij met de doofpot-affaire uit die film ook naar het Watergate-schandaal. Ook benadrukt hij graag dat de grootscheepse vernietiging die de aliens uit War of the Worlds (2005) aanrichten, een weerspiegeling is van de angst die heerste na de terreur-aanvallen van 11 september 2001. 'De film weerspiegelt ook dat we mensen zijn, en dat we elkaar moeten helpen om te overleven, vooral wanneer we tegenover een gezamenlijke vijand staan.'


Dergelijke parallellen tussen film en werkelijkheid zullen het publiek nu ook veel sneller opvallen dan zestig jaar geleden. Vertrouwd met de constante beeldenstroom op tv en internet heeft de hedendaagse toeschouwer als het ware een compleet visueel archief ter beschikking waar ook filmmakers gretig uit plukken.


In de omvallende flatgebouwen uit Cloverfield herken je makkelijk de wijdverspreide amateuropnames van de instortende Twin Towers, zoals de muren vol berichtjes over vermiste personen uit War of the Worlds ook direct 11 september in herinnering roepen.


Spielberg is overigens niet de enige die met aliens de werkelijkheid bespeelt. Roland Emmerich wilde met de groengefilterde beelden van de ruimteschepen in Independence Day (1996) de night visionopnames van de de eerste Golfoorlog in herinnering roepen, zoals die op CNN te zien waren. Een YouTubefilmpje waarin bewoners van Bagdad ten tijde van de Tweede Golfoorlog schuilen voor een bombardement, was de belangrijkste inspiratiebron voor de scène uit Cloverfield waarin de hoofdpersonages zich in de metro voor het ruimtemonster verbergen.


Townships

En dan het fantastische District 9 (Neill Blomkamp, 2009), waar de townships van Johannesburg met op aarde achtergebleven, garnaal-achtige aliens gevuld zijn. Het succes van District 9 is onder meer te danken aan de rauw-realistische stijl: de film is grotendeels opgezet als een documentaire over het privébedrijf dat in het alien-vluchtelingenkamp de orde bewaakt, en werd in een echte township in Johannesburg opgenomen. De aloude Zuid-Afrikaanse rassenscheiding krijgt op die manier een nieuw en spuuglelijk gezicht.


Volgens Matt Reeves, regisseur van Cloverfield, stellen de nieuwe SF-films het publiek in staat om de trauma's en angsten van de tijd veilig te verwerken. 'Je ondergaat als toeschouwer die gevoelens, maar in de geruststellende wetenschap dat je naar een monsterfilm kijkt', aldus Reeves.


Politiek

Vervang je moslimfundamentalisten, terroristen of illegalen door aliens, dan hoef je als filmmaker ook niet meer politiek correct te blijven. En dan mogen de ruimtewezens er ook zo afzichtelijk uitzien, dat je meteen weet dat ze van binnen net zo lelijk zijn. In World Invasion worden de slijmerige aliens, uit op de aardse watervoorraad, letterlijk met beesten gelijkgeschakeld; het leger krijgt de opdracht om alles af te maken 'wat niet menselijk is'.


In de bloederigste scène snijden Amerikaanse soldaten een gevangen ruimtewezen aan stukken, omdat ze willen weten waar ze de schepsels fataal kunnen raken. Het is de enige keer dat de film enigszins fatsoenlijk zicht op zo'n wezen biedt; intussen vliegt de orgaanblubber in het rond, en produceert de alien een volkomen onmenselijk, maar toch ook klaaglijk geluid. De scène had met een menselijke vijand onmogelijk door de beugel gekund.


World Invasion riep, wat de metaforische lading betreft, in Amerika zeer uiteenlopende reacties op. Moet deze film ons een goed gevoel geven over de missie in Afghanistan, vraagt de ene recensent zich af. Het is de beste Hollywoodfilm over de oorlog in Irak, oordeelt de andere. Maar dan wel met een vijand die zo onoverwinnelijk is als de makers toestaan, schrijft een derde.


En zo wordt in hedendaagse alien-films de werkelijkheid gretig bespeeld, maar tegelijkertijd op veilige afstand gehouden. De politieke verwijzingen mogen dan ook nooit botsen met het verhaal en het plezier dat er aan de film te beleven valt. Een film als District 9, barstend van het sociale en politieke commentaar, moest in de eerste plaats 'een erg coole SF-film' worden, zei regisseur Neill Blomkamp tegen Variety. 'Als je een politieke film maakt en een duidelijk standpunt inneemt, loop je het risico om mensen weg te jagen.'


De 'realistische' context waarin ze hun ruimtewezens plaatsen, komt dan niet alleen de zeggingskracht van de film ten goede, maar vooral ook de amusementswaarde: door ruimtewezens als het ware in rauwe reportages over Irak of Zuid-Afrikaanse townships te plakken, of in een homevideo uit New York, geef je een realistische, ongepolijste look aan die geavanceerde digitale creaties. Hoe onscherper en wiebeliger de monsters in beeld worden gebracht, hoe echter en spannender ze worden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden