schumann, webern, strauss

klassiek ****


Schumann, Webern, Strauss. Emily Magee (sopraan), Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding


Amsterdam, Concertgebouw, 16/10. Herh. Brussel 19/10, Heerlen, 20/10


Zit de carrière van Daniel Harding nu al in het slop? Die vraag dringt zich op wanneer je neust in het cv van deze Britse dirigent. Als jong maatje assisteerde hij reuzen als Simon Rattle en Claudio Abbado. Sindsdien gingen weinig toporkesten aan zijn deur voorbij. Maar tegenwoordig, op z'n 38ste, is Harding chef-dirigent van het Zweeds Radiosymfonieorkest. Niets ten nadele van deze Scandinaviërs, maar zo'n verbintenis wekt niet de indruk van een dirigent die alle kansen benut.


Bij het Koninklijk Concertgebouworkest bleek dat Harding de windmolengestiek van zijn jongste jaren in elk geval heeft afgezworen. Strak en bevlogen dirigeerde hij een programma dat cirkelde rond de Romantiek. Komend weekend, bij de herhaling, kan ook het publiek in Brussel en Heerlen vaststellen dat het kunstenaarschap van Daniel Harding geen meelij hoeft.


Wel valt te hopen dat de Sechs Stücke für Orchester (1909) van Anton Webern niet aan flarden worden gehoest, zoals in Amsterdam gebeurde. Het zijn breekbare miniaturen, zeker in vergelijking met de massieve egodocumenten van Gustav Mahler uit dezelfde periode. Joeg Mahler in zijn symfonieën de Romantiek over de kling, Anton Webern nam in bijna-stilte afscheid. Als een archeoloog van het gevoel liet hij de mooiste scherven nog eenmaal door zijn handen passeren.


Iets vergelijkbaars deed Richard Strauss kort na de Tweede Wereldoorlog, in zijn Vier letzte Lieder.


Bij hem, bejaarde romanticus in blessuretijd, speelde bovendien iets anders mee: wroeging over foute keuzes, in het aangezicht van de dood.


In het Concertgebouw kende de Amerikaanse sopraan Emily Magee met Strauss zo haar eigen besognes. Haar niet onfraaie maar diffuse stem had behoefte aan een brandglas. En aan steviger elastiek, om de rek te houden in Strauss' lange vocale lijnen.


Intussen smoorde Daniel Harding de huilerige ondertonen waarmee romantische muziek algauw gepaard gaat. Zijn aanpak zal niet elke luisteraar hebben bekoord. Vergelijk het met suiker: als je smaakorgaan eraan gewend is, valt minderen nog niet mee.


Schumanns Tweede symfonie wortelde bij Harding eerder in de ranke Barok van Bach, dan in de woelige 19de eeuw van Beethoven. Koperblazers mochten napikken met krokante ritmes. Uit hobo en klarinet steeg melodisch gloeidraad op. Zoveel was duidelijk: op de dirigentenbok stond een man die zijn eigen kompas volgt en niet maalt om modes en carrières.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden