Schuld en boete in Ogoni-land

'Ecologische genocide' noemde Ken Saro-Wiwa de olievervuiling van Shell in het Nigeriaanse Ogoni-land. Maanden na de executie van de schrijver rapporteerde de Wereldbank echter dat de milieuschade voor een groot deel aan andere factoren ligt....

WIM BOSSEMA

Het zijn de geesten. Ze zitten overal in de Niger-delta, die kleine godheden. In de lucht, het water, de vissen, het bos, de mangrove. De levende zielen vereren hen, ze behandelen hen met ontzag. De geesten zorgen ervoor dat de mensen in harmonie leven met de natuur. Maar Shell kende hen niet.

Achter de strijd tussen de bewoners van de delta en de oliemaatschappij gaat een diep onbegrip schuil, zegt Toronto Douglas, 'milieu-jurist' uit de delta. Bij milieu denkt Shell aan verordeningen en technische maatregelen. De deltabewoners denken aan het contact tussen het zichtbare en het onzichtbare.

Als jongen in het dorp Okoroba, midden in de delta, leerde Douglas de onaantastbaarheid van het heilige woud kennen en kreeg hij ontzag voor begeesterde dieren als de krokodil, de papagaai, de aap en de visuil. Via hen spraken de voorouders tot hun nakomelingen. Wie de eeuwenoude regels overtrad, riskeerde de ondergang van zijn volk. En die ramp voltrekt zich nu.

De wijze verhalen van de ouderen uit zijn dorp waren prachtige beeldspraak, zo weet hij nu, 29 inmiddels en jurist, gespecialiseerd in milieu en mensenrechten. Hij noemt ze nu een holistische levensvisie, de waarborg voor overleving in een dichtbevolkt gebied met een wankel ecologisch evenwicht. Dat begrijpen westerlingen niet. Shell beseft niet dat de aantasting van het regenwoud een aanslag is op een levenswijze.

De goedbedoelende actiegroepen in het Westen beseffen dat al evenmin. Zij bijten zich vast in de formele kant van de bestrijding van de milieuvervuiling in de delta. Zo praten in Nederland Amnesty International en Pax Christi met Shell over een gedragscode. 'Ik heb ze gezegd dat ze dat niet zomaar buiten ons om kunnen doen'. Want hoe goed maatregelen misschien ook mogen zijn, ze zullen niets veranderen aan de vijandigheid van de deltavolkeren. Die zien hun problemen anders.

Daar weet Shell alles van. Bestrijding van olielekken, speciale fondsen voor sociale voorzieningen, beloften om het versleten materieel te vervangen, een speciale onderzoekscommissie naar de milieuproblemen: niets leek enige indruk te maken op de actievoerders uit de delta en hun bondgenoten in het Westen.

Het debat over de vervuiling in de delta werd ruim zes jaar geleden energiek ingezet door Ken Saro-Wiwa, schrijver en leider van de Ogoni, een van de delta-volken. Saro-Wiwa werd in oktober vorig jaar opgehangen na een dubieuze veroordeling wegens betrokkenheid bij de moord op vier andere Ogoni-leiders. Saro-Wiwa was de plaaggeest van Shell. Zijn dood was een publicitaire ramp voor de machtige oliemaatschappij.

Het tragische verhaal van de Ogoni werd een parabel voor het onrecht dat de groten de kleinen aandoen in deze wereld. En Shell was de grote, kwade reus. Saro-Wiwa wendde al zijn literaire talenten aan voor zijn meesterwerk: miljoenen bereikte hij met zijn meeslepende verhaal. Hij beschreef zijn land - duizend vierkante kilometer met een half miljoen inwoners - als een verwoest paradijs.

Hij schuwde de overdrijving niet, dat gaf hij grif toe. Het idyllische beeld dat hij opriep van zijn jeugd was een verheerlijking van het verleden, maar in de kern was het waar, vond hij. Shell was niet de enige boosdoener, maar Saro-Wiwa meende dat alleen een duidelijk, aangrijpend verhaal de harten van de westerlingen kon veroveren.

Misschien was het niet helemaal eerlijk tegenover Shell, maar uiteindelijk was de maatschappij de machtigste instantie in de delta. Bovendien werkte Shell nauw samen met het militaire bewind. In die kwestie overdreef Saro-Wiwa niets.

Shell moest zich verdedigen tegen de beschuldiging van 'ecologische genocide'. Door de verwoesting van het milieu kunnen steeds minder Ogoni in hun levensonderhoud (landbouw, visserij) voorzien en zo dreigen zij als bevolkingsgroep uit te sterven, betoogde Saro-Wiwa.

Lekkages van oliepijpleidingen en verzamelstations vervuilen het water in de kreken en rivieren en ook de landbouwgrond. Het affakkelen van het vrijkomende gas vervuilt de lucht. Ken Saro-Wiwa's broer, Owens Wiwa, vertelde in december dat hij als arts steeds meer zieken in zijn praktijk kreeg met verschijnselen die hij relateert aan de milieuvervuiling.

Shell in Nigeria reageerde vorig jaar met een aantal pamfletten. Er bestaan ernstige milieuproblemen in de delta en de olieindustrie speelt daarin een belangrijke rol, gaf de maatschappij toe. Maar het is een grove overdrijving om van verwoesting te spreken. De media schetsen een vals beeld. De enorme olielekkage bij het olieveld Ebubu (bij de belangrijkste stad, Port Harcourt), dat veel publiciteit kreeg, was een gevolg van de Biafra-oorlog. Het oliemoeras op een foto die Vrij Nederland een half jaar geleden publiceerde, was het gevolg van een sabotage-actie.

De woordvoerders van de Ogoni-organisatie Mosop ontkennen op hun beurt dat er op grote schaal sabotage wordt gepleegd (Shell meent dat 28 procent van de lekken door sabotage komt). En als het gebeurt, verdenken zij agents provocateurs van Shell en de junta. Zo vliegen de beschuldigingen over en weer.

De gegevens die Shell zelf verstrekt zijn verontrustend genoeg. Sinds 1989 worden lekken geregistreerd door de joint venture SPDC (55 procent overheid, 30 procent Shell, Elf 10 procent en Agip 5 procent). Per jaar gaan 7350 vaten olie zo verloren bij 221 incidenten, de meeste klein van omvang. De helft van die lekken is het gevolg van versleten materiaal; de meeste leidingen werden in de jaren zestig en zeventig aangelegd. Shell zegt te werken aan vervanging, maar dat kost tijd. Bij de produktie van olie vindt 21 procent van de lekkage plaats.

Bijna al het aardgas dat vrijkomt, 28,6 miljoen kubieke meter per dag, wordt afgefakkeld. Volgens Shell is er bijna geen markt voor het gas. Het procedé om het gas op te slaan is duur en Shell ziet geen snelle oplossing voor het probleem. Maar het is niet waar volgens de maatschappij dat het affakkelen zure regen veroorzaakt in de delta, zoals milieuactivisten beweren.

Volgens de Britse afdeling van het Wereldnatuurfonds (WWF) levert het affakkelen in Nigeria een grote bijdrage aan het wereldwijde broeikaseffect.

Shell zegt te studeren op mogelijkheden het affakkelen te beperken. Op kleine schaal wordt gas terug in de grond geïnjecteerd, maar in de meeste gevallen is het volgens Shell technisch onmogelijk. Sommige industrieën zouden gas kunnen gebruiken als brandstof.

Maar het meest schermt Shell met het LNG-project op het schiereiland Bonny: de industrie die gas door koeling vloeibaar maakt en zo verhandelbaar. Een snelle oplossing biedt dit project van 5 miljard gulden investering (Shell heeft een 24 procents aandeel) ook niet. Tegen de eeuwwisseling zou de industrie operationeel moeten zijn. Maar in de beginfase zal de fabriek geen gebruik maken van het gas dat wordt afgefakkeld, maar van nieuwe bronnen 'om de klanten een zekere toelevering te garanderen'. Pas veel later wordt ook een deel van het nu afgefakkelde gas in de delta vloeibaar gemaakt, voorziet Shell. Om te beginnen 6,3 miljoen kubieke meter per dag en uiteindelijk maximaal 14,3 miljoen van het totaal van 28,6 miljoen.

Een grote tegenvaller voor het project was bovendien het besluit van de IFC (International Finance Corporation, een dochter van de Wereldbank) om niet mee te doen. In een eigenaardige verklaring stelde de IFC dat het een zinnig en verstandig project was, maar dat Nigeria eerst zijn fiscale en monetaire beleid moest hervormen. Het besluit viel kort na Saro-Wiwa's executie, maar volgens het IFC stond het er los van.

Shell vindt verder dat het effect van de oliewinning op de omgeving sterk wordt overdreven. Van het gebied in de delta waar de SPDC olie mag winnen (31 duizend vierkante kilometer groot) wordt slechts 0,7 procent gebruikt. Drieduizend plekken, waaronder oude olieputten en afvaldumpplaatsen, zijn weer verlaten. Shell zegt die nu te zullen opruimen en zo nodig schoon te maken. Ook doet de maatschappij iets om de schade aan de mangrovebossen - waar 120 duizend kilometer paden voor seismisch onderzoek is aangelegd in de afgelopen dertig jaar - te laten herstellen. Shell belooft verder de opruiming van de aarde die bij het boren is vrijgekomen. De hoeveelheden zijn groot, maar volgens Shell niet erg giftig.

Eind vorig jaar leek Shell eindelijk steun te krijgen van een derde partij: de Wereldbank. Na een uitgebreide studie kwam onderzoeker David Moffat tot de conclusie dat er een ecologische ramp dreigt voor de delta, maar dat de olievervuiling daarbij van ondergeschikt belang is.

Volgens Moffat vormt de erosie, het gevolg van de bouw van dammen in de rivieren, de grootste bedreiging voor de delta. Als het zo door gaat zal in dertig jaar tijd 40 procent van het thans bewoonde gebied in de delta zijn verdwenen. Tegelijkertijd stijgt het niveau van het zeewater: bij één meter per honderd jaar zal 18 duizend vierkante kilometer onder water verdwijnen en moet 80 procent van de bevolking de delta verlaten. En zelfs in het beste scenario (een stijging van 0,2 meter) wordt 2700 vierkante kilometer verzwolgen door de oprukkende zee.

Het tweede probleem is de overbevolking. De delta kent een bevolkingsgroei van ongeveer drie procent per jaar. Het gevolg is overbevissing, en visserij is de belangrijkste bron van inkomsten. De delta valt ten prooi aan ontbossing. Ogoniland is al bijna geheel landbouwgrond geworden. Zo wordt de biodiversiteit aangetast. De aanleg van wegen en kanalen legt tot voor kort ontoegankelijke gebieden open. De oliemaatschappijen en de regering hebben honderden kilometers aangelegd.

De pijpleidingen van Shell gaan ten koste van de natuur, maar ze trekken tenminste geen boeren aan, schrijft Moffat. De wegenaanleg - die Shell juist aanprijst als vorm van ontwikkeling - is misschien wel de grootste schadepost van de oliewinning.

De olievervuiling zelf schat Moffat tien keer zo hoog als de officiële cijfers aangeven, maar hij ziet geen bewijs voor een grootschalige aantasting van het milieu, ook al leiden de lekken tot sterfte van vissen en oesters en schade aan de mangrovebossen. Het affakkelen van het gas vindt hij ernstig voor het milieu, maar ook hij ziet geen bewijzen voor vergiftiging van de grond of zure regen, die betrekkelijk weinig voorkomt in de delta.

Evenmin ziet Moffat een verband tussen de ziekten in de delta en de milieuvervuiling door de oliewinning. Tachtig procent van de ziekten worden veroorzaakt door vervuild water, maar dat komt door de slechte riolering en de gewoonte van ziekenhuizen en industrieën, vooral in Port Harcourt, om chemisch afval gewoon weg te spoelen.

Is Moffats rapport nu een steun in de rug voor Shell of niet? Het is maar hoe je het leest. Shell Nederland maakte in een pamflet van februari dit jaar triomfantelijk gewag van Moffats rapport. Het Britse weekblad Independent on Sunday zag het als een vernietigend oordeel voor Shell. Moffat zelf is teleurgesteld over de reacties. Vanuit zijn kantoor in Washington zegt hij nu juist te hebben geprobeerd om los te komen van de propaganda-strijd en de noodklok te luiden over de echte problemen.

Toronto Douglas, die zelf een bijdrage leverde aan het rapport, is ontevreden. Hij vindt het een bureaustuk, oppervlakkig. De verbanden worden niet gelegd. Hoe kan Moffat de slechte riolering de schuld geven van ziekten, zonder te melden dat de olieindustrie het riool vervuilt? Hoe kan hij schrijven dat affakkelen weinig schade toebrengt, terwijl hij toegeeft er eigenlijk geen gegevens over te hebben?

Douglas staat midden in het debat. Hij maakte deel uit van de groep advocaten die Saro-Wiwa verdedigden. Daarvoor deed hij twee milieu-onderzoeken met Nick Ashton-Jones van de milieuorganisatie ERA. Maandenlang trok hij van dorp naar dorp, ook in Ogoniland. Iedere keer weer stuitte hij op de arrogantie van de oliemaatschappij, een volledige onwil om ook maar iets te begrijpen van de ecologie van het gebied en de sociale structuren van de inwoners.

Hij wordt moe van al die misvattingen van westerse deskundigen. 'Als je de delta binnenrijdt zie je heus niet overal grote olievlekken. Het tij komt en spoelt de gelekte olie weg en het ligt ergens verborgen, veertig jaar lang. Maar wij weten dat er bijna geen oesters meer zijn. In mijn dorp legde Shell een kanaal aan vanaf de kust. Je ziet niet veel, maar het water is brak geworden. De bomen sterven. Je kunt er nauwelijks meer leven.'

Iedereen slaat elkaar maar met dubieuze gegevens en statistieken om de oren. Er staat ook veel op het spel. De Ogoni eisen drie miljard dollar schadevergoeding. En ook de andere volken, zoals zijn eigen Ijaw, bereiden schadeclaims voor. Shell betaalt nu weer een nieuw onderzoek van zeven miljoen gulden. De geloofwaardigheid is meteen aangetast door het opstappen van de onafhankelijke wetenschapper Claude Aké. Het Nederlandse consultancy-bedrijf Euroconsult heeft de opdracht binnengesleept.

Douglas ziet het als een poging van Shell om tijd te rekken, om de publieke opinie zoet te houden, tot het helemaal te laat is. Maar het ergst vindt hij dat opnieuw de inwoners van de delta geen inbreng hebben. 'Ach, al die onderzoeken. Het zijn de westerse consultants die rijk worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden