Schuilen in een ander als levensvervulling

Paul Groot en Owen Schumacher, de makers van het bekroonde Koefnoen, zijn in het dagelijks leven ‘volstrekt onopvallend’. Maar zodra ze in de huid van een ander kruipen, gaan de remmen los....

Zelfs Matthijs van Nieuwkerk, normaal toch niet voor één gat te vangen, werd er een beetje zenuwachtig van. Te gast in zijn talkshow De Wereld Draait Door waren de tv-collega’s Owen Schumacher en Paul Groot, de makers van Koefnoen. Een dag later, in hun laatste uitzending, zou Groot zijn gebaartjes, maniertjes, kwajongensachtige oogopslag én zijn taalgebruik (‘Wat vinden we ervan, jongens?’) imiteren. Van Nieuwkerk leek zich opeens verpletterend bewust van zichzelf.

Aan de andere kant van de tafel was het ongemak even groot. Paul Groot zag en hoorde van dichtbij opeens van alles dat hij had gemist. Daarbij: Groot en Schumacher waren die avond als zichzelf op tv. Liever kruipen ze in de huid van een ander.

‘Pruikje op, pruikje af, gekke stemmetjes maken.’ Het zat er bij Paul Groot al vroeg in, herinnert oud-conrector Gerard Vlutters van het Uithoornse Alkwin Kollege zich. Op die school stond Groot bekend als een ingetogen leerling, waarin nog een ziel bleek te huizen zodra hij een podium betrad. Vlutters: ‘Dan raakte hij alle bedeesdheid kwijt.’

Wiskundelerares Gerda van der Klauw ziet nog voor zich hoe Paul Groot in de schoolmusical Vlieg Op de hoofdrol opeiste. Ging hij improviseren. Kwam ineens achter zijn vliegtuigraampje vandaan om het vlaggetje op te rapen dat hij opzettelijk had laten vallen. ‘Hij voegde er altijd iets grappigs aan toe, zonder dat hij zich op een vervelende manier opdrong.’

Ook zij beklemtoont: ‘Een heel bescheiden, aardige jongen.’

En dat zegt eigenlijk iedereen die je spreekt over de succesvolste tv-makers van dit moment. Jongens zijn het, aardige en bescheiden jongens die hun privé-leven zorgvuldig afschermen van de buitenwereld. Volgens Irene van den Brekel, hun tv-producente, is het zelfbescherming. ‘Je moest eens weten hoe vaak ze benaderd worden door programma’s als Shownieuws. Als ze op alles zouden ingaan, hadden ze er een dagtaak aan.’ Deze maand wordt hun programma Koefnoen (Jiddisch voor vrijkaartje) bekroond met de Nipkow-schijf. Harm Edens, onder meer presentator van Dit was het nieuws, zegt daarover: ‘Ze kunnen elkaar net dat duwtje geven om te durven.’

Edens, die Groot en Schumacher samen in het schrijfteam had, studeerde met de eerste theaterwetenschap. ‘In die studietijd was Paul ook al volstrekt onopvallend.’ Eigenlijk wilde Groot naar de toneelschool, maar hij durfde dat niet aan. Edens: ‘Kon ik me toen wel voorstellen, dat zou echt een stap te ver zijn. Ik weet nog dat hij kort daarna plotseling in Goede Tijden Slechte Tijden te zien was. Dat verbijsterde iedereen. Paul, die dát durft!’

Owen Schumacher is wellicht ietsje uitgesprokener, zegt Edens. Schumacher (afgewezen voor de kleinkunstacademie omdat hij niet kon zingen) begon als stand-up comedian en daartoe is enige mate van geldingsdrang vereist. Bovendien is hij volgens Edens bedreven in ‘chaosbestrijding’ en blijft hij altijd rustig. Over Koefnoen: ‘Heel leuk programma, maar satirisch kun je het niet noemen. Daar zijn die jongens te mild voor. Die mildheid zit nu eenmaal in hun natuur.’

Hebben Paul Groot en Owen Schumacher per se ‘typetjes’ nodig om naar buiten te durven treden?

Het was Schumacher die vijf jaar geleden de aanzet gaf tot deze succesvolle formule. Hij was als tekstschrijver verbonden aan het cabaret-onderdeel van Kopspijkers. Daarin bespraken de cabaretiers Hans Lebbis, Peter Heerschop en Viggo Waas het nieuws. Toen dat drietal ermee ophield, deed Schumacher de suggestie voortaan bekende Nederlanders te persifleren.

Schumacher kende een meester in dat genre, zei hij. Maar presentator Jack Spijkerman was aanvankelijk nogal huiverig. Typetjes, typetjes, dat wordt al gauw oubollig. ‘We hadden Kees van Kooten en Wim de Bie gehad, we hebben Erik van Muiswinkel. Noem mij nog eens één iemand die dat niveau kan benaderen?’

Nog ziet Spijkerman voor zich hoe de nieuwe formule onmiddellijk werd neergesabeld. ‘In de Volkskrant stond: matige typetjes, gauw mee stoppen.’ Jaren later, toen Groot en Schumacher eenmaal voor zichzelf waren begonnen met Koefnoen, waren de eerste commentaren al even vernietigend. Spijkerman: ‘In dit genre heb je tijd nodig om te ontdekken wat aanslaat.’

In 2004 besloten Owen Schumacher en Paul Groot samen verder te gaan. Omdat de VARA, de omroep van Kopspijkers, daarin weinig zag, zochten ze onderdak bij de AVRO. In de verwachting dat Koefnoen een aanloopje nodig had, bedongen ze een vierjarig contract. Van den Brekel: ‘Het eerste seizoen was om proef te draaien, in het tweede moest het ergens op lijken en pas dan zouden ze op stoom liggen. Dat is precies wat er is gebeurd.’

Ze hebben van tevoren veel met andere tv-makers gesproken, vooral met veteraan Berend Boudewijn. ‘Ik heb ze bezworen niet op prime time te gaan zitten. Ze moesten de tijd hebben om te groeien.’ Dat is gelukt, denkt regisseur Marcel de Vré. ‘Eén plus één is drie bij de jongens, ze vullen elkaar perfect aan.’

Sinds Spijkerman bij Talpa ook met typetjes werkt, kan het behoorlijk druk zijn in de Amsterdamse Waalstraat waar Head Affairs (grime en haar) is gevestigd. Dan komt er een glaasje op tafel, zegt Carolina Leenders. De onderlinge verhoudingen hebben niet geleden onder de diverse transfers. Koppensnellers (Talpa) en Koefnoen (AVRO) hebben alleen afgesproken dat ze niet van elkaar willen weten wat de ander de volgende uitzending doet. Leenders: ‘Dat kunnen ze soms wel aan de pruiken zien, maar die ga ik echt niet opbergen.’

Na het gelach en de glaasjes kunnen na verloop van tijd zomaar Freek de Jonge (Paul Groot), Hans Wiegel (Diederik van Vleuten), Bonnie St.Claire (Plien van Bennekom), Ivo Opstelten (Mike Boddé) en Gerrit Zalm (Owen Schumacher) naar buiten stappen.

De kracht van Groot en Schumacher is dat ze iets toevoegen aan hun typetjes, vinden collega’s uit de tv-wereld. Uiterlijk of stem hoeven niet eens zo gelijkend te zijn om toch herkenning op te roepen. ‘Owen heeft een moeilijker gezicht voor typetjes maar is tekstueel heel goed’, zegt De Vré. Jack Spijkerman: ‘Ik heb Wouter Bos nooit zien dansen, maar zoals Paul hem laat dansen denk ik: ja, zo danst Wouter Bos.’

De kunst is om ‘rarigheden’ van een bekende Nederlander op een mooie manier uit te vergroten, weet Erik van Muiswinkel, zelf een grootheid in het genre. Het overdrijven van bepaalde karaktertrekken maakt een geslaagde persiflage. ‘Paul is me te vlug af geweest met Gerrit Komrij, die had ik ook graag willen doen. Andersom heb ik Willem Oltmans. Ik weet zeker dat hij die ook graag zou doen.’

Het is niet alleen maar even lollig iemand nadoen, verzekert Van den Brekel. ‘Ze blijven zich ontwikkelen, het is geen invuloefening. Als zij iemand persifleren, zit er vaak ook commentaar in op een bepaalde trend. Het programma heeft een gelaagdheid. Het is om te lachen maar er zit ook een boodschap in, al moet je dat ook weer niet te zwaar opvatten.’

Groot is de man van de ideeën, Schumacher brengt daar rust en orde in. Van Muiswinkel: ‘Owen bewaakt de actuele boodschap, Paul is heel goed in het herkennen van modieuze trends, allerlei onzindingetjes van reclamebureaus. Paul is een enorm talent voor typetjes gebleken. Owen heeft dat in hem wakker geroepen.’

Harm Edens: ‘De grappen die Paul voor Dit was het Nieuws schreef, haalde ik er zo uit. Ik noem het maar talige observatiegrappen. Licht-truttige grapjes, over trends en zo. Daar zijn wij homoseksuelen nu eenmaal erg op gefocust.’

De vergelijking met Keek op de Week, het programma waarin Kees van Kooten en Wim de Bie de actualiteit in de maling namen, is gauw gemaakt. Volgens Boudewijn is bij Schumacher en Groot de vorm belangrijker. ‘Kees en Wim waren inhoudelijk sterker.’

Doordat de nadruk zozeer op de vorm ligt, is Koefnoen een arbeidsintensief programma. De Vré: ‘Zaterdag viel de legpuzzel pas in elkaar en we waren op zondag nog bezig met de nabewerking, als de koerier al met een razende motor voor de deur stond.’

Erik van Muiswinkel denkt dat Groot en Schumacher geleidelijk het persifleren zullen loslaten. ‘Hoeveel zijn er nu écht leuk om altijd maar te blijven nadoen?’ Hij prijst het duo voor het spelen met de techniek van de tv. ‘Die filmpjes die ze met een lange lens maken, die zijn erg goed. Dan zie je in de verte ook wel dat het om Balkenende en Bos gaat of om John de Mol en Jack Spijkerman.’

Ook Spijkerman zelf denkt dat Groot en Schumacher nog meer die kant moeten opgaan. ‘De filmpjes met de lange lens zijn vaak meesterlijk. Die aflevering waarin Bernhard in de tuin van Soestdijk zijn eigen dood najaagt. Briljant!’

Harm Edens weet wel zeker dat Groot en Schumacher vanzelf met iets nieuws op de proppen komen. ‘Ze zijn snel genoeg verveeld.’ Nu hij zo nadenkt over de samenwerking met dit duo, herinnert hij zich weer hoe hij kennis maakte met de aanleg van Groot voor het nadoen van bekende Nederlanders.

‘Ger Apeldoorn (net als Edens comedy-schrijver) en ik hadden eens een conflict met Nelly Frijda over iets onbelangrijks. Staat Nelly op het antwoordapparaat van Ger. Met een boze boodschap: dat Ger het allemaal op zijn buik kon schrijven en, gezien de omvang van die buik, dat Ger er vooral héél veel op kon schrijven. Enfin, erg gelachen maar er was iets aan die stem... Bleek het Paul te zijn.’

Eenmaal uitgelachen: ‘Die Paul. Woont volgens mij nog steeds op diezelfde studentenkamer als tijdens onze studie. En nog single ook. Erg op zichzelf. Onvoorstelbaar! Zo’n leuke jongen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden