Schromeloos in de aanval

Zou het Nederlands elftal van 1988 het Oranje van 2010 hebben verslagen? Vergelijkend onderzoek wijst in elk geval een ding uit: de angst wint terrein.

In supermarkten heb je muzak. Muziek die je wel hoort, maar die niet tot je doordringt. Zo kijk ik ook vaak naar voetbal. Het staat op, maar onderwijl doe ik andere dingen: de krant lezen, de vaatwasser inruimen, thee zetten. Pas als de stem van de commentator een paar octaven omhoog gaat, kijk ik op, om te zien wat er gebeurt. Soms - meestal op donderdagavonden, bij spanningsloze poulewedstrijden van de Europa League - laat ik het bij de analyse in de rust: ben je in 2 minuten bijgepraat en zie je ook meteen de hoogtepunten.


Ik weet zeker dat ik niet de enige ben. Als ik tijdens wedstrijden vrienden of collega's aan de lijn heb, hoor ik op de achtergrond hetzelfde geluid. Als er iets spannends gebeurt, of dreigt te gebeuren, houden we onze mond en gaan we daarna weer verder. Martin Haar, assistent-trainer onder Louis van Gaal, Dick Advocaat en Ronald Koeman, vertrouwde me ooit eens toe dat-ie, voordat hij naar de training gaat, vaak snel nog even naar de samenvatting kijkt op het ochtendjournaal. Zo kan hij met een gerust hart meepraten over de wedstrijd van gisteren. Niemand heeft hem door.


Voetbal als levend behang dus. Maar betekent dat dat het voetbal vroeger beter was? En leuker? In voetbalprogramma's en bij de koffieautomaat verlopen gesprekken altijd hetzelfde. De één weet zeker dat het vroeger beter was, de ander bezweert van niet. En ondertussen wordt onze blik vertroebeld door het enorme aanbod van tegenwoordig. Waar we dus maar met een half oog naar kijken. Als ik wil weten of voetbal vroeger beter was, moet ik iets doen wat bijna niemand meer doet: heel aandachtig kijken. Zonder de emoties van het moment, gewoon alleen maar naar het spelletje zelf.


Bij wijze van proef besluit ik twee iconische voetbalwedstrijden uit mijn leven naast elkaar te leggen. Eentje van nu, en eentje uit mijn jeugd. Aangezien ik 39 jaar ben, wordt dat er eentje van het EK '88: de legendarische halve finale tegen West-Duitsland. De andere: de miraculeuze Nederland-Brazilië op het WK van 2010. Wat gaat me opvallen? Wat is er veranderd? En welke vind ik beter. En leuker?


Ik 'bestel' de twee dvd's bij Ruud Doevendans. Hij is voetbalhistoricus en beschikt over een indrukwekkende verzameling dvd's van wedstrijden. Liefst tweeduizend heeft-ie er liggen. Inclusief alle WK-wedstrijden die ooit zijn gespeeld. Soms kijkt hij er eentje of schrijft hij er over in zijn blad Half 3. Op het puntje van mijn tong ligt de vraag of hij het voetbal vroeger leuker vond, maar die slik ik in.


En zo zit ik op een maandagavond op mijn studeerkamer. Tom Egbers verschijnt in beeld: 'Frank Snoeks, het woord is aan jou', zegt hij. Tegen mijn vriendin grap ik dat ze niet raar moet opkijken als ze gejuich uit de kamer hoort. Want een beetje gek is het natuurlijk wel, kijken naar een wedstrijd waarvan je al weet hoe die gaat verlopen.


Het voetbal mag in de loop der jaren dan zijn veranderd, de regels zijn opmerkelijk genoeg bijna hetzelfde gebleven. De enige regelwijziging van importantie uit de laatste decennia: keepers mogen sinds 1992 de bal niet meer oppakken als ze die van een medespeler met de voet krijgen toegespeeld. De achterliggende gedachte: zo kunnen ze niet langer meer een eeuwigheid met die bal in hun handen staan om tijd te rekken. De wijziging leidde destijds bij Oranje-keeper Hans van Breukelen tot de verzuchting dat hij misschien maar beter kon stoppen. 'Ik ben juist gaan keepen omdat ik niet kan voetballen.'


Omschakeling

Nu pas valt me op hoeveel consequenties die regel heeft. Zowel de spelers van Nederland als die van Brazilië jagen in 2010 direct de doelman op. Meestal is er meteen paniek en worden ballen lukraak weggetrapt door keepers. Zij verplaatsen het probleem naar het middenveld, waar veelal luchtduels moeten uitmaken wie de bal krijgt. Het zou een verklaring kunnen zijn voor het aantal toegenomen elleboogstoten die het spel zo ontsieren.


Wat ook opvalt, is hoeveel er níet is veranderd. Spelhervattingen worden nog steeds vrijwel op dezelfde manier genomen. Niemand die echt iets innovatiefs heeft bedacht in de laatste twintig jaar. Bij Nederland-Brazilië zien we slechts één noviteit bij een hoekschop: Robben die net doet of hij de corner overlaat aan Sneijder, maar stiekem de bal al heeft aangeraakt. Het mislukt volledig.


Maar de allerbelangrijkste conclusie na anderhalf uur Nederland-Brazilië: voetbal is een momentensport geworden. Het zindert van de spanning, daar niet van. Als tijdens het kijken van de wedstrijd mijn telefoon gaat, laat ik hem zelfs gaan, zozeer ga ik op in het duel. Maar voor beide doelen gebeurt er niet zo veel. En er wordt zeker niet ongeremd voor de aanval gekozen. Nee, hier zijn twee ploegen aan het werk die niet willen verliezen. Geen fouten willen maken. Omschakeling is het codewoord. Loeren op een onoplettendheidje bij de tegenstander om vervolgens genadeloos toe te slaan. En vooral: zelf die fout niet willen maken. Dan maar liever de bal weer even terug of opzij spelen.


Je hoeft maar naar het commentaar van Franks Snoeks te luisteren of je proeft de angst:


'Verwacht geen samba-voetbal van de Brazilianen (..). Deze ploeg kan wel scoren, als de tegenstander een fout maakt.'


'Geef Brazilië een kwart kans en ze maken een heel doelpunt.'


Als Sneijder op vijandelijke helft de bal verspeelt: 'O, dat had ook zomaar verkeerd kunnen aflopen.'


Als Van Bommel in de 30ste minuut op 70 meter van het eigen doel de bal inlevert bij Kaká: 'Dit zijn fouten waar Brazilië van wil profiteren.'


Net na de rust, Robben verprutst een kans. 'Profiteer hier nu eens echt van. Geef ze dan een draai om de oren als je de bal op een presenteerblaadje krijgt. Het zijn cadeautjes die zeldzaam zijn.'


49ste minuut, Van Persie legt aan voor een schot, maar mist: 'Het hoeft maar één keer te lukken!'


En inderdaad. De gelijkmaker van Sneijder valt volgens Snoeks 'uit het niets'. Bij herhaling zegt hij: 'Een kolossale fout van César en ineens is het een heel andere wedstrijd. (..) De weg naar Kaapstad lijkt weer begaanbaar.'


Met dit in mijn achterhoofd zet ik mij de volgende dag achter de tv voor West-Duitsland-Nederland, 1988. Heerste er toen ook zo veel angst voor elkaar? Bestond het begrip omschakeling al? Of was er meer eigen initiatief?


Geld

Ik zie al snel dat het antwoord op die laatste vraag bevestigend is. Na een kwartier is centrale verdediger Ronald Koeman al veel vaker mee naar voren gekomen dan André Ooijer en John Heitinga in de hele wedstrijd tegen Brazilië. Natuurlijk, Koeman is een bijzondere laatste man, hij stond bekend om zijn aanvallende spel. Ooijer en Heitinga zijn meer pure verdedigers. Maar ook bij de andere spelers zit veel meer risico in de passing. De ballen worden over een veel grotere afstand verplaatst, en bijna altijd voorwaarts in plaats van zijwaarts of achteruit. En: de Duitsers doen hetzelfde, waardoor het spel heen en weer golft. Naïef, zou je nu zeggen. Maar wel veel leuker. En zeker niet slechter. Geen moment heb ik het idee dat ik naar een slome wedstrijd van 25 jaar geleden zit te kijken.


Ik ben verbijsterd, deze conclusie had ik niet verwacht. Ik besluit voetbalhistoricus Doevendans opnieuw te bellen en hem mijn bevindingen voor te leggen. Hij doet per slot van rekening niet anders dan oude voetbalwedstrijden terugkijken.


Het is alsof ik mezelf hoor praten, als Doevendans vertelt dat-ie tegenwoordig vaak wedstrijden half bekijkt of zelfs overslaat. 'Dan vraag ik aan mijn kinderen, die dan Chelsea-Manchester United zitten te kijken: 'En, nog gescoord?' Daarna kan ik weer verder met waar ik mee bezig was.'


Hij zal niet snel zeggen dat het vroeger beter was. Kan niet. 'Niemand kan bewijzen dat het Nederlands elftal van '88 het team van 2010 zou hebben verslagen. Maar wat ik wel vind: het is tegenwoordig niet half zo leuk meer als vroeger. Alles draait om de omschakeling. Je weet precies wat je gaat krijgen.'


Ik ben het helemaal met Doevendans eens. Alleen blijf ik nog met één vraag zitten: wat is de verklaring voor het feit dat voetbal vroeger leuker was? Zijn het de toegenomen belangen, zoals je vaak hoort? Doevendans vertelt me dat hij onlangs Feyenoord-Real Madrid uit 1965 terugkeek, de wedstrijd die uit de hand liep toen publiekslieveling Coen Moulijn expres onderuit werd geschopt. 'Ook toen al sprak de commentator over de grote belangen die op het spel stonden. De spelers verdienden toen minder, maar de waarde van geld was voor hen net zo groot als voor de spelers nu.'


Live

Het moet dus iets anders zijn. Ik herinner me een gesprek dat ik onlangs had met Piet Buter. Hij was ingehuurd als scout voor het Nederlands elftal tijdens het EK van 1988. Oranje's eerste tegenstander, de Sovjet-Unie, had hij slechts twee keer kunnen bekijken. Buter deed zijn best, maar veel mogelijkheden voor een diepgravende analyse van dat team had hij niet. Internet, laptops, mobiele telefoons; het bestond allemaal nog niet.


Zelfs überperfectionist Rinus Michels moest voor de wedstrijd tegen NOS-verslaggever Kees Jansma toegeven: 'Je weet het met die Russen nooit. Het blijft een verrassingselement wat ze gaan doen. We zullen van ons zelf uit moeten gaan en ons niet te veel blindstaren op wat de Russen gaan doen. We zien het vlak voor de wedstrijd wel hoe ze gaan spelen. Ik neem aan dat ze toch ook elf man zullen opstellen?'


Dát moet het zijn! Dankzij de technologische vooruitgang is elke wedstrijd tegenwoordig op tv of internet te zien. Het gevolg: de trainer van de ene ploeg beseft terdege: de tegenstander weet alles van ons. Daar speelt hij op in. Zijn collega van de andere ploeg doet hetzelfde. Zo houden ze elkaar in de greep. Het is eigenlijk een mentaal iets: zo bang zijn dat je tegenstander je tekortkomingen weet en daardoor vergeten van je eigen kracht uit te gaan. Weg verrassing!


Als klein jochie verheugde ik me de hele week op de samenvattingen van de Serie A op zondagavond. Vijf minuten AC Milan-Napoli en je was in een andere wereld. Nu kan ik alle wedstrijden live zien. De magie is verdwenen.


Natuurlijk, de tv, en zeker het internet, heeft ons veel goeds gebracht: de wereld is veel kleiner geworden. De keerzijde is dat we ons nauwelijks nog laten verrassen. En zeker de sport is er voorspelbaar door geworden. Het heeft van voetbal muzak gemaakt.


Rinus Michels voor de eerste EK-westrijd tegen Rusland


Ruud Doevendans, voetbalhistoricus

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden