Schrikken als de telefoon gaat

Vervolg van pagina 1.

'Dit is míjn gebied', kan Nicolien roepen als Maarten voor de zoveelste keer zijn moeite met Petrus en Peer ter sprake brengt. Zij heeft geen baan, kan het met hen vinden, zij herkent iets in de onzekerheid van het duo. Helden noemt ze hen. Graag zou ze zien dat Maarten en zij hen sámen waardeerden. Maar omdat Maarten die sympathie niet voelt noch kan acteren dat hij die heeft ('underdogs interesseren me alleen als het mijn vrienden zouden kunnen zijn. Voor jou zijn het per definitie vrienden'), laat hij haar daarin alleen staan. Zij verdenkt hem van homohaat, en hij voedt die verdenking in zijn valsere momenten ook, maar Maartens onvermogen zich te ontspannen in het bijzijn van anderen, ongeacht hun geaardheid, is fundamenteler.


Het verschil in temperament en karakter geeft de hilariteit van De buurman een donker tegenwicht - zoals omgekeerd de dreiging van buiten die het leven van Maarten tot een dagelijks gevecht maakt (als hun telefoon gaat is dat al een inbreuk die je mee aan het schrikken maakt: wat nou weer?), voor de auteur Han Voskuil én voor zijn talloze lezers een goudmijn heeft betekend. De dreiging heeft hem ook creatief gemaakt.


De buren zijn met vakantie geweest, in de tussentijd hebben Nicolien en Maarten voor de Mozambikaanse kanarie Pierewiet gezorgd, en nu komt het stel langs om hele pakketten met waardeloze vakantiefoto's (vooral veel lelijke gebouwen en hekken) te tonen. Bovendien vouwt Peer de kaart van Schotland open 'om te laten zien hoe we gereden hebben'. 'Dat hebben we toch al gezien voordat jullie weggingen,' zei ik. 'Ja, maar nu hoe we echt gereden hebben, want we hebben het hier en daar een beetje anders gedaan.'


Petrus, de oudere, is de man van de apodictische uitspraken ('Er moeten bosschages in het landschap zijn. Een landschap zonder bosschages is niets voor mij'), en de jongere Peer is een ge-fnuikt beeldend kunstenaar en een onvoorspelbare, grillige geest. Kan de kamer binnenkomen met een zelf gesneden houten fallus van een meter hoog: 'Moet je voelen hoe zacht dat is,' zei hij, over de eikel strelend. Hij stak hem me toe. 'Ik geloof je op je woord,' antwoordde ik, zonder op de uitnodiging in te gaan.'


Voor de liefhebber bevat De buurman de nodige momenten die een vrolijke herkenning teweegbrengen. Nicolien is bij haar dementerende moeder op bezoek geweest. 'Hoe was het,' vraagt Maarten als ze thuis komt. 'Triest natuurlijk'. Leg dit naast De moeder van Nicolien (1999) en we weten meteen op welke fase in dát verhaal deze passage aansluit.


'Ik kwam laat thuis van een uitstapje met de Boerenhuisclub': de fans van Het Bureau hebben aan die zin genoeg om weer in de lach te schieten.


'We kwamen terug uit Frankrijk met in mijn rugzak geitekaasjes voor Peer en Petrus die we in Langogne gekocht hadden': dat wordt weer even bladeren in de drie delen met dagboeken van de wandelvakanties (Terloops, Buiten schot en Gaandeweg, 2004-2006).


'Met de krant in mijn hand maakte ik nog een ommetje.' Dat is Het Bureau, als Maarten 's avonds de spanning die hij overdag op zijn werk heeft opgedaan even weg wil lopen. Maar het is nu óók De buurman, wanneer hij thuis weer geruzie en gedoe over Petrus en Peer heeft gehad. Of veroorzaakt.


Vanaf de eerste geluiden in het trapportaal (wat is dat? Krijgen we nieuwe buren?), via een min of meer vriendschappelijke omgang (ze gaan zelfs met elkaar uit eten en maken kleine reisjes) tot en met de twisten en verwijten, en het vermoeden dat de fietsbanden van Maarten en Nicolien niet toevallig plat staan maar lek gestoken zijn: alles móet beschreven worden, heel precies zoals het was, ook wanneer het steeds weer hetzelfde is, of het daar sterk op lijkt.


'We herhalen altijd eindeloos alles,' zegt Maarten. In een interview uit 1999 zei Han Voskuil het zo: 'Kleine dingen geven ruggegraat aan het leven. Dagelijks terugkerende zaken werken troostend, omdat ze namelijk terugkeren. Zo wekt de schijnbare zinloosheid de suggestie van eeuwigheid.'


Alleen door gedurige herhaling ben je in staat gedrag waar te nemen - dat van anderen, en dat van jezelf.


Dat gedrag vervolgens veranderen zou dan in principe mogelijk worden, maar over de slagingskansen dáárvan heb ik Han Voskuil nooit optimistische uitspraken horen doen. In kaart brengen wie je bent is al niet gering. Het probleem zichtbaar maken.


Halverwege de jaren tachtig werd Bij nader inzien na 22 jaar herdrukt, zijn grote roman over de studentenjaren van Maarten Koning. Ter gelegenheid van die herdruk kwam een freelance-fotograaf ('een jonge man met een clownsgezicht') de schrijver voor de Volkskrant vastleggen. In De buurman levert dat deze scène op:


'Ik was zo gespannen als een kraai. Hij maakte honderden foto's in vier standen.


'Kunt u niet lachen?', vroeg hij toen hij er een stuk of zestig gemaakt had.


Ik lachte.


'Nee, kijkt u dan maar liever somber.'


J.J. Voskuil: De buurman.

Van Oorschot; 304 pagina's; € 22,50.


ISBN 978 90 2824 193 0.


HET FAILLIET VAN DE SOLIDARITEIT

Wie de kreet 'mieters' opvangt, denkt daar meteen achteraan: 'Hij voelde zich bedreigd'. Dat zijn vermoedelijk de meest herhaalde woorden in de twee grote projecten van J.J. Voskuil: zijn debuut Bij nader inzien (1963), waarin Han Voskuil, zoon van Klaas Voskuil (hoofdredacteur van Het Vrije Volk) in 1.200 pagina's terugblikt op de studentenjaren van Maarten Koning, en het failliet vaststelt van de solidariteit die het beschreven groepje studenten leek te binden. Nog minutieuzer ontleedt Voskuil zijn omgeving, en zichzelf, in de dertig jaar dat hij als volkskundige werkte aan het Meertens Instituut, in de zevendelige cyclus Het Bureau (1996-2000, totaal 5.058 pagina's) waarmee hij grote roem verwierf. Ook daar bleek de gezochte solidariteit niet te vinden, althans: alter ego Maarten Koning komt ten slotte alleen te staan. Zijn vrouw Nicolien, die nooit wilde dat hij een maatschappelijke carrière nastreefde, had hem dat thuis in vele stekelige twisten al voorgehouden.


Naast deze twee essentiële titels verschenen nog het portret De moeder van Nicolien (1999), de roman Requiem voor een vriend (2002), de portrettengalerij Onder andere (2007), en postuum de intieme roman Binnen de huid (2009), het toneelstuk Mensenkinderen (2009, afgedrukt in Tirade), en het kleine Jeugdherinneringen (2010). De drie delen met Voskuils wandeldagboeken (2004-2006) zijn voor de verstokte fans.


Dit voorjaar verschijnt deel 1 van Het Bureau in het Duits (Das Büro), vertaling Gerd Busse. Voskuils dagboeken mogen tien jaar na Lousjes dood worden gepubliceerd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden