Schrijver

Kort na de oorlog zag ik mijn eerste schrijver...

Ik ging samen met mijn vader op de fiets, waarvan de banden in die jaren weliswaar al niet meer van hout waren, maar ook niet met echte lucht leken te zijn gevuld. De schrijver heette A.H. van Rozekom en hij woonde samen met zijn vrouw in een simpel spoorwachtershuisje aan de lijn Wolfheze-Oosterbeek.

Ik weet niet meer of hij echt Van Rozekom heette. Het kan ook Rozenkan of Rooskom geweest zijn. De Veluwse Schrijversspiegel 1959 besteedt slechts enkele regels aan hem. '. . .schreef tijdens de oorlog gewoon door', staat er in het licht neerbuigende toontje dat in die betuttelende jaren schering en inslag was.

Het was zwaar trappen tegen de Veluwezoom op. De frames van onze fietsen waren, bij de toen heersende aluminiumschaarste, van een loden nikkeldraadlegering vervaardigd - niet ongebruikelijk bij pantservoertuigen, maar totaal overbodig bij fietsen. 'Heeft u misschien een pomp?', was dan ook de eerste vraag van mijn vader toen Van Rozekoms vrouw de deur opende.

Haar een verschijning noemen zou deze vrouw alleen maar onrecht doen. Zij heette Ietje Zewuster (over haar naam bestaat geen onzekerheid), en was in die tijd al meerdere malen geschilderd, onder anderen door Pyke Koch (geen familie), Lambros Berger, en Luman. Op die schilderijen, vandaag de dag nog altijd te bewonderen in het Arnhems Gemeentemuseum aan de Utrechtseweg, is haar marmeren aanwezigheid goed verbeeld.

Straalde zij licht uit in haar naaktheid? Neen, dat zou te ver voeren, maar in haar aanwezigheid werd het snel minder donker, op een ochtendkriekenachtige manier. Ja, soms meende je bij al dat witmarmeren en paars dooraderde vlees een eerste vogel te horen fluiten.

A.H. van Rozekom draaide de dop van een fles jenever. Ietje was in de tuin bezig. Mijn vader probeerde zo gewoon mogelijk te doen over haar naaktheid. Hij complimenteerde de schrijver met de rijkgeschakeerde aanwezigheid van weegbree en karmozijnskruid.

'Die tuin is haar lust en haar leven', zei Van Rozekom.

Daarna vertelde hij over het Boekenbal van 1934. Dat was wel aardig, vond hij. Een echt feest werd het niet, maar je moest niet zeiken als je er toch naartoe ging. Hij vertelde over het Boekenbal van 1935, en over de wat suffige Boekenballen van 1936 en 1937.

Naarmate de jaartallen dichter de veertig naderden, probeerde mijn vader mij met gebaren duidelijk te maken dat ik misschien beter in de tuin kon gaan spelen. Maar de naakt-marmeren aanwezigheid van Ietje Zewuster ervoer ik destijds vooral als intimiderend.

Bij de beschrijving van het Boekenbal van 1941 was er een vlies van weemoed over de ogen van A.H. van Rozekom geslopen: een halfsluiten of knipperen, zoals je dat wel ziet bij nachtdieren die aan hun winterslaap beginnen.

'Ik schreef gewoon door', mompelde hij. 'Je wist niet beter. Je wist niet wat er elders geschreven werd. Op het Boekenbal van 1944 namen de mensen alles mee wat nog een beetje eetbaar was. Moeten we dat nu achteraf gaan veroordelen?'

Hoewel het al achterin oktober was,zoemden er libellen en sluipwespen door de tuin. De weegbree-kelken bogen door onder hun gewicht. En Ietje Zewuster boog zich over haar planten.

'Die kont, godverdomme!' gromde A.H. van Rozekom. Hij haalde een verfrommeld velletje papier uit zijn binnenzak. Mijn vader tuitte zijn lippen naar mij. 'Ophoepelen', meende ik te liplezen.

'Neemt u mij niet kwalijk', zei de schrijver. 'Er komt iets. U kunt mij beter alleen laten.'

Op de terugweg volgden wij nu een voornamelijk dalende weg. Toch lag het niet alleen aan dit verloop dat onze fietsen (en hun banden) lichter aanvoelden. Later zou ik me van dit bezoek vooral de blik in de ogen van Ietje Zewuster herinneren toen zij mijn vader bij ons afscheid de fietspomp overhandigde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden