Schrijvers aller landen. . . (2)

Ook grote landen hebben hoeken en gaten nodig waar mensen zich kunnen verstoppen die zenuwachtig worden van wolkenkrabbers, van restaurants waar je een week van tevoren moet reserveren en van fietsers die door rood rijden....

STEPHAN SANDERS

Zo ontstaat er af en toe nog onrust onder de plaatselijke bevolking, en om die te smoren heeft men hier een krant in het leven geroepen die niet zozeer bedoeld is om te onthullen, als wel om af te dekken en gerust te stellen. De Daily Iowan ligt iedere morgen op mijn stoep en is perfect in zijn soort. Ze hanteren daar de filterprocedure: het grote Amerikaanse nieuws wordt even aangestipt, maar zo dat er geen wrange nasmaak kan blijven hangen.

Ja, het heeft behoorlijk gewaaid daar aan de oostkust, en geplenst heeft het ook. Orkaan Fran, wat je zegt. Maar gelukkig wist de redactie de hand te leggen op een actiefoto waarop een jongetje te zien is dat spelevaart in zijn kano. Het is gezegd, zelfs de doden worden in een bijzin genoemd, maar op een leuke, positieve manier.

Nooit eerder had ik het idee zo weinig met Amerika van doen te hebben als hier, in Amerika. Amsterdam is een voorstad van New York en wat er 's avonds in Washington gebeurt staat 's ochtends in de Nederlandse kranten, maar wie in Iowa City woont waant zich ver weg van al die wereldse woelingen. Gisteren zag ik het plaatselijk journaal, waar ze beelden vertoonden vanuit Los Angeles: een vakbondsdemonstratie als ik het goed heb, met veel boze, dreigende stemmen. Wat een geschreeuw. Wat een gedoe. Ik keek ernaar met de distantie die je in Nederland gewoonlijk voor Teheran reserveert. Crazy people. Die gekken, daar.

Het merendeel van de Amerikanen heeft zich al lang teruggetrokken uit de macrokosmos, waarvan Clinton officieel nog steeds de president is; ze nestelen zich in de microkosmos van de eigen streek, het plaatselijke nieuws. Het wachten is op de dag dat een middelbare scholier zal vragen: de mars op wat? Op Washington? En in welk buitenland moet dat wel liggen?

Het is veel aardiger om te weten dat Thomas L. Kusmerz, 19, 322 N. Clinton St. Apt 18., het afgelopen weekend bekeurd werd wegens het overtreden van het zwemverbod in de Iowa-rivier. 'Tussen Iowa Avenue en Burlington St.', vermeldt de krant behulpzaam, en zelfs ik, nieuwkomeling, weet waar dat is. Brion P. Sisco, 18 jaar, uit Illinois was diezelfde avond dronken en had bovendien een vals identiteitsbewijs op zak. En Craig D. Cannon, 22 jaar, 616 N. Johnson St. moet rond die tijd een feestje hebben gegeven dat danig uit de hand liep: 'He was charged with keeping a disorderly house.'

Het leuke aan zo'n kleine, hechte gemeenschap is dat je je nooit een nummer hoeft te voelen, zelfs niet als je in overtreding bent. Ze kennen je bij naam, en die staat de volgende dag ook voluit in de krant zodat je in een klap de huisvriend bent geworden van heel de stad.

Hier is Amerika niet groter dan een dorpsstraat.

Ik herken de symptomen van vijf jaar geleden, toen ik voor langere tijd in Minneapolis woonde en aanvankelijk ook getroffen werd door een gallisch bewustzijn. Oeverloze kritiek: dat Amerikanen niets van wijn afwisten en meenden dat een Merlot met chocolate flavor een aanbeveling was. Dat ironie aan hen niet besteed was, noch enig andere gemoedsgesteldheid die subtieler was dan fucking good of fucking bad. En het ergste was nog wel dat ze ondanks mijn messcherpe bezwaren zo onuitstaanbaar vriendelijk bleven. Ik bokste, en Amerika aaide me vriendelijk over de bol.

Van dit land gaat iets onaantastbaars uit, dat bij buitenlanders onmiddellijk weerstand oproept. Het heeft te maken met die onnadrukkelijke overvloed waarmee achttienjarige kinderen wegscheuren in auto's die in Europa uitsluitend voor de directie worden gereserveerd. Zelfs de provincialen lijken hier minder provinciaal, al was het maar omdat ze Amerikaans spreken en zo de indruk wekken kind aan huis te zijn bij filmsterren en popartiesten.

En wat doet de buitenlander tegen deze overmacht? De buitenlander houdt zich groot en sputtert tegen. Ik zie het mezelf doen, en anders wel de rest van de schrijvers die zich niet zonder slag of stoot gewonnen wil geven. Tussen de middag, in onze studentenkeukentjes, geven we dit land er flink van langs. Het ziet er overigens naar uit dat Amerika er nog geen bloeduitstorting aan overhoudt.

Het ergst zijn de schrijvers er aan toe uit landen als Birma, Togo en Vietnam: ze duwen verdwaasd hun boodschappenwagentjes voort in afgeladen supermarkten, en bij de kassa weten ze niet waar ze de magnetische kaart in moeten stoppen. Wordt er nu afgerekend of begint de machine zo meteen vuur te spuwen? Ze weten het niet en wachten het af met grote, verdwaasde ogen. Ik zag onze man uit Birma van pure schrik een sinaasappel verorberen, met schil en al. Hij deed het heel onopvallend en snel zodat niemand het zou merken, maar net niet snel genoeg.

Ze zijn in de war en zweven dagelijks tussen ontreddering en opname. Dan zijn er nog de verwende nesten uit de eerste wereld waartoe ik behoor, samen met de Spaanse, de Australische en de Nieuw-Zeelandse collega's. Wij zijn niet onder de indruk, en onder ons gezegd en gezwegen, beter gewend. Dat zwijgen brengen wij luidkeels ten gehore, zodat niemand er een woord van hoeft te missen. Als dedain zo dik wordt aangezet, moet de angst wel groot zijn om ongemerkt in de omringende omgeving te verdwijnen.

Maar het pijnlijkst is de siuatie voor de Derde-wereldschrijvers, die zich heilig hadden voorgenomen het Westen een lesje te leren. Het pijnlijkst is het voor Raj, uit India.

Hij heeft een lang, mager lichaam en een uitgesproken gezicht met diepliggende ogen; moeilijk te zeggen of een en ander het gevolg is van honger of van een superieur inzicht. (Inmiddels heb ik met hem gepraat en gegeten. Het is een oogontsteking.)

Vergeleken met hem was Gandhi een lachebekje. De meeste schrijvers vrezen zijn bestraffende blik en buigen beschaamd het hoofd. Nooit eerder wisten ze zo zeker dat ook zij besmet waren met het virus van het westers materialisme. Alleen de Amerikaanse studenten in de lift zijn onverstoorbaar: 'Hi man, what's up.'

In beide gevallen ziet Rai daarin aanwijzingen voor de allerdonkerste vermoedens. Zijn eerste de beste Amerikaanse provincieplaatsje.

Gisteren in de lift hoorde ik hem voor het eerst iets terug mompelen: 'Thank you, I'm fine.'

Het is het begin van de grote capitulatie. Want elke dag opnieuw wint Amerika hier de wereldoorlog, handsdown.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden