Column

Schrijven leek me een eenzaam en neurotisch bestaan

P.C. Hooft

In de stad op zoek naar een cadeautje voor een jarig nichtje ('Ik vind alles leuk, als het maar roze is') passeerde ik het P.C. Hoofthuis, waar ik in de jaren tachtig neerlandistiek studeerde. Ik deed dat laatste niet omdat ik zo gesteld was op de close reading van Elckerlyc en Mariken van Nieumeghen, maar omdat mijn rechtenstudie was mislukt en je toch iets moest doen om die beurs te krijgen - Nederlands sprak ik trouwens al, dat scheelde.

Het viel nog niet mee, want in plaats van gezellig zinsontleden voor gevorderden kregen wij, prille studenten, al gauw Karl Poppers 'kritisch rationalisme' voor de kiezen, en thema's als 'de ontwikkeling van produktieve semantiek bij natuurvolkeren'. Ook werden we gedwongen complete Habsburgse en Bourgondische rijken uit het hoofd te leren, waarvan ik me uitsluitend nog kan herinneren dat de Habsburgers allemaal leden aan een erfelijke kaakvergroeiing, de zogeheten Habsburgse kin. De Bourgondiërs hadden iets dergelijks met hun neus.

Vrijwel al mijn medestudenten wilden trouwens schrijver worden of gewoon lekker de hele dag op hun bed dromerig liggen bladeren in een dichtbundel van Hans ('de chrysant') Faverey, en zaten dus óók niet te wachten op wetenschapsfilosofische conflicten of de allegorische symboliek achter Van den Vos Reynaerde ('Willem die Madocke maecte / daer hi dicken omme waecte').

Ik bekeek het foeilelijke P.C Hoofthuis nog eens goed en dacht aan Herman Pleij. Hij was indertijd hoogleraar historische letterkunde en kon enthousiast vertellen over geile nonnen, liederlijke monniken en vooral ook rederijkers. Door de andere colleges sliep ik vaak min of meer heen, maar bij Pleij durfde ik dat niet; omdat hij nogal loenste, had je altijd en overal het idee dat hij je in de gaten hield, een beetje zoals bij de Mona Lisa, maar dan héél anders.

Zelf vreesde ik de toekomst. Schrijven, met of zonder diploma neerlandistiek, leek me een eenzaam en neurotisch bestaan en het logisch alternatief, leraar worden, stuitte me nog meer tegen de borst, want ik wist als geen ander hoe intens vervelend middelbare scholieren kunnen zijn. Na drie jaar studie gaf ik dan ook de moed op en vertrok naar Moskou, waar ik geruime tijd zou doen alsof ik fotograaf was, overigens zonder succes.

Later werd ik toch een soort schrijver en inderdaad: het is een neurotisch en eenzaam bestaan. Maar blij en opgelucht ben ik dat ik geen leraar hoef te zijn. En dankbaar ben ik Herman Pleij. Als hij niet zo scheel had gekeken, had ik nog steeds niet geweten wat rederijkers waren en dat zou toch jammer zijn geweest.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.