Gastcolumn

Schrijven kun je niet leren. Of toch wel?

Gastcolumn Inge Schilperoord

We hebben nog steeds het romantische beeld van de schrijver op een eenzame zolderkamer, die, aangestoken door een goddelijk vuur, de woorden als vanzelf uit zijn pen ziet vloeien, schrijft gastcolumnist Inge Schilperoord.

Het bureau in de werkkamer in het huis van Harry Mulisch. Beeld anp

'De Schrijversvakschool, is dat de school waar Harry Mulisch ook op zat?' Dit soort hoongelach heb ik vaak gehoord toen ik de Schrijversvakschool volgde. En: 'Hoezo? Schrijven kan je toch niet leren?' Hoe anders is dit bij een kunstschilder. De kunstacademie als vooropleiding wekt geen enkele verbazing. Net als weinig wenkbrauwen zullen fronsen bij een fotograaf die aan de foto-academie studeert. Maar een schrijver die een vakopleiding volgt, dat is iets raars.

Zulk soort reacties blijven me verbazen. Natuurlijk, wie romans wil schrijven moet over een zeker talent beschikken. In die zin is schrijven niet te leren. Daarnaast moet je een sterke drang, misschien liever nog obsessie, hebben om te WILLEN schrijven. Want het vergt veel vasthoudendheid en discipline om de afstand te overbruggen van schrijven als hobby naar schrijven als ambacht.

'Echte schrijvers'

Maar, van dit laatste eisen we blijkbaar dat het vanzelf gaat. Dat je dit gewoon 'moet kunnen'. En dat het iets puur gevoelsmatig is. Het is het romantische beeld van de schrijver op een eenzame zolderkamer, die, aangestoken door een goddelijk vuur, de woorden als vanzelf uit zijn pen ziet vloeien. En natuurlijk zijn die momenten van ongebreidelde inspiratie er ook. Gelukkig maar. En daar kan je geen opleiding voor volgen.

Maar, feit blijft dat schrijven een ambacht is. Een vak dat je je eigen maakt doordat je de vruchten van je inspiratie gedoseerd leert gebruiken. Je gaat nadenken over effect en functionaliteit, je woorden van een afstand bezien, schrappen wat niet werkt. En het kan fijn zijn dit te oefenen in een kritische, maar veilige omgeving. Met 'echte' schrijvers als klankbord. Maar, het feit dat schrijven vaak simpelweg hard werken is, dat het voor een groot deel bestaat uit structuren uitdenken en rationele beslissingen nemen, neemt wel veel van de romantiek weg. En dat lijkt voor velen een teleurstelling.

Boekenkast in de werkkamer van schrijver Harry Mulisch. Beeld anp

Keurslijf

Voor mijn werk als forensisch psycholoog geldt precies het tegenovergestelde. Hier zijn de verwachtingen duidelijk. Dit vak kan, en moet, je leren, en wel op een gestandaardiseerde manier. Eerst in de collegebanken. En dan, na afronding van de universitaire opleiding, op de werkvloer. Daar gebruik je gestandaardiseerde meetinstrumenten, vragenlijsten en protocollen. Dit is uiteraard goed voor wetenschappelijk onderzoek en intercollegiale communicatie. Maar het helpt ons ook te geloven dat we greep hebben op de psyche van de door ons onderzochte mens. En binnen de huidige meten-is-wetendictatuur wordt meer en meer gekwantificeerd. Het wordt steeds meer een keurslijf dat knelt. De psyche raakt gevangen in getallen en codes. Geef mij je IQ-cijfer, je score op de checklist voor psychopathie en je DSM-code, en ik zeg je wie je bent.

Een opmerkelijk verschil. Want beide professionals, de psycholoog en de schrijver, doen in zekere zin toch ook hetzelfde. Of zouden dat moeten doen. Beiden maken een tocht door de menselijke geest en proberen te vangen wat ons beweegt. En zowel het verstand als ons gevoel helpen ons hierbij. Onze ratio analyseert en deduceert. En daarnaast hebben we de gevoelsmatige inleving en empathie, het laten dwalen van de eigen geest door de veronderstelde geest van de ander. Maar aan het einde van elke reis blijft er altijd wat mysterie over. Iets dat niet te grijpen is.

Bij het lezen van romans houden we dit mysterie graag in stand. Maar van de psycholoog accepteren we haar niet. Iets afdoen als onbegrijpelijk, is dan al snel onprofessioneel. Terwijl juist in dat mysterieuze, dat duistere, meest ondoorgrondelijke deel van ons, in dat deel dat buiten alle cijfers en metingen valt, onze uniciteit schuilt. En hoe efficiënter we werken, hoe meer we het contact daarmee dreigen te verliezen. Dus zou de psycholoog meer moeten werken als de schrijver. Met alle technieken die hem tot dienst staan, onderzoekt hij de werkelijkheid, wetende dat hij hem nooit in een cijfer zal kunnen vangen.

Inge Schilperoord werkt als forensisch psycholoog bij onder andere het Pieter Baan Centrum. Haar debuutroman Muidhond won de Bronzen Uil 2015. Deze maand is zij gastcolumnist van Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.