'Schrijven is frustrerend. Ik kan het niet meer opbrengen'

Nu hij de 80 nadert, legt de gevierde Amerikaanse schrijver Philip Roth de pen neer. Hij heeft gezegd wat hij wilde zeggen.

Op het computerscherm in het appartement van Philip Roth in de Upper West Side in New York zit een geel plakkertje met de woorden: 'De worsteling met het schrijven is voorbij'. Het is voor Philip Roth zelf, die in maart 80 wordt en een van de langste en meest gevierde carrières in de Amerikaanse literatuur achter zich heeft, om hem eraan te herinneren dat hij is opgehouden met het schrijven van fictie: 31 boeken, sinds zijn debuut in 1959. 'Elke ochtend kijk ik naar dat plakkertje', zei hij onlangs, 'en het geeft me enorm veel kracht.'

Voor zijn vrienden is het idee van Roth die niet meer schrijft hetzelfde als Roth die niet meer ademt. Het leek soms of hij niets anders deed dan schrijven. Weken achtereen werkte hij alleen in zijn huis in Connecticut, waar hij zich elke morgen naar een achter zijn huis gelegen werkruimte begaf, waar hij staand schreef en ook vaak 's avonds weer naartoe ging. Op een leeftijd waarop de meeste schrijvers het kalmer aan doen, kreeg hij nieuwe energie en schreef hij enkele van zijn beste boeken: Sabbaths theater, Amerikaanse pastorale, De menselijke smet en Het complot tegen Amerika. Toen hij al ver in de 70 was, bleven de boeken jaar na jaar verschijnen, al werden ze dunner.

Tijdens dit drie uur durende interview - tevens zijn laatste, zegt hij - komt Roth opgewekt en ontspannen over en lijkt hij vrede te hebben met zichzelf en zijn beslissing, die vorige maand is aangekondigd in het Franse tijdschrift Les InRocks. Hij maakt grapjes, haalt herinneringen op, praat over schrijvers en schrijven en blikt duidelijk met tevredenheid terug op zijn carrière. Dit voorjaar heeft hij Blake Bailey als zijn biograaf aangewezen en nu werkt hij nauw met hem samen.

Roth zegt dat hij het besluit om te stoppen met schrijven in feite al in 2010 heeft genomen, een paar maanden nadat zijn roman Nemesis, over een polio-epidemie in zijn geboortestad Newark in 1944, af was.

'Ik heb toen niks gezegd omdat ik er eerst zeker van wilde zijn. Ik dacht: wacht even. Je moet niet je pensioen aankondigen en dan weer terugkomen. Ik ben Frank Sinatra niet. Dus heb ik tegen niemand iets gezegd, gewoon om te zien of het echt zo was.'

Op een tafel in de woonkamer ligt een stapel foto's die een nicht hem heeft toegestuurd: zijn moeder in haar bruidsjurk,; een heel jonge Roth met zijn ouders en zijn oudere broer Sandy voor hun huis in Newark; een knappe Roth in zijn tienerjaren, op de bank met zijn eerste echte vriendinnetje; soldaat P. Roth in uniform en met een helm op.

Naast de foto's ligt een iPhone die hij onlangs heeft aangeschaft. 'Waarom? Omdat ik vrij ben. Elke ochtend lees ik een hoofdstuk in iPhone for Dummies en nu kan ik er goed mee overweg. Ik heb al twee maanden geen letter meer gelezen. Ik haal dit ding tevoorschijn en speel ermee.'

Meteen corrigeert hij zichzelf: 'Ik lees overdag niet meer. Ik lees wel 's avonds, een uurtje of twee. Ik heb net een prachtig boek uit van Louise Erdrich, The Round House, maar ik lees meestal 20ste-eeuwse geschiedenis en biografieën. De 20ste eeuw is mijn eeuw. Toen was ik een kind, toen ging ik naar school, toen werkte ik. Het is tijd om erover bij te lezen.'

Voor zover hij weet, zegt Roth, is de enige schrijver die met pensioen ging toen hij bij wijze van spreken nog wel z'n goaltje kon meepikken, E.M. Forster, die al voor z'n 50ste stopte. Forster stopte echter voornamelijk omdat hij het gevoel had dat hij niet kon schrijven over wat hem het meest bezighield: homoseksuele liefde. Roth stopt omdat hij het gevoel heeft dat hij heeft gezegd wat hij wilde zeggen.

'Ik heb een maand of twee geprobeerd iets te bedenken en toen dacht ik: misschien is het voorbij. Ik heb mezelf een oppepper van fictie toegediend door schrijvers te herlezen die ik al in geen vijftig jaar meer had gelezen, maar die veel voor me betekend hebben. Ik heb Dostojewski herlezen, Conrad, twee of drie boeken per schrijver. Ik heb Toergenjev herlezen, twee van de beste korte verhalen aller tijden: 'De eerste liefde' en 'Lentebeken'.'

'Toen besloot ik om mijn eigen boeken te herlezen, beginnend met het laatste, met een kille blik. En ik dacht: je hebt het niet slecht gedaan. Maar toen ik bij Portnoy was aangekomen -Portnoy's klacht uit 1969 - had ik geen belangstelling meer, dus mijn eerste vier boeken heb ik niet herlezen.

'Dus ik had al die geweldige boeken gelezen en die van mezelf en ik wist dat ik niet nog een goed idee zou krijgen. En dat als ik dat wel zou krijgen, het een enorm gezwoeg zou worden.'

Roth verkeert in uitstekende gezondheid, na een rugoperatie in april, en doet regelmatig oefeningen. Maar, zegt hij: 'Ik weet dat ik niet meer zo goed schrijf als vroeger. Ik heb niet meer het uithoudingsvermogen om de frustratie te overwinnen. Schrijven is frustrerend, elke dag weer, om maar te zwijgen van vernederend. Het is net als met honkbal: twee van de drie pogingen mislukken. Ik heb geen zin meer in dagen dat ik vijf pagina's schrijf en ze dan moet weggooien. Ik kan het niet meer opbrengen.'

Als de ondergaande herfstzon wat te fel wordt, doet Roth een van de gordijnen voor de grote ramen dicht. We zijn op zijn thuisbasis in New York, maar hij is ook vaak in zijn huis in Connecticut, waar hij nu meer tijd heeft om mensen te ontvangen.

'Van de zomer had ik een huis vol. Bijna elk weekend waren er wel gasten, die soms de hele week bleven. Vroeger kon ik niet voortdurend mensen om me heen hebben. Als mensen voor een weekend kwamen, kwam ik niet aan schrijven toe.'

Toch heeft Philip Roth het schrijven niet helemaal opgegeven. Hij werkt per e-mail aan een korte roman, samen met het 8-jarige dochtertje van een vroegere vriendin en daarnaast schrijft hij lange notities en memo's voor zijn biograaf.

'Blake heeft een last van mijn schouders genomen. Ik ben niet meer verantwoordelijk voor mijn leven en voor het uitspitten daarvan. Weet je, ik had mijn leven nodig als springplank voor mijn verhalen. Als ik schrijf, moet ik stevige grond onder de voeten hebben. Ik ben niet zo goed in fantaseren. Ik spring een paar keer op een neer op de springplank en dan duik ik in het water van de fictie. Maar altijd moet ik in het echte leven beginnen om de fictie met leven te doordrenken.'

De notities die Roth maakt, vullen nu al dozen, zegt Bailey.

Eén ding wil Roth rechtzetten: hij wordt altijd verkeerd geciteerd met de uitspraak dat de roman stervende is. 'Ik geloof helemaal niet dat de roman stervende is', zegt hij met klem. 'Ik heb gezegd dat lezers uitsterven. Dat is een feit en ik zeg het al vijftien jaar. Ik heb gezegd dat het scherm de lezer de das omdoet, en dat is ook gebeurd. Eerst het bioscoopscherm, toen het televisiescherm en nu, als genadeslag, het computerscherm.'

Maar al loopt het aantal lezers terug, er worden nog steeds grote romans geschreven. 'Ed Doctorow', begint hij een opsomming van schrijvers die hij bewondert. 'Don DeLillo. En nu heb je die Denis Johnson - fantastisch. Franzen - fantastisch. Erdrich - een kanon. En er zijn nog wel zo'n twintig jonge schrijvers die echt heel goed zijn. Dat is niet niks.'

'Waarom hebben we meer lezers nodig? Aantallen zeggen niks. De boeken zeggen wel wat.'

Het is donker geworden. Hij staat op, loopt op kousenvoeten door de kamer en knipt een paar lampen aan.

Bron: The New York Times

Vertaling: Leo Reijnen

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden