INTERVIEW

'Schrijven doe je in je eentje, dat is lekker'

Radiomaker en schrijver Jan Donkers (71) vraagt zich in zijn nieuwste boek af: ben ik te oud voor popmuziek?

Jan Donkers.Beeld Frank Ruiter

Amsterdam: Noord of Zuid?

'Ik woon al lang in Zuid, naar volle tevredenheid. Maar ik kies voor Noord. Ik ben er opgegroeid en in de jaren zestig vol rancune vertrokken. Een achterlijk dorp. Er was niks. Geen ziekenhuis. Geen theater. Geen middelbare school. Geen leuk café. Geen boekwinkel. Je moest altijd met die rotpont, die nu zo liefkozend het pontje wordt genoemd. Het is nog steeds een rótpont. Maar ik ben gelukkig met het nieuwe elan. Het is zo mooi dat het tegen de verdrukking in is ontstaan, tegenover het dedain van de grote stad aan de overkant - daar bestond voor de bestuurders slechts één IJ-oever.

'Noord heeft gewoon zijn eigen plan getrokken. Op de terreinen van de scheepsbouw vestigden zich wat je de creatievelingen kunt noemen. Dat leidde tot reuring, de horeca volgde, er is een buzz ontstaan. Sinds ik een boek over Noord heb geschreven, Zo dicht bij Amsterdam, kom ik er weer wat vaker. Ik kan niet aan de zijlijn blijven staan, ik zit in vier of vijf adviesraden, denktanks. Noord zit in mijn dna. Ik voel me er thuis. Maar daar wonen zit er niet meer in, ik kan het niet betalen. Ik zal er wel worden begraven.'

Jan Donkers

Jan Donkers (Amsterdam, 1943) is radiomaker, popjournalist en schrijver. Hij studeerde sociologie in Amsterdam, recenseerde in de jaren zestig popmuziek voor de Volkskrant en was redacteur bij Hitweek. Voor de VPRO maakte hij in de jaren zeventig en tachtig muziekprogramma's met onder anderen Wim Noordhoek, Rik Zaal en Roel Bentz van den Berg. Hij schreef verhalenbundels, romans en een kinderboek. Vanaf 2013 presenteert hij op KX Radio Gonzo's Return. Vorige maand verscheen bij Atlas Contact Rock-'n-roll voorbij de midlifecrisis.

Radiomaker of schrijver?

'Radio is nooit mijn echte passie geweest. Ik ben aan het begin van de jaren zeventig niet bij de VPRO gekomen om er radio te gaan maken. Nee, de VPRO bestond uit een groep jonge en energieke mensen waar ik bij wilde horen. Ik ben vijftien jaar buitenlandredacteur geweest, op kosten van de VPRO heb ik de hele wereld bereisd. En ik kon geheel naar eigen inzicht plaatjes draaien totdat de netmanagers en de zendcoördinatoren kwamen - toen was ik weg.

'Schrijven doe je in je eentje, dat is lekker. Er is niemand die meekijkt. Het is zo heerlijk te spelen met genres, met stijlbreuken - ik ben een jongen van Noord, ik gebruik de taal van Nieuwendam net zo makkelijk als die van de universiteit.'

VPRO of KX Radio?

'Na wat ik net zei, kan het moeilijk iets anders dan de VPRO zijn. Voor KX Radio maak ik al ruim twee jaar radio op de maandagavond. Ik verdien er geen cent mee. Maar ik vind het geweldig. Elke maandag loop ik met een linnen tasje vol cd's naar het oude Filmmuseum in het Vondelpark, waar de studio is. Ga je gang, zei Rob Stenders, de oprichter van KX Radio, ik bemoei me nergens mee. Dan hoef je mij niet te overreden. Na de eerste uitzending vroeg ik om reacties. Er was er niet één. O god, o god, dacht ik. Ze kwamen pas dagen later. Luisteraars gebruiken de podcast. Dat was een omschakeling.'

Americana: muziek voor ouwe lullen of alle generaties?

'Voor alle generaties. Dat is het namelijk. Artiesten als Leonard Cohen en de Rolling Stones trekken publiek van 20 tot 80, nou ja, 75. Wat Americana nou precies is, valt lastig te formuleren. NRC Handelsblad vroeg het me een keer uit te leggen en het is me in 2.000 woorden niet gelukt. Je kunt het negatief definiëren: het is geen pure blues, geen pure country, geen pure singer-songwriter - al is het laatste wel het dominantste element. Het is een amalgaam van alle bronnen waarop de rock-'n-roll is gebaseerd.

'Ik ben met dat label niet zo blij. The Ramones, mijn lievelingsband, is geen Americana, dat is garage. Misschien is de gemene deler dit: als ik lees dat drie jongens in de garage van hun vader zijn begonnen en, nadat ze drie akkoorden hebben geleerd, zijn gaan optreden, hebben ze al bij voorbaat mijn interesse. Voor drie jongens die elkaar op het conservatorium hebben ontmoet, zal ik wat meer moeite moeten doen.'

'The Ramones, mijn lievelingsband, is geen Americana, dat is Garage.'Beeld getty

Mart Smeets of Johan Derksen?

'Daar was ik al bang voor. Heel moeilijk. Erg moeilijk. Allebei zijn ze op de radio pleitbezorgers van goede muziek. Ik wil met Johan weleens praten over Van Gaal of Ajax of met Mart over wielrennen en honkbal. Vergeet het maar. Het is gelijk: heb je dit al gehoord? Ga je daar nog heen? Uit opportunistische motieven kies ik voor Johan. Ik heb vijftien jaar voor Voetbal International prachtige reizen mogen maken. Maar muzikaal gezien sta ik net een paar graden dichter bij Mart Smeets. Johan is meer van de hedendaagse blues, Mart is wat breder en eigenzinniger.'

De allerergste: Bono of Nina Hagen?

'Bono, denk ik toch wel. Die pretenties. Dat vlaggengezwaai. Dat belerende toontje. Net doen alsof je begaan bent met het lot van de wereld en intussen je geld wegsluizen naar Nederland om de belasting te ontlopen. Ken je dat fragment uit een optreden in Ierland? Bono klapt in zijn handen en zegt: 'Every time I clap my hands, a child dies in Africa.' Dan hoor je iemand uit het publiek roepen: 'Then stop clapping your hands, you vicious bastard!' Die jongen had ik wel willen omarmen.

'Over Nina Hagen heb ik ooit een stuk geschreven in De Groene Amsterdammer. Er ontstond destijds een soort welwillende stemming rondom haar. Er zit toch wel wat in die muziek. Er speelde iemand viool in haar bandje. Viool! Ze had op het conservatorium gezeten. Haar stiefvader was Wolf Biermann, dissident uit Oost-Duitsland. Ze was gevlucht! Allemaal argumenten om het goed te vinden. Het was niet om aan te horen. Een zingende natuurramp. Na Bono is Nina Hagen een goede tweede. En Freddy Mercury is een prima derde.'

Beeld ap

Stoner of Butcher's Crossing?

'Ik heb beide boeken van John Williams ingesproken als luisterboek. Stoner is een genadeloze beschrijving van psychische eenzaamheid, maar nu heb ik meer herinneringen aan Butcher's Crossing. Die vreselijke slachting onder de bizons, dat gruwelijke einde - mijn God. Het is wel een aanslag op je incasseringsvermogen. Ik heb vijftien boeken voorgelezen, tot nu toe. Meestal prima vista, ik lees hooguit de eerste tien pagina's van tevoren. Je houdt het zo frisser, je laat jezelf verrassen.

'Ik ben me er nooit zo bewust van geweest dat mijn stem bijzonder klinkt. Ik herinner me dat ik in New York in de lift van een hotel stond en een Amerikaans meisje binnenstapte, klaar om te gaan joggen. Ze zei: 'Good morning.' Ik zei ook: 'Good morning.' Ze reageerde meteen verbaasd. 'Wow, is this your regular voice?' Toen sprak ik de vreselijke woorden: 'You should hear me at midnight.'

'Ik doe nu een theatershow met drie muzikanten waarin ik verhalen vertel over de muziekgeschiedenis. Er komen na afloop oudere meisjes langs die me meedelen dat ik ze 's avonds voor het slapen gaan ook eens mag komen voorlezen. Waar hun man bij staat, hè.'

Dennis Bergkamp of Miguel Indurain?

'Mijn sporthelden, ja, hoewel het allebei nogal dooie figuren zijn. Zie Bergkamp maar eens op de bank zitten bij Ajax. Totaal emotieloos. Indurain was voor mij de perfecte atleet. Ik heb vijf jaar de Tour de France mogen verslaan voor Nieuwe Revu. Tijdens een tijdrit in San Sebastian reed ik achter hem. Verbijsterend hoe dat lijf kon stampen.

Maar ik kies voor Bergkamp. Hij heeft me momenten van euforie bezorgd, dat geeft toch de doorslag. Niet alleen die ene goal in de wedstrijd tegen Argentinië, maar ik genoot ook van zijn passeerbewegingen. En zijn balaannames! Zijn balaannames vormden zijn handelsmerk.'

Dennis Bergkamp juicht, in het gras gelegen, genietend van zijn winnende doelpunt tegen Argentinië.Beeld anp

Amerikakenner: Maarten van Rossem of Willem Post?

'Ik denk dat ik voor Willem Post kies. Vanwege zijn kennis. Maarten is vaak zo voorspelbaar. Hij beantwoordt met genoegen aan een stereotype van zichzelf. Vraag hem naar de Senaat of het Huis van Afgevaardigden en hij zal weer beginnen over 'die grote hoeveelheid halvegaren en idioten die daar bij mekaar zitten'. Daar heeft hij gelijk in, maar qua kennis brengt het ons niet veel verder.

'Ik volg het land wat minder dan vroeger. Het hoeft niet meer zo sinds ik weg ben bij de VPRO. Ik heb er vier keer gewoond. Twee keer in Austin, Texas en twee keer in Berkeley, Californië. Altijd als ik er was, bekroop me het gevoel dat ik gemaakt was voor dit land. Pas op, ik ben sociaal-democraat in hart en nieren, maar hard werken, je best doen, dat past ook bij mij. Maar mijn beroep heeft nu eenmaal met woorden te maken en dat betekent dat ik altijd een achterstand zou hebben.

'Het jaar 2003 was voor mij een breekpunt, de tijd van de inval in Irak. Dat triomfalisme, dat domme geblaat, die krijgszucht. En de pers, inclusief The New York Times, die ik voordien toch bewonderde, die klakkeloos achter de politiek aanliep. De Amerikaanse networks tetterden maar door: 'Showdown Saddam, The Road to Bagdad.' Toen wist ik het zeker: hier hoor ik niet bij. Ik herinner me dat ik destijds een film zag waarin Florence voorkwam. Ik voelde echt een scheut van Europafilie. Ik wilde het wel uitschreeuwen: 'I am a European!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden