Schrijnende gevallen

Als de vreemdeling een gezicht krijgt, zijn de rapen gaar. Vijf voormalige bewindslieden over asielzoekers, illegalen en de onmetelijke macht van de media.

'Ik heb in die tijd een dagboek bijgehouden', zegt Gerd Leers (minister 2010-2012), 'ik had er ongelooflijk veel moeite mee. Elke avond nam ik die rode map met schrijnende gevallen mee naar huis, en werkte ik de papieren door. Soms sliep ik er niet van. Dan belde ik weleens mijn vertrouwenspersoon, om erover te praten.'


'Tien, soms twintig dossiers in mijn tas', zegt Rita Verdonk (minister 2003-2006). 'Iedere avond opnieuw, als het andere werk was gedaan. Daarna ging ik even rustig zitten met mijn man op de bank. Toen ik ervan af was, voelde dat als een bevrijding.'


'Laatst had ik het erover met een goede vriend en die zei: je vond het verschrikkelijk', zegt Job Cohen (staatssecretaris 1998-2000). 'Het is een portefeuille die je voortdurend met je meedraagt.'


'Je moest eens weten', zegt Hilbrand Nawijn (minister 2002-2003), 'hoe vaak je als bewindsman wordt gebeld door een Tweede Kamerlid, of een burgemeester. Kun je dat even oplossen? Nee, dat kun je niet zomaar even oplossen.'


'Het gebeurt', zegt Aad Kosto (staatssecretaris 1989-1994 ) 'als asielzoekers 'onze asielzoekers' worden. Partijgenoten die je vragen in te grijpen. En als je dat niet doet, omdat het niet kan, worden ze boos.'


Het is een mooi beeld: de minister of staatssecretaris voor vreemdelingenzaken die 's avonds laat de dossiers uit zijn loodgieterstas neemt en eenzaam beslist over het lot van een mens. Nergens grijpt de politiek zo rechtstreeks in op het leven als in het vreemdelingenbeleid. Als je er vijf voormalige bewindslieden naar vraagt - van verschillende partijen, uit verschillende tijden en politieke constellaties - vertellen ze allemaal hetzelfde verhaal. Ze zeggen dat het zwaar is, en ze zeggen dat de media een dwingende rol spelen. Want die geven een vreemdeling een gezicht - en tegelijk een hoop andere vreemdelingen niet.


Als een asielzoeker de media bereikt ben je 'vrijwel kansloos', zegt Job Cohen. 'Of je nu links of rechts bent, maakt niet uit. Het blijft heel moeilijk.' Rita Verdonk: 'Je kunt als minister zo weinig doen tegen die aandacht, want je mag niks terugzeggen. Je mag niet vertellen wat er in die dossiers staat, dat is persoonlijke informatie.'


Fred Teeven (staatssecretaris 2012-nu) leest zijn dossiers met schrijnende gevallen in het weekend thuis op de bank steevast na de wedstrijd van zijn voetbalclub Ajax, vertelde hij in Trouw. Eind januari gaf hij onverwacht een verblijfsvergunning aan Dennis, een jongen van 8 uit Utrecht die uitgezet zou worden naar Kenia. Met Dennis gebeurde wat steeds weer gebeurt, al sinds asielzoekers in de jaren tachtig een begrip werden: de school, de voetbalclub en de burgemeester gingen om hem heen staan en zochten hulp van de media, in een uiterste poging hem in het land te houden. Want zo gaat dat in Nederland: we moeten weinig hebben van asielzoekers, maar van ónze asielzoekers blijven ze af.


Het was opnieuw een geslaagde actie - want had Teeven ooit van Dennis geweten, als het Jeugdjournaal hem niet met betraande ogen te midden van zijn klasgenootjes had laten zien?


'We leven in ons tijdsgewricht met beelden', zegt Kosto. 'Ook al zijn die niet altijd feitelijk correct.'


Het huis van Aad Kosto in Grootschermer werd op 13 november 1991 om vier uur 's nachts door een bom verwoest - de achtermuur stortte naar binnen, het dak eroverheen, de foto met hem voor het huis, de geschrokken kat August in zijn armen, behoort tot de bekendste politieke foto's uit die tijd. De aanslag werd (waarschijnlijk) gepleegd door actiegroep RaRa, de daders zijn nooit achterhaald. De reden was zijn strenge asielbeleid.


'De aanslag', zegt hij nu, 'heeft geen millimeter aan mijn beleid veranderd. Het is verloren als je dat wel zou doen. De volgende dag ben ik gewoon 's ochtends naar kantoor gegaan en heb dat mijn medewerkers verteld.'


Hij zegt ook: 'Er was altijd reuring en lawaai. Je hebt met de zwaksten te maken en dat is heel, heel teer. Kwam er een snoetje op televisie, dan gingen ze om, ook in de Tweede Kamer. Kamervragen, demonstraties. Maar ik heb nooit meegemaakt dat het mijn beslissingen heeft beïnvloed.'


Net als zijn collega's gaf Kosto op persoonlijke titel verblijfsvergunningen aan vreemdelingen in schrijnende situaties: 'interventies' waar hij zijn mond over moest houden, om advocaten en andere pleitbezorgers niet op ideeën te brengen. 'Het was altijd problematisch als men met zo'n verhaal naar de krant ging, of naar de televisie. Want dan stonden de advocaten met hun armen vol soortgelijke dossiers bij je op de stoep.'


Het gaf hem een, naar eigen omschrijving, 'duidelijk imago', dat uiteindelijk leidde tot de bomaanslag. 'Daar heb ik wel last van gehad. Mij is verweten dat ik het beleid koel en hard uitlegde - maar moest ik het dan met tranen op mijn wangen zeggen? Dat is toch niet functioneel? Voor mijn tijd zijn er bewindspersonen geweest die wel toegaven. Er was een gezin in Noord-Holland dat een verblijfsvergunning kreeg, en vlak daarna bleek de vader een formidabele drugshandelaar. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.'


Zijn opvolger Elizabeth Schmitz (staatssecretaris 1994-1998), kreeg het nog moeilijker: aan haar de taak de Turkse kleermaker en 'witte illegaal' Gümüs uit te zetten, die in Amsterdam op handen werd gedragen. Talloze prominenten zetten zich voor hem in, burgemeester Patijn voorop, ook al voldeed Gümüs net niet aan de eisen om in Nederland te mogen blijven. Want Gümüs was een hardwerkende man die niemand kwaad deed en gewoon zijn belastingen betaalde. 'Dat Elizabeth heeft standgehouden is zeer prijzenswaardig', zegt Kosto. 'Dat was ongelooflijk moeilijk.'


Leers: 'Als een zaak in de publiciteit komt, is het eigenlijk al te laat. Je kunt weinig kanten op.'


Gerd Leers kreeg te maken met twee vreemdelingen die op slag bekende Nederlanders werden: het Afghaanse meisje Sahar en de Angolese jongen Mauro. Hun namen werden beeldmerken. De foto: Mauro met een traan op zijn linkerwang. 'Of die nu gephotoshopt was of niet', zegt de ex-minister, 'dat deed er niet meer toe.'


De slag om Mauro noemt hij een 'mediaoorlog' . Er verscheen een emotionele open brief in de kranten, in krachtige taal: 'Ik wil zo graag ieder jaar Koninginnedag vieren en ik wil als voetballer het Nederlands Elftal kampioen zien worden. Veel liefst van Mauro.' Maar het was geen brief van Mauro, die had hem niet eens gelezen. Het was een brief van tekstschrijver Ron Voskamp, die deel uitmaakte van het 'team Mauro' dat rond de jongen was geformeerd en een kern had in zijn voetbalvereniging.


Wat je daar ook van vindt - het werkt wel, geeft Hilbrand Nawijn toe. 'Als een vreemdeling in de belangstelling komt, krijgt hij op het departement meer aandacht. Zodra het in de krant staat, komt het dossier bij de minister op tafel. Dan ga je toch kijken: is alles wel zorgvuldig afgewogen? Zijn er geen fouten gemaakt? Op die manier is het per definitie in het voordeel van de vreemdeling.'


Tegelijk is het ook de keerzijde van de succesverhalen. Mauro, Dennis, Sahar, Taïda Pasic - ze hebben laten zien dat het nut heeft journalisten te zoeken die interesse hebben. Maar de media, zegt Rita Verdonk, spelen vervolgens een onverantwoord spel. Ze hijsen vreemdelingen op het schild waarvan ze maar half de situatie begrijpen, of willen begrijpen. Die de mazzel hebben dat ze interessant zijn, of een hoop goedwillende mensen om zich heen. Kinderen vaak. Ouderen, zieken of mensen die lastig uit hun woorden komen zijn niet sexy genoeg om op televisie hun verhaal te doen, en komen dus ook niet op televisie. De uitzondering is vaak interessanter dan de regel.


'Ik vind het schandalig. De media proberen kansen te creëren voor enkelingen. Het is niet integer. Ik zag als minister dossiers met vreselijke geschiedenissen erin, maar daar lees of hoor je niets over. Zo'n Mauro, hoe dat ging, tsjongejonge. Daar werd een voetbalwedstrijd voor georganiseerd op het Plein, zag ik die Tweede Kamerleden meevoetballen, en dan is het al gebeurd hè. Als je mooie bruine ogen hebt, ja hoor, en wat steun erbij uit de grachtengordel, dan is het zo gebeurd.'


Het zijn niet de vreemdelingen zelf die dat doen, zegt ze erbij, maar 'de anderen'. Asieladvocaten, politici, burgemeesters, schooldirecteuren, bekende Nederlanders soms. 'Je ziet het aankomen. Eerst wordt erover geschreven in de krant, dan komt het op televisie, de golf wordt groter. Hoe blijf je als minister staan in die wervelstorm? Alles zorgvuldig blijven afwegen natuurlijk - maar de tegenstander is altijd in het voordeel, want jij mag niets zeggen.'


Verdonk geldt als de ijzeren dame in vreemdelingenland, maar was tegelijk ook kampioen in het geven van verblijfsvergunningen aan mensen in schrijnende omstandigheden. In het boek dat ze schreef over haar politieke jaren, Mijn verhaal, vertelt ze dat de emoties haar één keer te veel werden: ze huilde in de Trêveszaal, tijdens de ministerraad, omringd door haar collega's. Het ging over Taïda Pasic, een Servisch meisje uit Kosovo dat in Nederland haar school wilde afmaken, maar dat niet mocht. Ook Pasic werd een beeldmerk, en Verdonk de kop van Jut. 'Taïda was bij lange na niet het schrijnendste geval dat ik ben tegengekomen. En toch is het haar gelukt, en anderen niet.'


Je schippert, zegt Job Cohen, als bewindsman tussen het imago van held en van monster. Tussen de abstractie van beleid, en het individuele geval. 'Tussen pagina 1 van De Telegraaf- 'Schandalige toename aantal asielzoekers!' - en pagina 3 - 'Bewindsman laat asielzoeker in de kou staan!' Het is een onmogelijk vraagstuk.'


Cohen kreeg als staatssecretaris een hongerstaking voor de kiezen van 'witte illegalen' in de Haagse Agneskerk. 1998. 'Wat móet je ermee. Ik heb me zo ongelooflijk eenzaam gevoeld in die tijd. In de kabinetsvergaderingen vroeg niemand ernaar. Niemand kon er iets verstandigs over zeggen - je doet je best maar.'


Verdonk: 'Het is niet te doen. Het enige is opletten: alert zijn, meteen een dossier erbij pakken als er ergens in een krant een asielzoeker wordt genoemd.'


Kosto: 'Ik zei tegen mijn ambtenaren: als je dossiers aan ziet komen, zie ze dan op mijn bureau te krijgen voordat het in de krant staat. Dan los ik het op voordat het een probleem wordt.'


1. Dennis vs Fred Teeven

Het rechtse weblog GeenStijl, afgelopen november: 'Walgelijk. Fred Teeven trapt Dennis (8) het land uit'. Twee maanden later strijkt de staatssecretaris de hand over het hart: Dennis mag toch blijven. Geboren in Zwolle zwerft hij met zijn moeder en zus van asielcentrum naar asielcentrum (Dronten, Middelburg, Vlagtwedde, Amsterdam, Eindhoven, Utrecht) totdat hem, zijn moeder en zusje werd verteld dat ze volgens de regels terug moeten naar Kenia. Dat stuitte op verzet. Groot verzet: Dennis is een innemende jongen, zijn beste vriendje heet Marten en Martens moeder, politicologe Christa Wijnbergen, neemt het voortouw. Het Jeugdjournaal filmt zijn klas op de St. Dominicusschool; Dennis in tranen, kinderen geschokt. Een petitie tegen zijn vertrek wordt door dertigduizend mensen ondertekend. Teeven, eerst nog hard in zijn oordeel, gaat door de knieën.


2. Mauro vs Gerd Leers

Mauro Manuel was 9 jaar toen hij door zijn moeder op een vliegtuig naar Nederland werd gezet, en zich meldde als minderjarige asielzoeker. Hij komt uit Angola. Werd opgenomen in een Brabants pleeggezin dat hem probeerde te adopteren. Dat kon niet volgens de regels, en na een paar rechterlijke uitspraken moest Mauro volgens weer andere regels in 2011 het land uit. Zijn pleegouders zochten steun bij Tweede Kamerleden (Dibi, Koppejan, Ferrier), er kwam een Kamerdebat maar meer impact nog hadden Mauro's televisieoptredens: de asielzoeker kreeg letterlijk een gezicht en werd een bekende Nederlander. Legendarisch is de scène in Pauw & Witteman, waarin staatssecretaris Henk Bleker live een briefje schrijft aan Mauro en hem uitnodigt voor een voetbalwedstrijd. De zaak is de basis voor de Kinderasielwet, die bepaalt dat 'gewortelde' (nieuwe term) jonge asielzoekers toch mogen blijven.


3. Sahar vs Gerd Leers

Het Afghaanse meisje Sahar uit Sint-Annaparochie (14 jaar, 13 opvanglocaties) wordt een landelijke televisiebekendheid, als uitzetting dreigt en de gemeenschap om haar heen gaat staan. Haar klas, 2D van het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden, begint een actie. Ze maakt indruk in Pauw & Witteman, waar ook burgemeester Gerrit Krol aanschuift. Zelfs de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN schrijft Gerd Leers een brief waarin hij vraagt haar te erkennen als vluchteling. Dat gebeurt uiteindelijk, via een ingewikkelde wetswijziging voor 'verwesterde' Afghaanse meisjes. Opmerkelijk genoeg vertelde Annemieke Bots van Vluchtelingenwerk in de Volkskrant dat grote media-aandacht een zaak ook kan tegenwerken: 'Minister Leers voelt zich door alle media-aandacht in de Sahar-zaak in een hoek gedrukt.'


4. Taïda Pasic vs Rita Verdonk

Ze is in haar examenjaar (vwo) als de Servisch-Kosovaarse Taïda Pasic (18) door de vreemdelingenpolitie ruw uit de klas wordt gehaald, en wordt vastgezet in een detentiecentrum ter fine van uitzetting, zoals dat heet. Het is 2006. Het gezin Pasic is al jaren uitgeprocedeerd en heeft volgens de regels geen enkel recht om te blijven, maar toch wordt Taïda een geduchte tegenstander voor de ijzeren minister Rita Verdonk - gesteund door haar gastgezin, de familie Meulenkamp in Winterswijk, door haar klas- en buurtgenoten (ze krijgt tientallen huwelijksaanzoeken) en door de media - Paul Rosenmöller zoekt haar in Sarajevo op voor het tv-programma Spraakmakende Zaken. Uiteindelijk doet ze vwo-examen in Sarajevo, keert terug met een studiebeurs van de Van Beek-Donnerstichting, studeert rechten en wordt advocaat in Amsterdam.


5. Zekeriya Gümüs vs Elizabeth Schmitz

De Turkse kleermaker Zekeriya Gümüs woont en werkt sinds 1989 in de Amsterdamse wijk De Pijp. Hij is illegaal, maar betaalt wel zijn belastingen - niemand die op hem let. Eind jaren negentig komt er een regeling voor illegalen zoals hij (de 'witte illegalen'): als ze zich melden en kunnen aantonen zes jaar achtereen in Nederland te zijn, krijgen ze een verblijfsvergunning. Gümüs meldt zich maar kan alleen aantonen dat hij al vijf jaar in Nederland heeft gewerkt. Hij wordt afgewezen, en een groot protest zwelt aan, culminerend in dagelijkse demonstraties. Het helpt niet.


VOLKSKRANT OP ZONDAG

Morgen in de Rode Hoed in Amsterdam: het Volkskrant-op-zondagdebat over vreemdelingen met staatssecretaris Fred Teeven, voormalig vluchteling Sander Terphuis en directeur Eduard Nazarski van Amnesty Nederland. Toine Heijmans spreekt een column uit, naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwe roman Pristina. Reserveren via rodehoed.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden