Schrijnend, levens- echt theater

Het artificiële zit in 'Na de repetitie', het echte leven in 'Persona'. Beide gaan over de troost van kunst.

Theater

'Mijn rol is af, en bijna uitgespeeld.' Dat zegt theaterregisseur Hendrik Vogler in de voorstelling Na de repetitie, naar het script van de Zweedse film- en theatermaker Ingmar Bergman. Hij zit midden in een crisis, zowel persoonlijk (midlife) als artistiek (waar moet het heen met mijn theater?). Hij probeert dat te verbloemen door vooral de getergde regisseur uit te hangen, tegenover de jonge actrice die hem na de repetitie onverwacht komt opzoeken.

Gijs Scholten van Aschat speelt Henrik Vogler met een vleugje pathetiek, die zo treffend is in de theaterwereld, waarin alles net even groter wordt aangezet dan in het normale leven.

Vogler wordt gekweld door twijfels over zijn leven en werk, en dat resulteert hier in een rolopvatting vol verbaal geweld, als een laatste krachtsinspanning om te imponeren. Niet in de laatste plaats omdat Anna 23 is, net zo oud als zijn eigen dochter. En ze is mooi, en puur, en, ja, actrice, dus ze wil zich ook wel laten imponeren.

Regisseurs en hun jonge actrices. Het is een mooi onderwerp voor een toneelstuk over de toneelwereld zelf, zeker omdat Bergman het in Na de repetitie combineert met het algemene thema van de naderende ouderdom: de angst niet meer mee te tellen, de noodzaak tot overdracht aan de jongere generatie die aan de deur staat te kloppen.

In deze nieuwe voorstelling van Toneelgroep Amsterdam (een coproductie met de stadstheaters van Luik, Luxemburg en Créteil) in regie van Ivo van Hove imponeert Scholten van Aschat door fascinerend toneelspel waarin de scheidslijn tussen echt en onecht diffuus is.

Wat een aansteller, denk je soms, met zijn theatertheorieën en artistieke praatjes. Maar ook: wat een eruditie en kennis, en hoe moedig dat hij zich staande probeert te houden. Tegenover hem staat Karina Smulders als de jonge Anna en ook zij balanceert gretig op breekbare lijnen van aantrekken en afstoten.

Ooit had Vogler een verhouding met haar moeder Rachel (een prachtig getroebleerde Marieke Heebink), destijds een beroemd actrice. In Na de repetitie verschijnt zij halverwege als een droombeeld, niet verwonderlijk, want Volger repeteert Droomspel van Strindberg. De voorstelling speelt zich af in een tamelijk smoezelig repetitielokaal. In Van Hoves opzienbarend beheerste regie is alle opsmuk weggelaten; de videocamera dient alleen maar om de acteurs in de spiegel van hun eigen ziel te laten kijken.

'Ik gebruik alle middelen die mij ter beschikking staan om jullie aan het spelen te krijgen. Dat is mijn werk. En bovendien mijn enige echte grote vreugde', zegt Vogler. En je gelooft hem. Dat hij niettemin doorslaat in een pijnlijke poging het meisje te versieren, maakt deze voorstelling alleen maar schrijnender en levensechter. 'Zwijgt, ziet er oud en moe uit', schrijft Bergman in het script, na weer een monoloog van Vogler. Scholten van Aschat doet dat, tenslotte.

Toneelgroep Amsterdam combineert Na de repetitie met een tweede stuk van Bergman: Persona, gebaseerd op de beroemde kunstfilm uit 1966. Marieke Heebink speelt hierin een actrice die midden in de voorstelling Elektra stopt met praten, en zwijgt. Ze wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek, waarna ze met een jonge verpleegster (Karina Smulders, hier zeer overtuigend) naar een eiland vertrekt. Tussen beide vrouwen ontstaat een eigen soort droomspel, waarin het zwijgen langzaamaan verklaard wordt, en betekenis krijgt.

Voor Persona ontwierp Jan Versweyveld een prachtig toneelbeeld dat zich halverwege letterlijk ontvouwt van een kille ziekenhuiskamer naar sereen eiland, te midden van zacht golvend water. Vooral dit tweede deel heeft een sfeerbepalend geluidsdecor (ontwerp Roeland Fernhout) met flarden van onder meer Brian Eno, David Bowie en Nina Simone.

Dit Bergman-tweeluik (waarvan de stukken soms ook los van elkaar te zien zijn) is bedeesd, weemoedig, en ernstig. Na de repetitie laat de binnenkant van het theater zien, daar waar, in het repetitielokaal, het artificiële regeert. Persona staat veeleer voor de buitenkant, hoe hard en wreed het echte leven kan zijn en hoe door de verbeelding dan weer kunst gemaakt wordt, die vertroosting en beschutting biedt.

In die context is deze volle toneelavond een bijzondere gebeurtenis, die Van Hove als bijna bedaagde toeschouwer toont en niet als de theatermaker die met technisch vernuft wil excelleren. Het gaat uiteindelijk over de betrekkelijkheid van alles: de kunst, de liefde, het leven.

Het theater blijft daarin vooralsnog fier overeind.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden