Schrijfgek Nederland

Ruim één miljoen Nederlanders schrijven of dichten. Zo'n tien jaar geleden konden ze hun pennenvruchten nog moeilijk kwijt. Nu wemelt het ervan op internet....

Margo van Gelder heeft de plankenkoorts in de benen.

Zenuwachtig drentelt ze door haar kamer. Daar staat een microfoon, en slingeren tientallen papieren. Nog één dag, dan is het zover. Dan leest ze haar gedichten voor op het Nijmeegse poëziefestival Bederflijk Vers. Tussen de herfstige blaren zullen daar dichters voorlezen uit hun werk. Bekende dichters, zoals Remco Campert en Anneke Brassinga, maar ook amateurs als Margo. 'Het lijkt mij geweldig om met Remco Campert van gedachten te wisselen', zegt zij. 'Zover ben ik met mijn gedichten nog nooit gekomen.'

Dichten is voor haar noodzaak: 'Ik wil aan anderen uitleggen wat mij beroert. De wereld zelf ervaar ik als één doffe ellende, maar het zit hem in de details. Een gedicht is net een schilderij. Poëzie kan heel dramatisch werken. Een boom die is omgezaagd kan mij hevig aangrijpen.' Margo van Gelder (47, secretaresse) is niet de enige die in haar vrije tijd literatuur bedrijft. Ruim één miljoen Nederlanders zitten ' s avonds niet op de bank te zappen, maar zij scheppen, in stilte. Dat heeft de Stichting Schrijven in 1999 door het NIPO laten uitzoeken. 372 Duizend mensen schrijven proza, 620 duizend maken gedichten.

Dat zijn duizelingwekkende aantallen. Het heeft wel iets moois natuurlijk, dat velen in hun vrije tijd liever sleutelen aan een gedicht dan zich te wentelen in passief vermaak of hun medemens treiteren. Maar het roept ook vragen op. Als die ruim een half miljoen dichters nu eens gedichten zouden lézen in plaats van schrijven, dan zou de poëzie in Nederland een ongekende bloei beleven. En: wie moet al die gedachtespinsels in ' s hemelsnaam lezen, als er al zoveel boeken verschijnen van 'echte' schrijvers?

Zo'n tien jaar geleden was het aantal schrijfhobbyisten ook al groot, maar zij waren voor de publicatie van hun werk afhankelijk van tijdschriften en uitgaven in eigen beheer. Nu kan iedereen die een vers of verhaal heeft afgescheiden, het publiceren. En wel meteen, op internet. Daar wemelt het van de sites (zie inzetje) waarop eenieder zijn pennenvrucht kan plaatsen. Iedere publicatiedrempel is geslecht. Het aantal schrijvers kan daarom nu nog wel groter zijn dan vier jaar geleden. Een op de duizend schrijvers is professioneel. Dus als ook maar de helft van de amateurs een uitgever zoekt, dan staat het massale vrijetijdsschrijven garant voor een massale moedeloosheid.

'Zijn het er zóveel?', vraagt Maria Barnas geschrokken. 'Het lijkt wel een ziekte!' Barnas is schrijver, dichter en beeldend kunstenaar, en zij krijgt wekelijks mensen bij zich die schrijver willen worden. Zij geeft les aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam, die vorig jaar begonnen is met een afstudeerrichting schrijven. Daarmee is de Rietveld de tweede hbo-instelling in Nederland die opleidt tot professioneel schrijver; in 1992 begon de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht de richting drama schrijven. De schrijversvakschool Amsterdam biedt een deeltijdopleiding aan in de vakken poëzie, proza, drama en essay.

Het gaat op de schrijfopleiding van de Rietveld om 'de relatie tussen tekst en beeld', maar de studenten krijgen vooral schrijftraining. De zestien eerstejaars en twaalf tweedejaars die Barnas begeleidt, hebben hoge ambities. Zij zijn dan ook streng geselecteerd; slechts een op de vier aangemelden wordt toegelaten. 'Wij letten op oorspronkelijkheid, maar we kijken ook of iemand zich niet heeft ingegraven in z'n ideeën. Nieuwsgierigheid is belangrijk voor een schrijver.'

Het gaat goed met deze jonge opleiding, vindt coördinator Erik Viskil. Misschien een beetje te goed, denkt hij weleens, 'te oordelen naar de literair agenten die al staan te popelen om werk van onze studenten te presenteren'. De opleiding blijkt nu al te fungeren als een kweekvijver waaruit onrijp talent wordt gevist.

'Dat is niet verstandig', vindt Viskil. 'Het is beter als studenten zich een paar jaar rustig kunnen ontwikkelen, zonder dat iemand over hun schouder meekijkt.'

Een schrijver is pas een schrijver als zijn werk wordt gepubliceerd of opgevoerd, diploma of niet. Is er emplooi voor al die kundig geschoolde schrijvers van de academies? 'Ja, de meesten redden het wel', zegt Nirav Christophe, dramaschrijver, docent en oprichter van de schrijfopleiding aan de HKU. 'Onze oud-studenten vinden doorgaans een gezelschap dat hun werk wil opvoeren. Het aanbod genereert ook vraag, maar niet per se bij de grote gezelschappen. Het aantal opgevoerde theaterstukken per jaar stijgt enorm: vorig jaar 140, twee keer zoveel als tien jaar geleden.'

Schrijven is een ambacht, zegt Christophe, en dat willen beginnende schrijvers nog weleens vergeten. 'Zij zijn niet zozeer met het vak bezig, ze willen geschreven hebben, gepubliceerd zijn. Dat is ultieme erkenning. Schrijverschap is in hun ogen iets goddelijks. Dat beeld wordt hun door de media ook voorgeschoteld. Ze zien Connie Palmen op tv, die al voor het verschijnen van haar boek vertelt dat het over haar dode man Ischa zal gaan. Zo doen sterren dat. Nou, dan kan ik ook over mezelf schrijven, denken veel mensen. Ik

ben ook uniek, ik heb ook geleden.' Met zulke mythen over het schrijverschap rekent Christophe af in zijn deze week verschenen boek Het naakte schrijven. Hij adviseert zijn lezers zich te concentreren op het schrijven zelf en zich niet volledig te identificeren met hun hartebloed. 'Dan is de kans dat je anderen boeit groter.'

Maar die anderen, daar gaat het veel vrijetijdsschrijvers helemaal niet om. Schrijven is voor hen in de eerste plaats een middel om bekentenissen te doen, een trauma te verwerken, of frustraties te uiten. Daar is de literatuur niet voor bedoeld, maar het kan wel z'n nut hebben. Vroeger gingen mensen met hun problemen naar een zielenherder, nu vertrouwen zij ze toe aan het papier. p>'JE zou het therapeutisch schrijven kunnen noemen', zegt Saskia de Bruin. 'Opschrijven wat er in jou om aandacht vraagt. Jezelf een stem geven. Zij typeert zichzelf als 'spirituele vroedvrouw', en haar eigen werk als 'schrijfsels'. Na een carrière als auralezeres, Gordon-trainer en humanistisch vormer begeleidt ze nu mensen, vrouwen vooral, die dagboeken schrijven. Ook zij schreef een boek met schrijfadviezen: Schrijvend tot jezelf komen. 'Mensen schrijven vaak alleen als het slecht met ze gaat', ontdekte ze. 'Ik laat hen ook schrijven over wat hen gelukkig maakt. Maar ik leer geen technieken. Spelling, grammatica en opbouw komen niet aan bod.'

Die houding – gooi het er maar uit, dat lucht zo lekker op – is schrijvers die hun eigen pogingen serieus nemen een doorn in het oog. Songül Arslan (29, administratief medewerkster) stuurde een tijdlang haar verhalen naar een 'free write-groep' op internet en constateerde dat er veel rommel zit tussen de inzendingen. 'Bij sommige verhalen denk je: waarom schrijf jij? Er spreekt vaak zo weinig hartstocht uit. En dan die taal-en stijlfouten! Soms moet je een zonnebril opzetten om erdoorheen te lezen.'

Songül schrijft de laatste tijd langere verhalen. Ze heeft professionele ambities: 'Het schrijverschap is voor mij een droom.' Maar ze is ook praktisch en denkt erover de liefde voor het schrijven te combineren met de kennis die ze opdeed in haar studie economie. 'Dan kom je uit bij de journalistiek. Ik twijfel nog tussen beide, maar altijd geldt: een goed verhaal heeft een kop, een staart en een ontwikkeling. Als je dat niet kunt, moet je er niet aan beginnen.'

Ook Olaf Korder (54) is iemand die zijn hobby serieus neemt. Hij schrijft gedichten die meestal over homoseksuele gevoelens gaan. 'Ik wil mijn ervaringen en gedachten zo goed mogelijk op papier zetten', zegt hij. 'Ik schaaf lang aan mijn teksten.' En al is hij niet op zoek naar een professionele uitgever, zonder lezers zou hij niet schrijven, zegt hij. Maar die zijn er wel: zijn eigen internetsite trok in vijf jaar 275 duizend bezoekers.

Anderen een dienst bewijzen met je opgeschreven ervaringen kan ook een motief zijn. Lisette Hack (35) denkt dat ze met het boek dat ze onder handen heeft, mensen tot steun kan zijn. 'Het gaat over mijn eigen leven, dus veel hoef ik niet te verzinnen. Mijn man is manisch-depressief. Ik heb gemerkt dat er weinig is geschreven waaraan partners en familieleden van mensen met deze ziekte iets hebben. Maar het moet wel een roman worden, dus ik heb een ”plot” bedacht.' Ze heeft er vertrouwen in dat haar boek wordt uitgegeven. De eerste zestig pagina's legt ze binnenkort voor aan een bureau dat manuscripten beoordeelt (zie inzetje), en dan gaat ze op zoek naar een uitgever. 'Als dat niet lukt, geef ik het in eigen beheer uit en probeer ik het te verspreiden via een patiëntenvereniging.'

Gerard Reve schreef het al, in zijn onovertroffen cursusboek Zelf schrijver worden: zonder stilering geen kunst. 'Het wanhopig schreeuwen van een moeder aan het bedje van haar zojuist gestorven kind ontroert ons, maar het is geen kunst. Stileert echter die moeder haar klacht in een lied, al dan niet begeleid door een muziekinstrument, dan is haar handelen kunst.' En Renate Dorrestein voegde daar in Het geheim van de schrijver aan toe dat niet de schrijver tot tranen toe geroerd moet zijn, hij moet de lezer zover zien te krijgen. Het is deze oerwet van het schrijven die er bij beginners moeilijk in wil. Het kost bijna alle schrijfdocenten maanden om Het Gevoel bij de cursisten eruit te beuken.

'Dé ontdekking voor mijn studenten is dat poëzie is gemaakt van taal, niet van gevoel', vertelt Arie van den Berg. Hij is dichter, criticus en artistiek directeur van de Schrijversvakschool Amsterdam en begeleidt al twintig jaar beginnende dichters. 'Op het gebied van taal en vormgeving kun je ze een hoop bijbrengen. Uiteindelijk moet het gevoel wel meespelen, maar via de taal. Mondriaan schilderde suffe landschapjes toen hij van de academie kwam. Pas later vond hij zijn vorm. Maar die omweg was wel nodig. Zo is het bij poëzie ook.'

Maria Barnas lokt studenten uit hun dierbare gevoelswereld door oefeningen. 'Ik vraag niet: wat voel je bij die boom? maar: wat denkt die man die achter die boom staat? Ik geef opdrachten om iets te beschrijven en daarbij het gevoel volkomen uit te schakelen. Gewoon, hoe ziet het eruit? Goed kijken, daar begint het mee.'

Uiteindelijk, zegt Arie van den Berg, gun je iedere beginner een goede criticus. 'Iemand die begrijpt wat je wilt, maar die wijst op tekortkomingen.' Zelf liep hij als jonge dichter Jan Elburg tegen het lijf. 'Ik liet hem mijn werk lezen en heb enorm veel van hem geleerd. Zulk geluk moet je hebben.'

Margo van Gelder heeft haar hoop gevestigd op haar optreden in Nijmegen. Daar wordt ze gehoord. En gewogen. 'Ach, Anna Enquist is ook pas op haar 46ste gaan publiceren. Ja, ik hoop dat ik op het festival word ontdekt. Stiekem hoop ik dat wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden