Schrappen, krassen, aanstippen Voor Arent de Gelder was schilderen een noodzaak

Arent de Gelder bleef Rembrandt, zijn leermeester, trouw als een hond. Hij was zo rijk dat hij zich niet hoefde te schikken naar de heersende mode of naar de grillen van zijn klanten....

DE TRADITIE is er en wordt opnieuw bevestigd. Het relatief kleine Dordrechts Museum heeft naam gemaakt met het organiseren - zo eens in de twee jaar - van tentoonstellingen van 'lokale' kunstenaars met een meer dan lokale uitstraling. De retrospectieven van de negentiende-eeuwse romanticus Ary Scheffer, van Albert Cuyp, en van de landschapsschilder Barend C. Koekkoek zijn daarvan voorbeelden.

Ook nu is in Dordrecht weer een tentoonstelling te zien die in werkelijk alle opzichten deugt. Wat inrichting betreft, catalogus, teksten aan de muren, begeleidende film, en keuze van de schilderijen, prenten en tekeningen: alles aan de tentoonstelling Arent de Gelder, de laatste leerling van Rembrandt, is met even grote liefde en zorgvuldigheid voorbereid en uitgevoerd.

Samen met het Wallraf-Richartz-Museum in Keulen, dat veel werk van De Gelder bezit, heeft het museum bruikleengevers uit de hele wereld overgehaald werk voor deze tentoonstelling af te staan. En zo zijn nu voor het eerst in de geschiedenis 57 schilderijen van De Gelder bij elkaar (uit een oeuvre van ruim honderd). De Gemäldegalerie in Dresden stond onder meer de beroemde Ecce Homo af. Uit Houston kwam een bijna oriëntaalse Allegorie op de vrede, uit Frankfurt het Zelfportret als Zeuxis (dat op de tentoonstelling naast Rembrandts Zelfportret hangt, het doek waardoor De Gelder zich liet inspireren). Het Mauritshuis stond de mooiste De Gelder af, Het loflied van Simeon. En vanuit Schloss Johannisburg in Aschaffenburg werden vijf schilderijen van De Gelders monumentale Passiereeks naar Dordrecht gevoerd.

De schilderijen zijn in een context geplaatst: naast doeken van stadgenoten als Jan van Goyen en Albert Cuyp, en van leermeester Rembrandt, naast passieprenten van Hendrick Goltzius en Albrecht Dürer.

Verwacht één ding niet van deze expositie: dat De Gelder zijn leermeester de loef afsteekt. Want als iets duidelijk wordt dan is het dat De Gelders schilderstalent beperkt was. Ondanks de 'hoogtepunten' - de vroege Ecce Homo uit 1671 bijvoorbeeld, De besnijdenis van Christus, en het efemere Loflied van Simeon, waarin De Gelder zo virtuoos het penseel hanteert, dat zoiets stoffelijks als de hoofddoek van Simeon onstoffelijk, engelachtig wordt.

De Gelder, zo blijkt in Dordrecht, moet het vooral hebben van zijn verfijnde kleurgebruik (nooit geweten dat er zoveel schakeringen tussen olijf- en mosgroen zitten), zijn libertijns hanteren van penseel, penseelstok, vingers en paletmes. Waar de schilder absoluut faalt, is op het gebied van de compositie, het plaatsen van figuren op een doek. Die figuren - de overspelige vrouwen, diensters, krijgsheren, aartsvaders, en zelfs Maria, Jozef en het kindje Jezus - onttrekken zich steeds weer opnieuw aan zijn kunnen. Plagend, zo lijkt het, houden ze zich buiten zijn bereik.

Het licht scabreuze Juda en Thamar (een geliefd onderwerp van De Gelder), de Rust op de vlucht naar Egypte en verder bijna al z'n portretten zijn stoethaspelig geschilderd, met hoofden die scheef op de schouders staan, vervormde gezichten die naast elkaar zijn geplakt, ledematen die te groot of te klein zijn. De Gelder is in de modellering van zijn figuren op het doek veruit de mindere van Rembrandt.

Waarom dan toch, vraag je je af, boeit De Gelder, inspireert en ontroert hij zelfs? Het antwoord op die vraag ligt besloten in zijn biografie. De Gelder, geboren in 1645 en gestorven in 1727, bleef de schilderkunst trouw, ook toen hij een rijk man was geworden. Anders dan zijn tijdgenoten Ferdinand Bol en Albert Cuyp, die hun palet en penseel aan de wilgen hingen toen ze een rijke weduwe verschalkten, bleef De Gelder zijn leven lang meesterwerken en maandagexemplaren schilderen - in willekeurige volgorde. Omdat over De Gelder haast niets is overgeleverd, blijft het gissen. Maar vermoedelijk was het schilderen voor hem een persoonlijke noodzaak. Het leverde hem plezier op en droeg de uitdaging in zich 'steeds beter' te worden.

Die trouw en verbetenheid spreidde de kunstenaar ook tentoon ten aanzien van Rembrandt, bij wie hij tussen 1661 en 1663 in de leer was. Na Rembrandts dood raakte diens 'slordige', pasteuze manier van schilderen, en diens voorkeur voor bijbelse thema's uit de mode. Het Franse classicisme, met een veel fijnere manier van schilderen en een lichter koloriet, raakte ook in Nederland en vogue. Nooit heeft De Gelder zich naar die mode geschikt, nooit ook heeft hij zich, dankzij zijn rijkdom, naar de wensen van klanten hoeven schikken. De Gelder bleef Rembrandt trouw als een hond.

Wie over de twee verdiepingen in het Dordrechts Museum dwaalt, valt het niet-modieuze van De Gelder nauwelijks meer op. En ook de zielenpoten onder de schilderijen verdwijnen naar de achtergrond. Wie van De Gelder houdt, kijkt niet zo nauw naar compositie en anatomie. Hij of zij laat zich verleiden door die genuanceerde manier van schilderen, die eenvoudige, bijna banale techniek van het schrapen, krassen en met de vingers aanstippen, die De Gelder hanteert.

Bij De Gelder bespeur je wat de Britse kunsthistoricus Ernst Gombrich the beholder's share noemt. De Gelder geeft de aanzet op doek: van dichtbij gezien zijn dat chaotische krassen, strepen en spetters. Van een afstandje echter gaat het aandeel van de kijker een rol spelen. Dan lossen de figuren op in mysterieuze duisternis en zilverachtig licht. Dan worden de kostbaarste materialen - kant, zilverfiligrein en goudstof -, geveinsd met de simpelste middelen. Dan wordt de hand van de meester zichtbaar.

Arent de Gelder. Rembrandts laatste leerling. Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht, t/m 17 januari. Di t/m zo 11-17 uur.

Catalogus * 59,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden