Schouder aan schouder: de Willem Barentszen van nu

Vervolg van pagina 1.

Reykjavik biedt, behalve door die hoge concentratie outdoorshops, ook nog om een andere reden de aanblik van een basecamp. Want minstens zo nadrukkelijk aanwezig in het kleine centrum zijn de bureautjes die een- of meerdaagse tochten door het buiten de hoofdstad dunbevolkte land (2,8 inwoners per vierkante kilometer) aanbieden. Rafting, klimmen, vissen, vogelen, mountainbiken, trekkings, kanoën, trails op paarden: het laatste wat er op IJsland van je wordt verwacht, is dat je er maar wat rondhangt en aanlummelt. Niks daarvan, eropuit! Van zoveel druistige vanzelfsprekendheid raken zoon Béla en ik gemakkelijk onder de indruk. Al na een paar uur staan we schouder aan schouder in ons voornemen om de Willem Barentszen van onze tijd te worden. Helemaal niet zo ingewikkeld, dat male bonding.


Hoe serieus wij onszelf als expeditiegangers kunnen nemen, mag blijken uit de begeleiding die ons bij het verkennen van het zuidwestelijke stukje IJsland ten deel valt. Gids Nicolas, een boomlange, geheel in professionele poolkledij gestoken bikkel, komt voorrijden in de zwaarste 4x4-terreinwagen die Ford op de markt brengt. Met hem maken we de rit naar de geisers, de waterval en de eerste nederzetting van Vikingen in nationaal park Pingvellir, en van daaruit over onverhard terrein de bergen in om te gaan sneeuwscooteren.


Onderweg naar laatstgenoemde locatie heeft Nicolas weinig omhaal van woorden nodig om ons ervan te overtuigen dat je die rit als toerist maar beter niet op eigen gelegenheid kunt maken. Wie er, zoals onlangs nog twee fietsers, met panne en zonder bereik van de mobiele telefoon komt te staan, is een gemakkelijke prooi voor onder anderen de weergoden. Het onfortuinlijke tweetal was 48 uur lopend onderweg voordat ze door reddingswerkers werden gevonden. Vrijwilligers moeten zo ettelijke keren per jaar halsoverkop uitrukken, zonder voor hun diensten te worden gecompenseerd.


Ergens middenin de wildernis houden we halt bij een container op palen, waar we in overalls en sneeuwschoenen worden gehesen en van een motorhelm voorzien. Dan is het nog een paar kilometer in de Ford bergop naar het 'station' waar de sneeuwscooters staan opgesteld. Drie kwartier lang blazen we met verrassend hoge snelheid door een volstrekt wit landschap van niets naar nergens, met alleen de brede rug van Nicolas, die voorop rijdt, als oriëntatiepunt. Nou ja, van niets naar nergens: de Eyjafjallajökull-gletsjer die op de route ligt laat zich, sneeuwblind als we dachten te zijn, in al zijn ijsblauwe majestueusheid wel degelijk door ons bewonderen.


Op dag twee op IJsland maken de jongste en de oudste bikkel van het gezin De Jong ruimte om de doorstane ontberingen te verwerken in de Blue Lagoon, op dertig kilometer van Reykjavik. Niet expliciet een kinderparadijs, maar toch: wat kun je kinderen blij maken met een middag en avond in een openluchtzwembad van 39 à 41 graden, terwijl het in diezelfde openlucht ook gewoon flink vriest. Het bassin met mineraalrijk zeewater dat uit een diepte van tweeduizend meter opborrelt, is een van 's lands drukstbezochte natuurverschijnselen, maar daar hoef je als gast weinig van te merken.


De 'lagune', hemelsblauw door de ruime aanwezigheid van onschuldige blauwwier-bacteriën heeft de afmetingen van ten minste een half voetbalveld en de sfeer is er, zoals dat hoort in een wellness-spa, uitermate ontspannen. De tintelende sensatie van zwemmen in de vrieskou is op zichzelf onvergetelijk genoeg, maar kan desgewenst nog worden opgeleukt met een bezoekje aan de cocktailbar middenin het water en met het nemen van een siliciumzandbad of een massage. We laten ons in de Blue Lagoon afdoende 'voorgloeien' om het hoogtepunt van onze trip goed te kunnen doorstaan: de walvis-safari op de Atlantische Oceaan.


De afvaart is op de geplande dag vanwege de wilde zeeën bij Reykjavik naar het een uurtje verderop gelegen Grindavik verplaatst. Bussen brengen excursiedeelnemers uit alle hotels in de wijde omgeving naar het schip, want nauwelijks een populairder attractie op IJsland dan deze. Een paar honderd passagiers scheepten jaarlijks in voor de safari's toen daar zo'n twintig jaar terug mee werd begonnen, nu zijn het er meer dan honderdduizend, een inkomstenbron die inmiddels in de tientallen miljoenen euro's loopt.


Het heeft niet mogen verhinderden dat er in IJsland nog op walvissen wordt gejaagd en dat je in een chic restaurant als Fish Market in de hoofdstad nog vlees van de dwergvinvis op de menukaart treft. Een doodzonde, zeker in de beleving van een achtjarige dierenvriend, zodat zijn vader een recensie van zo'n bordje zeebanket maar wijselijk achterwege laat. Het proeven van een walvis zal ongetwijfeld ook niet opkunnen tegen het zien van een levend exemplaar, en ook in dat opzicht worden we op onze vader/zoon-reis niet teleurgesteld.


In de wateren rondom IJsland leven zo'n zestien soorten, met de blauwe vinvis, de grootste aller dieren, als bijzonderste dus zeldzaamste exemplaar. En laten we die, los van een aantal andere soortgenoten, na anderhalf uur opklotsen tegen de schuimkoppen nou uitgerekend spotten. Zelfs de mariene biologen die tot de vaste bemanning van de excursieschepen behoren, zijn opgewonden wanneer er twee van die spuitende onderzeeboten op telelens-afstand langszij komen. Wij hebben méér dan mazzel.


De eerlijkheid gebiedt dan wel te zeggen dat niet alle opvarenden van de gebeurtenis konden genieten. In elk geval tijdens onze safari was het hebben van stevige zeebenen hiervoor namelijk wel een vereiste. Die had bepaald niet iedereen aan boord: met elke mijl die we verder op de oceaan aflegden, verdwenen er meer hoofden tussen benen. De ene na de andere zeezieke hing boven de aan zijn of haar uitgedeelde kotszak, de kapitein in stilte smekend het roer om te gooien en weer op de haven aan te koersen.


De geharde mannen van De Jong slaagden evenwel glansrijk ook voor deze ultieme outdoortest. En geweldiger nog: met één arm krampachtig aan de reling en de tweede op de sluiterknop van zijn camera lukte het vader verdorie bovendien nog om een razendscherpe opname van driekwart blauwe vinvis te schieten. Gelukkiger kon ik mijn junior-walvisspotter op dat moment niet maken: mán, die foto werd de kroon op zijn aanstaande IJsland-spreekbeurt! Als pa hem dan bij thuiskomst nog wilde helpen met het in elkaar steken van die powerpointpresentatie, was wat Béla betreft de basis gelegd voor een vader/zoon-band waar voorlopig geen speld viel tussen te krijgen.


PRAKTISCH

BBI Travel organiseert in 2012 vierdaagse vader/zoon-reizen naar IJsland met een activiteitenprogramma speciaal voor jongens van 9-12. Afhankelijk van de belangstelling zijn er tot twee reizen per jaar in de schoolvakanties, in de mei- en zomervakantie. Meer informatie: www.bbi-travel.nl


Vlucht en passende excursies kunnen ook los worden geboekt. Dat laatste kan eveneens ter plaatse in Reykjavik en kleinere IJslandse steden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden