Schorem, maar wat een kunstenaars!

Het eerste wat in het oog springt op de tentoonstelling 'La Commune photographiée' is dat de doden de levenden in aantal verre overtreffen....

Van onze correspondent Martin Sommer

Een vitrine verder de gefotografeerdeslachtoffers van 'la semaine sanglante' (bloedige week), toen de opstand in mei 1871 definitief de kop werd ingedrukt. Ze liggen als sardines in hun te kleine kisten. Nog weer verder een fotoserie onder de noemer 'misdaden van de Commune', met geestelijken voor het vuurpeloton.

Tegenwoordig houdt men de score van 'bloedige week' op 25 duizend doden. De opstand verdeelt nog altijd het Franse historisch bewustzijn. De parmantige Sacré-Coeurkerk bovenop Montmartre herinnert aan de rechtse overwinning, links herdenkt zijn doden bij de 'Mur des fédérés' op de begraafplaats Père-Lachaise. De opstand zelf volgde op de instorting van het keizerrijk van Napoleon III en het smadelijke verlies van de oorlog van 1870 tegen Duitsland.

Tweeënzeventig dagen hielden de communards het centrum van Parijs in handen, tegen het regeringsleger dat oprukte vanuit Versailles. Maar het ontbrak aan een heldere doctrine: alles tussen anarchisme en radicale democratie voldeed, als het maar tegen de 'réacs' en de 'bourgeois' was.

'De volkseisen konden niet anders worden uitgedrukt dan door opstanden en gewelddadige revoluties', stelt de historicus Jacques Rougerie in een begeleidend schrijven vast. Zo kennen we Frankrijk, waar politiek en geweld per traditie een innige relatie onderhouden.

Dat geweld moest nog komen toen de levende communards de fotograaf hun barricades toonden. Zichtbaar trots staan ze voor en op hun weerwerk, opgetrokken uit de keitjes van de boulevards, zandzakken en met cement aangesmeerde tonnen. Burgers en militairen balanceren bovenop de resten van de omgetrokken zuil van de Place Vendôme, gehaat om het Napoleonbeeld op de top. Vredig zitten ze te roken in de Salle des Fêtes van het stadhuis. De kroonluchters hangen netjes verpakt in linnen zakken aan het plafond, de bajonetten leunen tegen elkaar. Dreiging gaat er van die verstilde scènes nauwelijks uit.

De Commune werd als eerste drama uit de Franse geschiedenis fotografisch vastgelegd. Niet reportagegewijs, dat kon nog niet. Het materiaal was te zwaar, te breekbaar, te langzaam. Fotograferen was een statische aangelegenheid, zodat doden en uitgebrande ruïnes de betrouwbaarste modellen waren. Op een afbeelding van een slordig troepje communards voor hun barricade is de schaduw zichtbaar van de fotograaf mét zijn fototoestel: een meer dan manshoog apparaat.

Afbeeldingen van bombardementen, gevechten, brandende gebouwen ontbreken. We zien het resultaat, maar afgaand op deze foto's zou je zeggen dat revolutie een kalme aangelegenheid is. Zelfs de vele vastgelegde ruïnes maken weinig indruk op de kijker van nu. Die is gewend aan een dagelijks televisiedieet uit Kosovo. Daar komt bij dat de fotografen de ambitie koesterden 'mooie' foto's te maken, om tegemoet te komen aan de vraag van de commercie.

Verrassend genoeg was die vraag niet bij te benen. 'De communards zijn verschrikkelijk schorem, maar wat een kunstenaars!', moet de Brit William Erskine hebben uitgeroepen. Hij doelde op de bijna Pompei-achtige schoonheid van het afgebrande Tuilerieën-paleis, het stadhuis, het Rekenhof, Arsenaal en nog een hele reeks smeulende hôtels particuliers en paleizen. Franse kunstenaars als Edmond Goncourt, Maxime du Camp, Flaubert en Théophile Gautier dachten er precies zo erover. Allemaal hartstochtelijke tegenstanders van de Commune, en bewonderaars van het ruïneuze resultaat.

De Parijse resten werden 'dermate populair, dat het reisbureau Cook in Groot-Brittannië ware ramptoerisme-reizen organiseerde. De paar honderd fotografen die de stad rijk was, grepen hun kans om vast te leggen wat er vast te leggen was. De ansichtkaartenladder deed zijn intrede, en zelfs stropdassen met opdruk van de zuil van de Place Vendôme. Zodoende werd de Commune niet alleen het model van de Russische revolutie, maar ook de doorbraak van de commerciële fotografie.

De fotografie dankte nog meer aan de opstandelingen. Voor het eerst gebruikte justitie foto's om verdachten op te pakken, die hadden geposeerd op de barricades. En ook voor het eerst maakten de partijen gebruik van propagandafoto's. Vooral de anti-communards toonden zich vaardige makers van montage-foto's waarop geestelijken op gruwelijke wijze werden afgeslacht.

Weliswaar niet dood, maar wel kapot, was de schilder Gustave Courbet na de Commune. Hij sympathiseerde met de opstand, was communard-burgemeester van het zesde arrondissement, en deed het omineuze voorstel om de zuil van de Place Vendôme te slopen. Na de nederlaag kreeg 'collonnard' Courbet gevangenisstraf opgelegd, én een torenhoge herstelbetaling voor de zuil. Zes jaar later overleed hij in Zwitserse ballingschap. Aan Courbet is ook een expositie gewijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden