Schop ze maar de deur uit

De ongemakkelijke waarheden van Al Gore hebben niet alleen veel ogen geopend voor de gevaren van klimaatverandering, maar ook voor een nieuwe markt....

Deze stelling wordt bijvoorbeeld onderbouwd met een maatregel van de psycholoog van de Palm Beach Zoo in Florida. Dankzij hem verkoopt de dierentuin nu poo poo paper, papier gemaakt van de mest van olifanten. Dit moet het bewustzijn voor de rijke hulpbronnen van de aarde vergroten. Elke drol is immers een schat.

Interessanter is de constatering dat de aard van de betrokkenheid bij de natuur de laatste decennia kwalitatief lijkt te veranderen. Tussen 1997 en 2003 zijn Amerikaanse kinderen in de leeftijd van 9 tot 12 jaar nog maar half zo vaak buiten. Of het nu gaat om vissen, wandelen, buiten spelen, paardrijden, kamperen of tuinieren, al deze activiteiten zijn sterk afgenomen. De kinderen van nu leven achter de veilige muren van hun eigen huis en de schermen van hun (spel)computer en televisie.

De natuurbeleving heeft daardoor een ander karakter gekregen. Voor de kinderen van twintig jaar geleden bestond de natuur uit de fascinatie voor twee eekhoorntjes die elkaar in een boom achterna zitten.

De kinderen van nu krijgen bij het woord natuur eerder het angstbeeld van ijsberen die geen plek meer hebben om uit te rusten, omdat de ijskap van de Noordpool smelt.

Deze constatering sluit goed aan bij het verschil tussen mijn eigen jeugd en die van mijn zoon. Als ik aan vroeger denk, weet ik hoe de naalden van dennennaalden aanvoelen als je er op blote voeten overheen rent, of hoe je met dennenappels pijlen op de grond kan maken voor een speurtocht door het bos.

Mijn zoon heeft meer cerebraal contact met de natuur. Dankzij de Tamtam, het verenigingsblad voor kinderen van het Wereld Natuur Fonds, weet hij precies dat geen dier ouder wordt dan de Groenlandse walvis die wel tweehonderd jaar mee kan gaan. Ook weet hij dat een ijsbeer wel 50 kilometer per uur kan sprinten, maar dan wel moet oppassen dat hij het niet te warm krijgt.

De vraag daarbij is welke generatie er beter in slaagt kinderen niet egocentrisch maar ecocentrisch op te voeden. Die van mijn vader en moeder die mij buiten lieten spelen, of mijn generatie die kinderen op gezag van Al Gore kennis laten maken met het grote verhaal van de aarde.

Het psychologisch onderzoek is helaas duidelijk op de hand van mijn ouders. De Amerikaanse psycholoog Nancy Wells heeft aangetoond dat kinderen die meedoen aan educatieve natuurprogramma’s als volwassenen niet vaker sympathie hebben voor natuur- of milieubeschermers dan kinderen die zulke programma’s niet hebben gevolgd. Kinderen die voor hun elfde levensjaar buiten in de natuur hebben gespeeld, gekampeerd en gekanood, zijn als volwassenen wel vaker betrokken bij natuur en milieu.

Mooie praatjes winnen kennelijk minder zieltjes dan concrete zintuiglijke ervaringen. Bovendien doen we onze kinderen misschien tekort door ze veel binnen te houden. Kinderen die vaker in de natuur ravotten, hebben minder last van concentratieproblemen in de klas. Bovendien blijken de verstandelijke prestaties van kinderen te verbeteren als ze naar een meer natuurlijke omgeving verhuizen. Ook zijn er aanwijzingen dat de natuur kinderen die het moeilijk hebben beter bestand maakt tegen stress.

Schop de kinderen dus af en toe de deur uit nu het nog kan. U verdient op die manier een eigen Nobelprijs voor de Vrede wegens uw bijdrage aan het milieubewustzijn van de nieuwe generatie. Mijn eigen kind hoeft overigens niets te vrezen. Hij is nu 11 jaar en volgens het onderzoek van Wells heeft buiten spelen in de natuur vooral veel betekenis voor de kinderen die nog jonger zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden