'Schop niet continu aan tegen orthodoxe islam'

Eén ding weet de AIVD zeker: er is niet één vorm van moslimextremisme. Wie die nuance niet ziet, gooit olie op het vuur in het debat over radicale moslims....

Daar wil de AIVD met het rapport Van dawa tot jihad verandering in brengen, want niet alle vormen van moslimradicalisme zijn even bedreigend voor staat en samenleving. De vele stromingen, bewegingen en groeperingen zijn weliswaar aan elkaar verwant - met name wat betreft de geloofsbeleving en antiwesterse sentimenten -, maar ze hebben verschillende opvattingen over middelen en doelen.

Er is een wereld van verschil tussen de radicalen die de 'zuivere islam' aanhangen en terugtrekking uit de westerse samenleving propageren en bijvoorbeeld het moslimnationalisme, dat juist een eigen plaats in de maatschappij wil afdwingen. Een strategie van de laatste groep kan zijn om achterstandswijken te islamiseren, compleet met de instelling van het islamitisch rechtssysteem (de sharia).

In Nederland ziet de AIVD de AEL als een uiting van dat moslimnationalisme. Daarbij staat niet zozeer de islam als religie centraal, maar 'de etnisering' van het moslim-zijn. Die jongeren voelen een grote lotsverbondenheid met moslims overal ter wereld.

Het moslimnationalisme is, aldus de dienst in het rapport, 'in het Westen een relatief nieuw en vaak nog veronachtzaamd verschijnsel'. Er moet rekening mee worden gehouden dat dit fenomeen in toenemende mate aan belang zal winnen.

Van dawa tot jihad is vooral bedoeld als 'denkoefening' om het radicaliseringsproces beter in de vingers te krijgen en gerichter beleidsstrategieeën te ontwikkelen om de diverse uitingen van de radicale islam te bestrijden. De AIVD hoopt dat het rapport niet wordt gezien als een politiek statement, zoals bij de vorige analyse over radicalisering gebeurde.

Dit voorjaar signaleerde de dienst dat een verharding van het debat ertoe kan leiden dat jongeren zich uitgesloten voelen en kwetsbaar worden voor ronselaars . De analyse werd opgevat als een oproep aan politici de toon te matigen en de hele politiek viel over de dienst heen. De analyse van dit voorjaar, constateert de AIVD nu, geldt sinds de moord op Theo van Gogh in extreme mate. De AIVD wil maar zeggen: wie de nuance uit het oog verliest, gooit olie op het vuur.

De dienst zoekt de nuance in een verregaande diversificering van de problematiek. Er zijn groeperingen die openlijk en heimelijk de gewelddadige jihad verkondigen. Er zijn er die de democratische rechtsorde rechtstreeks bedreigen en die vooral proberen bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Ten slotte zijn er stromingen die openlijk en heimelijk een radicaal-islamitische ideologie (dawa) uitdragen.

Dawa-georiënteerde vormen van de radicale islam (omstreden moskeeën vaak gelieerd aan imams uit Syrië, Saudie-Arabië of Egypte), hebben niet onmiddellijk een gewelddadig karakter. Toch beschouwt de AIVD ze als veiligheidsrisico's.

Onder dawa, ook verspreid via internet-imams en rondtrekkende predikers, wordt verstaan het herislamiseren van moslimminderheden in het Westen. Jongeren, worstelend met hun identiteit, voelen zich door de felle polemiek rond de islam in de hoek gedrukt. Ze worden door de predikers aangesproken als 'onderdrukte broeders' die bevrijd moeten worden van het westerse juk. Ze krijgen de worst van een geromantiseerde 'zuivere' islam voorgehouden, mogen niet integreren en vormen op den duur een parallelle maatschappij.

Tegenwicht bieden aan die verschillende vormen van radicalisering is niet eenvoudig. Vooral niet omdat de meeste groeperingen en predikers zich binnen de kaders van de Nederlandse wet bewegen. De orthodoxe islam kan niet worden verboden. Imam El Moumni, die homo's lager inschaalde dan varkens, en imam Ahmad Salam, die de hand weigerde van minister Verdonk, kunnen zich beroepen op religieuze voorschriften.

De AIVD stelt een brede waaier aan tegenmaatregelen voor. Radicale moskeeën en predikers moeten scherp in de gaten worden gehouden door politie, justitie en de geheime dienst. Hun uitlatingen moeten continu worden getoetst aan het strafrecht. Zodra ze discrimineren, haatzaaien of hun aanhangers opruien, moet tegen hen worden opgetreden. Imams kunnen worden uitgezet, subsidies kunnen ingetrokken en dubieuze financieringsstromen worden afgesneden.

Radicale predikers kunnen worden bestreden met de verspreiding van een alternatieve islamitische ideologie. Belangrijk is volgens de AIVD dat niet louter en voortdurend tegen de orthodoxe islam wordt aangeschopt. De vredelievende variant kan dienen als buffer tegen de gevaarlijker radicale fundamentalisten.

Het lastigst is de zelfradicalisering via het internet aan te pakken. Jongeren die de moskee mijden en zich afzetten tegen 'subsidie-moslims', gaan zelf shoppen op internet. Ze raken in de ban van dubieuze imams, sprokkelen radicale teksten bijeen en krijgen, tijdens gesprekken in chatrooms, allerlei fatwa's voorgeschoteld. Zo mogen bijvoorbeeld moslima's in chatrooms alleen over serieuze religieuze onderwerpen praten en geen andere onderwerpen aansnijden. Want ook in chatrooms kunnen meiden verleiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden