Schoonheid in de knop

Er is geen museum waar meer wordt uitgelegd dan het Teylers in Haarlem. In de eerste zalen staan oude natuurkundige instrumenten te blinken in het mooiste koper....

In Haarlem wordt de estheet betrapt; ik al zes keer in een lange tijdoverigens, bij een electriceermachine - ik sta daar altijd bij stil endenk dan even aan W.F. Hermans, wiens De electriceermachine van Wimshursteen van de hoogtepunten in zijn werk is. Op het ogenblik dat ik ingedachten bij het Museum van den Arbeid ben gekomen - in dat niet meerbestaande Amsterdamse museum, waar bijna nooit iemand kwam, ontdekte descholier Hermans de electriceermachine - word ik altijd aangesproken dooreen wijs kijkende man die mijn onkunde heeft opgemerkt.

Hij begint mij alles over de electriceermachine te vertellen, neemt mijmee naar schitterende glazen en koperen bollen die een enorm technischvernuft verraden. Ik knik en durf die mens van goede wil niet teonderbreken.

Bij een heel grote thermometer - een indrukwekkend kunstwerk uit detijd dat techniek en schoonheid nog samengingen - vraag ik hem nederig ofik verder mag. Hij glimlacht begrijpend, ach, hij heeft al een andere watdwalerige bezoeker opgemerkt.

In de zalen oude schilderkunst lopen geen uitleggers rond (hoewel iker eens ben rondgeleid door iemand die alles wist en dat maakt je ook nietzelfverzekerder en dus gelukkiger, bovendien moet je net zo lang kijken alsde uitleg duurt). In een enkele hoek wordt wat met de vingers gefluisterddoor twee bezoekers, die de hoofden naar elkaar neigen, kunst veroorzaaktintimiteit.

Het stilst is het in de bibliotheek, waar ik een paar keer in bengeweest. De stilte van een bibliotheek is nog nooit adequaat beschreven.Gesproken woorden zijn niet nodig. De boeken leggen elkaar uit. Maar debibliotheek heeft ook iets van een kerk die al lang niet meer in gebruikis. Je blijft er fluisteren.

In het nieuwere gedeelte van Teylers is nu een tentoonstelling vantekeningen van Michelangelo. In de eerste zaal is het vrij druk, maar erwordt door iedereen bewonderend gezwegen. Ik kom langzaam vooruit, er zijnaandoenlijke schildpadden onder de bezoekers. Maar ik word deugdzaam engeduldig omwille van de grote kunst. Bij drie tekeningen van deverrijzende Christus beproef ik het geduld van mijn 'volgers'. Ik wileigenlijk niet verder. Ik kom toch in de tweede zaal en daar ontdek ik detekening die ik als een hoogtepunt van Michelangelo's tekenkunst ken. Ikzie de tekening voor het eerst in werkelijkheid, ze is groter dan ik dacht.Het is het portret van de jongen Andrea Quaratesi. Het duurt lang voor iktot mezelf kom. Bij bewustzijn krijg ik de bekoring van het uitleggen.

Ik zou naast de tekening willen gaan staan en tot iedereen zeggen:'vergeet al die gespierde armen, benen, dijen, torso's uit de eerste zaal.Kijk hier naar die jongen die uit verlegenheid wat opzij kijkt, met heellicht wantrouwende ogen. Hij is op de grens, bijna geen jongen meer, nogniet volwassen. Hij kijkt ook wat aarzelend. De muts lijkt het watschroomvolle hoofd te willen beschermen. Let op de dauw van de schaduw overde linkerwang en rond het linkeroog - aan de schaduw herkent men demeester. Dit is schoonheid, maar nog in de knop. Zo moet ook Michelangelohem hebben gezien en in die schoonheid, als bij die van andere jongemannen,een vermoeden van de schoonheid van God hebben onderkend. Hij heeft het inzijn gedichten allemaal neergeschreven.'

Ik zwijg toch maar, ga door naar de zaal waar het plafond van deSixtijnse Kapel in de hoogte langs schuift, een tekening zoekt daar als eenziel het lichaam of als een witte vogel zijn nest. Maar ik denk aan AndreaQuaratesi en zijn eeuwige jeugd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden