Schoonheid die argwaan wekt

Fotografie..

Merel Bem

ARNHEM Hier is een tip voor degene die de tentoonstelling Eigentijd van Elger Esser in het Arnhemse Museum voor Moderne Kunst bezoekt: lees de teksten niet. Lees noch het persbericht, noch de verhalen in de catalogus, behalve dan dat van Cees Nooteboom, want dat gaat niet expliciet over Essers werk.

Waarom je dat beter niet kunt doen? Omdat die teksten het kijken in de weg staan. Afgezien van de tegenstrijdigheden die erin vermeld worden (Essers werk is bijvoorbeeld zowel ‘subjectief’ en ‘persoonlijk’ als ‘conceptueel’, zowel ‘emotioneel’ als ‘onsentimenteel’, zowel ‘vervreemdend’ als ‘nostalgisch’), leggen ze uit waar zijn werk over gaat. Dat kan fijn zijn, maar niet wanneer je het gevoel krijgt dat de woorden proberen in te vullen wat eigenlijk mist in het werk zelf.

Waarom überhaupt dan teksten lezen, zult u zeggen, het gaat toch om de kunst zelf en niet om haar receptie? Maar dat is het punt: het werk van Elger Esser (Stuttgart, 1967), van wie wordt gezegd dat hij Duitslands belangrijkste fotograaf van dit moment is (wat nog niet zo lang geleden overigens ook over Thomas Demand werd beweerd, te zien in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam) nodigt uit tot het lezen van die teksten.

Essers fotografie is op het eerste gezicht namelijk niet de makkelijkste. In het Arnhemse museum bestaat bijvoorbeeld een deel van Essers expositie uit grote, lege landschapsfoto’s die zo esthetisch zijn dat je niet weet wat je ermee moet beginnen. Eigenlijk zijn ze veel te mooi, ze lijken op dromerige illustraties bij een ouderwets sprookjesboek.

Zoiets wekt argwaan; achter die esthetische overdaad moet wel een doorwrochte theorie zitten. En de tekstrijke catalogus bij zijn tentoonstelling wekt de indruk dat je inderdaad maar beter eerst kunt lezen voordat je begrijpend kunt zien.

Esser houdt zich bezig met thema’s als vergankelijkheid, herinnering, verleden versus heden, en de rol van fotografie daarin. Zo verzamelt hij ansichtkaarten uit het einde van de 19de eeuw, waarvan hij details uitvergroot en inkleurt om ze als schilderijen te presenteren. Hij maakt gebruik van oude technieken (de heliografie bijvoorbeeld, de eerste vorm van fotografie met een extreem lange belichtingstijd), van bepaalde kleurafdrukken (die doen denken aan vergeelde foto’s uit een oud familiealbum) en van plekken die tijdloos lijken, zoals oude Franse landschappen en stadsgezichten die in geen 150 jaar, zolang als de fotografie bestaat, veranderd lijken te zijn.

De fotograaf – de jongste leerling van Bernd en Hilla Becher, bekend van hun strengconceptuele en volstrekt objectieve fotografie – verwijst graag naar de nostalgische schrijver Marcel Proust en diens liefde voor het uit jeugdherinneringen opgetrokken dorpje Combray. Die nostalgie en romantiek zie je terug in zijn foto’s.

Essers ideeën zijn dus, afgezien van het mistgordijn dat hier en daar door anderen rondom zijn werk wordt opgetrokken, redelijk helder. Dat zijn ansichtkaarten (van scheepswrakken en golven en mensen op het strand) en de inkleuring daarvan een soort onderzoek zijn naar hét moment dat de 19de-eeuwse fotograaf besloot om een foto te maken, begrijp je, na lezing. Bovendien is dat wat je voorgeschoteld krijgt kwalitatief niet slecht. Esser is een goede fotograaf. Je zou nu dus tevreden kunnen zijn.

Maar nee. Want wat blijft er over zonder die teksten? Het werk zelf, het bééldende werk, dat wat je overkomt wanneer je de zaal binnenloopt en van alles zou moeten oproepen zonder dat je eerst allerlei teksten hebt gelezen – het blijkt uiteindelijk te weinig overtuigend, de vergroting van de ansichtkaartendetails een herhaling van zetten, het literaire landschap wel adembenemend maar te esthetisch, te romantisch. Te leeg eigenlijk.

Het met behulp van de fotografie, bij uitstek het medium dat geschikt is om snelle acties en eenmalige momenten mee te vangen, op zoek gaan naar langzame beelden van contemplatie en plekken waar de tijd heeft stilgestaan, is op papier een mooi idee. Maar laat je er als museumbezoeker niet te veel door in de luren leggen. Kijk liever zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden