Schoon huis, schoon geweten

Een legale werkster voor een laag bedrag, de overheid legt bij. Moet Nederland invoeren, zeggen werkgevers en vakbond. In België is het systeem bijna te succesvol.

BRUSSEL - Ja, de dienstencheques worden duurder. En nee, echt grondig poetst de werkster niet. Toch zou Sofie - 31 jaar, kersvers moeder en fulltime account manager - niet meer zonder de dienstencheques kunnen. 'Ik zie een poetsvrouw niet meer als een luxe, maar als een basisuitgave. Het leven is zo druk, dan wil ik geen tijd steken in schoonmaken.'


Honderdduizenden Belgen redeneren zoals Sofie, sinds daar in 2004 de dienstencheques ingevoerd werden. Sindsdien kopen de Belgen voor een vast bedrag (nu 9 euro, fiscaal aftrekbaar) een cheque, die ze inruilen voor een uur huishoudelijke hulp. Een bemiddelingsbureau betaalt het loon van de poetshulp (10,50 euro), de sociale bijdragen en de verzekeringen. De overheid subsidieert 22,04 euro per cheque; het bemiddelingsbureau houdt wat na alle onkosten overschiet.


Voor veel Belgen maakten de dienstencheques een werkster niet alleen betaalbaar, maar ook moreel aanvaardbaar: niet langer betalingen in het zwart, maar een volkomen legale werkster, met verzekeringen, vakantiegeld en een pensioen.


Geen wonder dus dat het systeem een doorslaand succes werd. Meer dan 900 duizend Belgen maken gebruik van de dienstencheques, zowat eenzesde van alle huishoudens. In tien jaar tijd werden er 150 duizend banen mee gecreëerd. Het circuit van zwarte werksters nam af met 20 procent, en werklozen en bijstandstrekkers werden geactiveerd.


De dienstencheques lijken het slachtoffer te worden van hun eigen succes. Want de gesubsidieerde huishoudhulpen kosten de Belgische overheid ontzettend veel: in 2012 liefst 1,66 miljard euro, na aftrek van de terugverdieneffecten toch nog 1 miljard euro. Tegelijk zijn er lange wachtlijsten voor werksters, en ligt de kwaliteit van de huishoudhulpen vaak laag.


'In het begin heb ik even moeten doorbijten', zegt Sofie. 'Mijn eerste poetsvrouw ging voortdurend naar buiten om te roken, de tweede kwam niet opdagen. De derde, een Poolse studente, deed het puur voor het geld en was helemaal niet gemotiveerd. Ze kon ook niet poetsen. Maar nu komt er een Portugese vrouw. Die doet het goed, op haar eigen manier.'


De dienstencheques mogen dan een succes zijn, het is een verhaal met keerzijdes. Het verloop onder de werksters is enorm, en ook het ziekteverzuim ligt hoog. Het werk is zwaar, en de klanten zijn vaak veeleisend. Daar is de doelgroep - werklozen en bijstandstrekkers - niet altijd op toegesneden.


De spil in het verhaal zijn de bemiddelingsbureaus, die de werksters uitzenden en uitbetalen. Toen in 2004 de subsidiekraan werd opengezet, begaven zich veel avonturiers in de sector. Die hadden weinig oog voor het sociale aspect van de dienstencheques, maar des te meer voor het commerciële.


'Wij hechten veel belang aan begeleiding en aan coaching voor onze poetsvrouwen', zegt Marnix Vandenbulcke, bedrijfsleider van het Gentse dienstenchequebedrijf Artega, dat een keurmerk haalde voor zijn duurzame personeelsbeleid. 'Maar een collega die zijn poetsvrouwen helemaal niet begeleidt, die krijgt evenveel geld voor zijn dienstencheque. Dat straalt negatief af op de hele sector.'


De avonturiers in de sector bedachten nog meer lucratieve handeltjes. Ze rekruteerden niet alleen werklozen en bijstandstrekkers, maar importeerden hun huishoudhulpen rechtstreeks uit het buitenland. 'Poolse vrouwen worden met busjes in hun dorpen opgepikt en zonder veel begeleiding in de Belgische huiskamers gedropt', beschreef de krant De Tijd.


Zo werden de dienstencheques in zekere zin een subsidiesysteem voor buitenlandse tewerkstelling. 'In mijn bedrijf is 80 procent van de poetsvrouwen Portugees', zegt Ana Lea, die vijf jaar geleden vanuit Portugal naar België kwam. Na tien dagen kreeg ze een vast contract bij een dienstenchequebedrijf. 'Belgische vrouwen zijn zeldzaam bij ons. Die kunnen beter werk krijgen.'


De Belgische overheid is het systeem al een tijdje duchtig aan het bijschaven. De prijs van de dienstencheques werd geleidelijk opgetrokken, van 6,20 euro in de beginjaren naar 9 euro sinds begin dit jaar. Ook moet sinds anderhalf jaar minstens 60 procent van alle nieuwe werksters bestaan uit Belgische werklozen of bijstandstrekkers.


'Dat maakt het voor ons steeds moeilijker', zegt Vandenbulcke van Artega. 'Door de duurdere cheques haken klanten af, of verminderen ze het aantal uren. Vier uur per week was heel gebruikelijk, maar dat wordt nu vaak vier uur om de week. Het wordt puzzelen om onze huishoudhulpen een goed schema te geven.'


Ook Hélène Ibanez, verantwoordelijke bij het dienstenchequebedrijf Domestic Services in Laken, ondervindt moeilijkheden door de nieuwe regels. 'Het is moeilijk om gemotiveerde Belgen te vinden', zegt ze. 'Veel klanten willen de werkster 's ochtends zelf binnenlaten, voor ze naar hun werk vertrekken. Maar niet veel mensen zijn bereid om 8 uur 's ochtends te beginnen.'


Met de nieuwe regels en de hogere prijzen zijn spannende tijden aangebroken voor de dienstencheques. De avonturiers onder de bedrijven gaan eruit, of dat is althans de bedoeling.


'In het begin waren er veel bedrijven die poen hebben geschept', zegt Vandenbulcke. 'Het maakte hen niet uit of hun hulpen goed werk leverden of niet. Dat heeft de perceptie van de dienstencheques geen goed gedaan. Door de strengere regels is er nu een selectie bezig onder de bedrijven. Wie ongemotiveerde werksters heeft, en een hoog ziekteverzuim, die overleeft het niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.