Schoolverhalen van oude jongens

De school stond op het Raamplein, in het centrum van Amsterdam, aan de grens met West. Op 4 september 1901 vestigde de Openbare Handelsschool, een vijfjarige hbs-a, zich in het statige gebouw, ontworpen door J.B....

Iedere school brengt talent voort, ook deze. Vijftig jaar geleden bezochten Gerard Stigter, Gerard Brands en Henk Marsman de 'vijfjarige'. Zij waren de toekomstige redacteuren van het tijdschrift Barbarber; Stigter zou dan, in de jaren zestig, al K. Schippers heten, Marsman II noemde zich sindsien J. Bernlef. Ze smeedden er een vriendschap voor het leven.

Toen zij van school af waren, kwamen Jan Donkers en, een jaar later, Martin Hartkamp, erop. Schrijvertjes, dat was meteen duidelijk. De twee literaire helden bestierden de schoolkrant Mercurius, dweepten met Vestdijk en duelleerden in kwatrijnen- en verhalenwedstrijden om de gunsten van de meisjes.

Journalist Nico Keuning bezocht de school, voordat de witkwast alle herineringen zou wegvagen. Een keer met Schippers, Brands en Bernlef, een keer met Donkers en Hartkamp. Zij lieten hun voetstappen voor het allerlaatst hol klinken op rood-geel betegelde gangen. Ze zaten, stiekem bijna, in de lerarenkamer waar ze nooit mochten komen, en haalden herinneringen op. Bob Bronshoff maakte de foto's voor het boekje waarin de gesprekken werden vastgelegd, Terug naar het Raamplein (Reservaat; fl32,50). Foto's van het gebouw, niet van pratende mannen.

Hoewel er tussen de twee 'generaties' maar een paar jaar zit, is het een wereld van verschil. Bernlef, Schippers en Brands, drie jongens uit West die mochten 'doorleren', waren brave, oppassende leerlingen. Geen nozems of wereldbestormers. Toch symboliseerde de school voor hen alles wat zij níet wilden: een burgermansleven, een baan op kantoor. Zij drieën, die elkaar al snel vonden, waren van de kunst, een kunst zonder voorbeelden. Ze gingen naar het Stedelijk, het Filmmuseum, naar nachtelijke jazzconcerten. Met leraar Nederlands Rob Nieuwenhuys, die poëzie schreef onder het pseudoniem Breton de Nijs, praatten ze over ontdekkingen, zoals de Amerikaanse schrijver Carson McCullers. Illegaal vertelde Nieuwenhuys hen over Scott Fitzgerald, want voor de leraar Engels was Amerika taboe.

Toch moesten ze het allemaal zelf veroveren. De latere fotograaf Ronald Zwering die op een racefiets de klas inreed, 'dat was onze werkelijkheid', zegt Schippers. Absurdisme. Een schoolvoorstelling waarbij eendengekwaak opklonk uit een koffergrammofoon, ladders die over het toneel vielen: 'Pré Barbarber!'

Jan Donkers en Martin Hartkamp waren jongens van de jaren zestig. Ze zochten de incrowd-roem. Via Hans Plomp en Xaviera Hollander kende Donkers Gerard Reve. Hartkamp was, apetrots, bij Simon Vestdijk thuis geweest. Beide jongens, een arbeiderszoon uit Noord en een advocatenzoon uit Zuid, gingen, naar de mode van hun tijd, sociologie studeren. Bernlef, Brands en Schippers hadden 'baantjes'.

De foto's ruiken naar school. Verlorenheid, de doem van eindeloze muffe dagen, een vage dreiging. Mooi. Toch is er nauwelijks verband tussen de verhalen van de oude jongens en de esthetische leegte op de foto's. Citaten uit de gesprekken, naast de foto's, krijgen onbedoeld de status van plechtige wijsheden. Ach, het was maar school. Het zijn de mensen en hun verlangens die blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden