School voor bofkonten

Echte opbouw begint bij het onderwijs. Daarom remigreerden Vivian en Jolanda Hokstam-Sweet vier jaar geleden naar Suriname. Na een moeizaam begin met peuters en kleuters hebben ze een basisschool laten bouwen....

V olop bedrijvigheid was er begin dit jaar aan de Edmundstraat in Uitvlugt, een wijk van de Surinaamse hoofdstad Paramaribo. De werkmannen, zakdoeken op het hoofd tegen de hitte, maakten lange dagen. Ze moesten wel: hoe eerder het schoolgebouw zou worden opgeleverd, hoe eerder de kinderen op dezelfde locatie zouden kunnen zitten. Want dat is hier het streven: baby’s, peuters, kleuters en lagere school, alles bij elkaar.

Ergens in december liep Vivian Hokstam nog rond met de aannemer voor de wekelijkse inspectie. Of de nieuwbouw vóór volgend schooljaar afgerond zou zijn? ‘Welnee man, als het meezit, gaan we hier binnen twee maanden aan de slag.’

Dat antwoord typeert zijn instelling, en die van zijn echtgenote Jolanda Hokstam-Sweet. Die nieuwe school is er gekomen, eerder dan verwacht, want als die twee eenmaal iets in hun hoofd hebben, zal het gebeuren ook. Hoeveel moeite het ook mag kosten om geld los te krijgen bij de bank, en met welke tegenslagen ze ook te maken krijgen. Of het nu een havenstaking is, waardoor er geen staal kan worden geleverd, of de regentijd, die zich niet aan het seizoen houdt en de bouwplaats onbegaanbaar maakt.

Maar uiteindelijk krijgt presidentsvrouw Liesbeth Venetiaan als eerste een rondleiding door negen gloednieuwe lokalen, een kantoorruimte en een ruime personeelskamer. Blozend staat Jolanda Hokstam vervolgens achter de microfoon. Een innemend lachje, niet helemaal vrij van zenuwen; haar handen samengevouwen, net als de dominee die gisteravond Gods zegen over het schoolgebouw heeft afgeroepen. Haar stem klinkt vastberaden en trots, zelfs als ze het heeft over de lamellen van glas: ‘Wie van de aanwezige ouders heeft vroeger zoiets meegemaakt: op een school terecht komen waar alle shutters nog in zitten? Wat een bofkonten zijn jullie.’

Dat ze haar emoties tijdens de toespraak maar moeilijk in bedwang kan houden, lokt bemoedigend applaus uit. Het is niet allemaal over rozen gegaan. Wat wil je, wanneer de vraag naar goed onderwijs zo spectaculair groeit?

Vivian en Jolanda Hokstam hadden nog maar net aangekondigd dat ze met basisonderwijs zouden beginnen, of er kwamen 75 aanmeldingen binnen. Precies goed voor de onderste drie klassen, en een vliegende start van de lagere school. En als ondernemer moet je daar nu eenmaal op inspelen, vinden de Hokstams – ook al zouden ze de eerste maanden in noodlokalen moeten werken.

Nogal wat ouders haalden daar hun neus voor op. Of ze vonden het hinderlijk, hun kinderen op verschillende locaties. Het leidde tot de vraag of ze, achteraf bekeken, dan toch te hard van stapel waren gelopen; de peuter- en kleuterschool liep prima, dus met de basisschool hadden ze toch best een jaartje kunnen wachten?

Maar de Hokstams wisten ook hoe het kan lopen in Paramaribo. Zo presenteer je een bedrijfsplan; zo gaat een ander ermee aan de haal. Vorige zomer was er toch ook vanuit het niets een nieuwe Nederlandse school bijgekomen op Uitvlugt? Daarom hebben ze hun tanden op elkaar gezet en zo goed mogelijk ingespeeld op alle kritiek.

Een skelter met vier kleuters erin rijdt rondjes om de pomme-rakboom midden op het schoolplein. Blond en donker door elkaar. De Kangoeroe Community School, zoals de officiële naam luidt, is gemengd, ook wat betreft onderwijsmethoden. Het echtpaar Hokstam probeert Nederlandse principes toe te passen in een Surinaamse omgeving.

Of het daarmee ook een elitaire school is? Dat verwijt klinkt al snel, bij een maandelijkse contributie van 100 Surinaamse dollar per kind (ongeveer 30 euro). De meeste gezinnen kunnen dat bij lange na niet opbrengen.

Toch kunnen Jolanda en Vivian niet anders, willen ze de principes van voorschoolse educatie in praktijk brengen. Die aanpak stelt nu eenmaal hogere eisen aan de leerkrachten – die met hun salaris daarom ook een stuk boven de overheidsschalen zitten, waardoor ook de kwaliteit van het onderwijs ver boven het gemiddelde ligt. Op openbare scholen heerst immers een chronisch tekort aan geld en materiaal. Daar kunnen de leerkrachten tegen lage salarissen vaak alleen het hoogstnoodzakelijke bieden.

Op de Kangoeroeschool draait het niet in de eerste plaats om het lesprogramma, maar om de individuele capaciteiten van het kind. Ook wanneer die te wensen overlaten, zoals bij een gehoorstoornis. Jolanda vertelt over Early Childhood Development en de Brede School, waarin verschillende disciplines samenwerken. Zo komen regelmatig artsen, fysiotherapeuten, psychologen en leerlingbegeleiders in de klas.

Oudere kleuters krijgen zwemles, en vanaf de vierde klas staan ict-onderwijs en Engels op het programma. Jolanda Hokstam: ‘Sinds we in de regio een open markt hebben, gaan steeds meer ouders voor korte of langere tijd in Trinidad of Jamaïca aan de slag. Daar proberen we op in te spelen.’

Dat lukt niet met alleen leerkrachten van eigen bodem. Dit schooljaar zijn vijf Nederlandse stagiairs aan het werk op de Kangoeroeschool. Hun inbreng is structureel, voortgekomen uit een samenwerking met de pabo in Deventer, onderdeel van de Saxion Hogeschool.

Laatst had Jolanda Hokstam nog een gesprek met een medewerkster bij de peuteropvang. Die informeerde wat dat eigenlijk inhield, naschoolse opvang. Jammer alleen dat ze pas met die vraag kwam terwijl ze al drie maanden op school werkte.

Toch wordt Hokstam daar nooit moedeloos van. Wie zou ze iets moeten verwijten? In Suriname is nu eenmaal weinig veranderd sinds ze zelf haar diploma haalde op de kweekschool. Daar valt alleen iets aan te doen door zelf mondige, zelfbewuste leerkrachten op te leiden. ‘Daar willen we in investeren met cursussen en voorlichting voor ons personeel.’

Niet alleen de mensen van hun eigen school profiteren daarvan. Jolanda werkt ook mee aan de opleiding van vrouwen die in het binnenland voorschoolse educatie gaan geven. ‘In de rivierdorpen is kinderopvang heel ongebruikelijk. Kleine kinderen horen bij hun moeder te zijn, is de gedachte. Dat is lastig, omdat de meeste vrouwen hard nodig zijn bij het verbouwen op de kostgrondjes, en tegelijkertijd het huishouden moeten doen. Door te zorgen voor educatieve kinderopvang geven we moeders het vertrouwen dat hun kind overdag in goede handen is. Terwijl het kind tegelijkertijd een prima basis voor de lagere school ontwikkelt.’

Nu het nieuwe gebouw is geopend en ze niet meer voortdurend beschikbaar hoeven te zijn, pakken ze binnenkort weer eens het vliegtuig naar Nederland. Jolanda: ‘Hoog tijd voor refreshment. We zijn er toch bijna vier jaar uit geweest. Dan moet je zo langzamerhand weer de kennis upgraden en een kijkje in de keuken nemen.’

De eerste drie jaar na hun remigratie dachten ze vrijwel nooit aan Nederland. Elke vergelijking tussen de twee landen gaat mank, en bovendien hadden ze het daar veel te druk voor, met werkdagen van half zeven ’s ochtends tot het begin van de avond, waarbij ze het grootste deel van de tijd bij Vivians moeder woonden. Een leven uit dozen en koffers, ook al omdat het maanden duurde voor ze de huurder uit de beheerderswoning hadden gekregen.

Toen ze daar eindelijk terecht konden, werd de boel al weer gesloopt, om plaats te maken voor het nieuwe schoolgebouw. Wonen ze wéér in een tijdelijk onderkomen. Soms vragen ze zich af waar ze mee bezig zijn: ‘We breken zelfs ons eigen huis af voor de school. Maar als onze kinderen het daardoor beter krijgen, hebben we het er graag voor over.’

Sinds een tijdje leven ze volgens een meer Surinaams ritme. ’s Ochtends naar school, om twee uur naar huis om te baden, te eten en te rusten, en later op de dag afsluiten wanneer de naschoolse opvang is afgelopen. Een enkele keer hebben ze zowaar tijd voor een weekend op Toledo, de familiegrond op een voormalige cacaoplantage, op een uurtje rijden en varen van de stad. Vivian Hokstams ogen beginnen te glinsteren. Hij weet al een bestemming voor het overtollige bouwmateriaal van de school. Kan hij de boel daar eens flink gaan opknappen. Want op die plek zou wel eens hun wat verdere toekomst kunnen liggen.

Volgens Vivian Hokstam is goed te merken dat Suriname de afgelopen jaren vooruit is gegaan. Dat ziet hij aan nieuwe gebouwen, asfaltering van het wegennet, het toenemende aantal Nederlandse stagiairs en de opkomst van het toerisme – al wordt deze nieuwe inkomstenbron volgens hem nog niet op waarde geschat. Wil het echt iets worden met het toerisme, zegt hij, dan moeten veel meer mensen de handen uit de mouwen steken.

Een kwestie van bewustwording en mentaliteit, vindt hij. Maar het zit eraan te komen: ‘De mensen kunnen tegenwoordig tegen kritiek, ze verbreden hun horizon en beginnen weer vragen te stellen. Die natuurlijke nieuwsgierigheid begint bij de kinderen. Maar daar moet je ze wel in blijven stimuleren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden