School moet 'leuk' zijn, dus het boek is uit de gratie

LEZEN ALS CORVEE

Het is Boekenweek. In deze week probeert de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (CPNB) mensen aan het lezen te krijgen. De CPNB heeft als doelstelling: 'het lezen te stimuleren, ook voor de jeugd'. Maar ondanks de inspanningen van deze stichting gaat het niet goed met het Nederlandse boek. Mensen, vooral jongeren, lezen steeds minder. Als oorzaak van de 'ontlezing' wordt vaak gewezen op het succes van de nieuwe media. Jongeren lezen geen boeken meer omdat er zoveel concurrerende tijdbestedingen zijn: radio, televisie, film, computer en internet. Natuurlijk hebben de nieuwe media invloed op het leesgedrag van jongeren, maar een veel grotere rol in het proces van ontlezing speelt een gebrek aan receptieve schriftelijke taalvaardigheid.


De beslissende invloed hiervan wordt schromelijk onderschat. Dit komt doordat een gebrekkige receptieve taalvaardigheid zich niet eenvoudig laat vaststellen en veel mensen er baat bij hebben haar te camoufleren c.q. te bagatelliseren. Zelfs op de journalistieke opleiding waaraan ik lesgeef, lukt het de meeste leerlingen niet om op eigen kracht een iets langer en complexer artikel te lezen dan zij doorgaans in Spits of Metro tegenkomen. Vrijwel allen missen de concentratie en het geduld die voor het lezen van zo'n tekst noodzakelijk zijn. Als ik klassikaal een serieus journalistiek artikel wil behandelen, zie ik mij genoodzaakt het integraal voor te lezen.


Dat jongeren nauwelijks boeken of kranten lezen, is voor velen van hen geen vrije keus: het ontbreekt hun eenvoudig aan de vaardigheid om een literaire tekst of een journalistiek artikel op elementair niveau te begrijpen. Dat komt doordat zij veel te weinig les en training in schriftelijke taalvaardigheid hebben gehad. Op de basisschool en in het vmbo bestaat het vak Nederlands voornamelijk uit discussiëren, presenteren, spreken, vergaderen en andere 'leuke', veelal mondelinge onderdelen.


Aan spellen, lezen, schrijven en grammatica wordt niet of nauwelijks aandacht besteed, zeker in het voortgezet onderwijs niet en gezien de normering van het eindexamen is daar ook weinig reden toe. Jongeren goed leren lezen, levert geen 'leuke' lessen Nederlands op. Om goed te leren lezen is geconcentreerde aandacht en discipline nodig. Er zijn maar weinig jongeren die dat uit zichzelf opbrengen.


Wat de productieve schriftelijke taalvaardigheid betreft, is het beeld zo mogelijk nog somberder. Laat een jongere een tekst schrijven en je struikelt in iedere zin over de contaminaties, incongruenties, anakoloeten, verhaspelde uitdrukkingen en andere onbenoembare fouten. Het probleem van de schrijfvaardigheid van Nederlandse jongeren zit hem helaas niet alleen in 'd- en dt-fouten', maar raakt aan de taal zelf en het verdwijnende vermogen om zich schriftelijk correct en begrijpelijk uit te drukken. Goede boeken lezen is de meest effectieve manier om zelfstandig je schriftelijke taalvaardigheid te verbeteren. Maar daarvoor moet je dus wel kunnen lezen.


(Post)moderne ouders en opvoeders zwichten steeds vaker voor alles wat moeilijk is. In haar pamflet Modern dédain schrijft Désanne van Brederode: 'Ouders hoeven niet meer alles uit de kast te halen om hun kinderen spruitjes en witlof te leren eten, want de 'moeilijke' bittere smaak daarvan is eenvoudig weg gekweekt.' Met als gevolg dat kinderen 'nooit voorbij de friet, appelmoes en pannenkoeken komen'.


In het kielzog van deze ouders sluit het huidige onderwijs niet alleen áán bij de belevingswereld van kinderen, maar wordt die belevingswereld maatgevend. Op veel scholen is onderwijs verworden tot 'samen gezellig leuke dingen doen'.


Was het vroeger dan zoveel beter? Niet in alle opzichten natuurlijk, maar twintig jaar geleden kregen bijvoorbeeld mbo-leerlingen wel zo'n drie of vier uur Nederlands per week en werd het vak vrijwel uitsluitend gegeven door bevoegde neerlandici. In het huidige (v)mbo mag je al blij zijn als je één uur in de week Nederlands krijgt en wordt het vak door jan en alleman gegeven, maar zelden nog door bevoegde neerlandici. Voeg bij dit alles de groeiende instroom van leerlingen die thuis gebrekkig of geen Nederlands te horen krijgen, en er tekent zich een probleem af dat zich niet eenvoudig laat oplossen. Je kunt nu eenmaal niet op een gemakkelijke manier goed leren lezen.


Jongeren stimuleren om meer te lezen, is een nobel streven, maar dan moeten ze dat natuurlijk wel kúnnen.


MARTIN SLAGTER


is docent Nederlands, journalisiek en filosofie.


Na tien jaar onderwijs te hebben genoten, kunnen veel jongeren nog geen literaire teksten lezen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden