Schone taak voor designers

Productontwerpers staan niet langer te trappelen om wéér iets nieuws te maken. ‘Dematerialisatie is de trend.’ En anders is het zaak duurzaamheid in een apparaat of gadget in te bakken.Ofwel: ecodesign rukt op....

Aan de eco-ontwerpers in spe vanmiddag de opdracht zich over een koelkast, printer, waterkoker en elektrische tandenborstel nieuwe stijl te buigen. In groepjes moeten ze eraan werken: een verbeterde versie van het oorspronkelijke apparaat, eentje die doet wat hij moet doen, maar dan beter. Dat wil zeggen: een product dat uitnodigt tot zuiniger gebruik.

Maar eerst is er het klassieke rondje voorstellen. Dat gaat in het kader van de workshop ‘Ontwerpen voor duurzaam gedrag’ aan de hand van het vrij overgooien van een aardbolbal, gevolgd door een verplichte openbare biecht (‘Ik ben vandaag met de auto gekomen’).

Cursusleidster Roseliek van de Velden (30), in het dagelijkse leven industrieel ontwerper bij bureau Innovaders (‘voor duurzame innovatie’) in Amsterdam, bijt zelf het spits af, terwijl ze de bal een flinke mep geeft. Ze bekent doorgaans veel te lang te douchen, ‘omdat het zo lekker is’. Anderen laten de computer aanstaan of lampen branden als ze de deur uit gaan, gooien regelmatig een lege fles in de vuilnisbak of eten vlees ‘dat niet eens biologisch is’. Oeoeiii, klinkt het dan verwijtend in het zaaltje; de stemming zit er meteen goed in.

De workshop tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven is een initiatief van BNO (Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers) en O2 Nederland, de vereniging voor milieubewust ontwerpen die dit jaar zijn derde lustrum viert. Beide organisaties zien onder ontwerpers de vraag naar raad en advies op het gebied van duurzaamheid toenemen en besloten voor deze workshop voor het eerst de handen ineen te slaan.

‘Goed veel onduurzaam gedrag dus’, stelt Van den Velden opgewekt vast na de warming-up met wereldbol. Ze staat hier niet om haar gehoor, studenten en ontwerpers van diverse pluimage, eens flink de oren te wassen. Het punt dat zij wil maken: tussen droom en daad staan praktische bezwaren in de weg, die betrekking hebben op moeite, geld, resultaat, bewustzijn en andere gebruiksaspecten waarop ontwerpers wel degelijk invloed kunnen uitoefenen.

Een douchebak die het waterverbruik aanschouwelijk maakt bijvoorbeeld, zou háár douchegedrag zeker ten goede komen, denkt Van den Velden; eerder de kraan dicht!

Nog een ding erbij?

Nog een ding erbij?
Er is werk aan de winkel, voor ontwerpers is een schone taak weggelegd. Ze kunnen natuurlijk afwachten totdat Philips of een andere keurig betalende opdrachtgever belt met een specifieke wens voor een product en daar braaf gehoor aan geven. Maar ze kunnen ook, om te beginnen, eerst eens stilstaan bij de kern van de zaak. Nóg een ding – een product – erbij, is dat wel nodig? Worden toekomstige gebruikers daar gelukkiger van? En welke consequenties heeft het voor het milieu en onze toekomst?

Nog een ding erbij?
Als er sprake is van een nieuwe ontwikkeling in het ‘ecodesign’, dan is het het besef dat technologie alleen niet zaligmakend is. Waar voorheen in het vakgebied de nadruk lag op recycling en het aanwenden van alternatieve (duurzame, niet vervuilende) technieken en materialen, leeft nu de overtuiging dat de context waarin die technologie wordt aangewend minstens zo belangrijk is. Veranderingen moet je ook afdwingen met regels – daar komt de overheid in het spel. En op een wat subtielere, psychologische manier doe je het door gewenst gedrag als het ware in te bakken in een ontwerp.

Nog een ding erbij?
Voorwerpen zijn in feite ‘gematerialiseerde teksten’, stelt Jaap Jelsma, een tengere senior die aan de Universiteit Twente zijn sporen heeft verdiend in de techniekfilosofie en -sociologie en het theoretische gedeelte van de workshop verzorgt. Hij presenteert een abstract model, dat op den duur een praktische handleiding voor duurzaam productontwerp moet worden.

Nog een ding erbij?
Volgens die ‘Scriptmethode’ zijn mensen en dingen ‘gelijkwaardige actoren die krachten op elkaar uitoefenen in een sociotechnisch landschap’. Het is dus zaak dat de ontwerper zich vooraf terdege rekenschap geeft van het gebruik van een product en daarvoor het juiste ‘script’ verzint, zodat de gebruiker dat op de juiste manier ‘leest’ en begrijpt wat de bedoeling is. Een apparaat moet ‘dwingen, faciliteren, bewustzijn creëeren, informeren, motiveren, verleiden’ – daar zijn verschillende gradaties in mogelijk, aldus Jelsma. Het kan gedrag belonen en bestraffen. Zoals het irritante waarschuwingsgeluidje in de auto doet, als je verzuimt je veiligheidsriem om te doen.

Nog een ding erbij?
En kijk naar de spaarlamp, driewerf hoera voor de spaarlamp – maar niemand had vooraf voorzien dat die mooie vinding juist uitnodigt tot akelig onduurzaam gedrag. ‘Kost niks, laat maar branden.’ Dat is het zogeheten rebound-effect, in Jelsma’s terminologie ‘het gevaar van domesticatie’. ‘Mensen eigenen zich voorwerpen toe’, zegt hij. Waarmee hij bedoelt dat gebruikers onberekenbare types zijn, die niet altijd doen wat je van hen verwacht. ‘Daar moet een ontwerper op anticiperen.’

Nog een ding erbij?
Uit onderzoek van Jelsma blijkt bijvoorbeeld dat veel mensen hun vaat bijna schoon in de afwasmachine zetten. Die spoelen alles heel onduurzaam voor met heet water. Jelsma: ‘Eigenlijk zeggen ze: ik vertrouw die machine niet, die borden zijn zo vies. Dat zou je kunnen voorkomen door het apparaat uit te rusten met een glazen deur. Dan zie je wat er binnenin gebeurt. Of je kunt van het voorspoelen een actief programma maken, dat je met een keuzeknop instelt.’

Paaien met luxe

Paaien met luxe
Van wezenlijk belang is dat de grondhouding van de ontwerper verandert. Die moet niet de toekomstige gebruiker van dienst willen zijn, in de zin van: paaien met meer comfort, gemak en luxe. Zijn of haar werk moet ‘ten dienste van milieu en maatschappij staan’.

Paaien met luxe
Designers hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid – die overtuiging is niet nieuw. Ontwerper en designfilosoof Victor Papanek brak er in 1971 al een lans voor in zijn boek Design for the Real World: Human Ecology and Social Change. Maar nog niet eerder was het thema zo actueel, erkent ook Han Brezet (57), een voorloper op dit gebied en hoogleraar duurzaam ontwerpen aan de TU Delft. ‘De hele faculteit is aan het discussiëren: wat is duurzaamheid en wat betekent dat voor designers.’

Paaien met luxe
Zijn vak is in hectisch, filosofisch vaarwater terechtgekomen, zegt hij. En meer dan dat: ‘Er is een duidelijke omslag. Voor het eerst lijkt er ruimte voor een andersoortige economie waarin duurzame innovaties wel een kans krijgen.’

Paaien met luxe
Waarmee Brezet het belang van louter technologische innovaties niet tekort wil doen. Neem de HRe-ketel. Het nog efficiëntere neefje van de hogerendementsketel – dat naast warmte en warm water ook elektriciteit levert (de gasketel is uitgebreid met een motor) – is een kolfje naar zijn hand. Brezet boog zich als student elektrotechniek al over de vraag hoe je windenergie in het elektriciteitsnet kon integreren. Economische Zaken heeft voor de introductie een flink bedrag uitgetrokken. En nu gaat de Delftse hoogleraar als ‘eerste toepasser in Rotterdam’ de geschiedenis in, wanneer hij de HRe-ketel bij hem thuis laat installeren: in de garage, die hij wil openstellen voor publiek.

Paaien met luxe
Zijn enthousiasme is groot, tegelijkertijd weet hij: ‘Met het verbeteren van producten redden we het niet. We moeten op zoek naar andere levensstijlen. Dat vergt een veel fundamentelere aanpak. Op het gebied van energie, materialen, afvalverwerking en toxiciteit is veel bereikt, maar die inspanningen zijn absoluut niet voldoende.’

Paaien met luxe
Moet een ontwerper voor Ikea een lamp maken die nog zuiniger is en 100 procent recyclebaar? Of moet hij de wereld willen verbeteren met slimme diensten en producten? De hedendaagse ontwerper denkt er in elk geval over na en doet liefst zowel het een als het ander. ‘Dematerialisatie is de trend’, aldus Brezet. ‘Met minder materialen mensen gelukkig maken.’

Paaien met luxe
Zo bekeken kan juist service design, het ontwerpen van diensten of praktische product-dienstcombinaties, een uitgekiende vorm van ecodesign zijn. Een mooi voorbeeld daarvan is de Bikedispenser van designstudio Springtime: een compacte fietsautomaat met ruimte voor 30 tot 60 ‘leenfietsen’, die sinds najaar 2007 in gebruik is op de NS-stations Nijmegen-Lent en Arnhem-Zuid.

Paaien met luxe
Al sinds 2001 werkte Springtime in eigen beheer aan de eigentijdse variant op het wittefietsenplan, vertelt Marcel Schreuder van het Amsterdamse ontwerpbureau. In eerste instantie leek er weinig animo voor het project, met name gemeentebesturen reageerden afwachtend (‘best interessant, maar nu even niet’). Maar dat veranderde, zegt hij, toen Al Gores film An Incovenient Truth furore maakte.

Paaien met luxe
Stap voor stap wordt de wordingsgeschiedenis van de Bikedispenser door Schreuder aan de hand van lichtbeelden uit de doeken gedaan – dat de eerste lichting fietsjes niet comfortabel genoeg waren en waarom de plek van de pilot, een industrieterrein in Eindhoven, verkeerd gekozen was. Maar er komen vooral vragen uit het zaaltje die betrekking hebben op het feit dat Springtime er op eigen initiatief zonder opdrachtgever mee aan de slag ging. Een eye-opener.

Compacte fietsautomaat

Compacte fietsautomaat
Ook vanuit het buitenland is er nu volop belangstelling voor de met een creditcard te openen fietsenstalling (één fiets neemt 17 centimeter in beslag en wordt in 20 seconden ‘uitgespuwd’), waarvoor zowel de Smart Car-toren als de snoepautomaat met spiraalmechanisme als inspiratiebron dienden. Van Bikedispenser is intussen een zelfstandig bedrijf gemaakt, dat in Gazelle en OV-fiets geïnteresseerde partners vond en waarvan Springtime aandeelhouder is.

Compacte fietsautomaat
Het is ecodesign ten top – ofwel: hoe een modern ontwerpbureau zich uit eigen beweging het fileprobleem en het lot van de hedendaagse forens en de wereld aantrekt. Aan trein of bus zit de Bikedispenser niet vast; die kan ook best bij een bedrijventerrein of Transferium verrijzen. Zelfs over het ‘lifestyleaspect’ is nagedacht. Anders dan Greenwheels (‘schitterend idee, lelijke auto’s’) heeft de Bikedispenser – in de woorden van Schreuder – mobiliteit sexy gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden