Scholieren hebben ook last van crisis

Scholieren hebben minder geld te besteden dan twee jaar geleden. Zij hebben minder vaak een baantje en hun ouders geven minder zakgeld. Dat blijkt uit het Scholierenonderzoek 2010-2011 van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).

AMSTERDAM - 'Scholieren hebben de afgelopen twee jaren last gehad van de financi-ele crisis', zegt Gabriëlla Bettonville van het Nibud. Het instituut vroeg 10.402 scholieren van tussen de 12 en de 18 jaar via een online vragenlijst naar hun inkomsten en uitgaven. In 2008 kregen zij gemiddeld 144 euro per maand binnen, nu is dat 103 euro. Het zakgeld is van 28 euro gezakt naar gemiddeld 24 euro per maand. Ze krijgen minder salaris, werken minder uren en minder scholieren hebben een baantje.


Het geld van scholieren gaat vooral op aan snoep en snacks, cadeaus, persoonlijke verzorging en uitgaan. CDA-kamerlid Eddy van Hijum vindt dat ze in plaats daarvan meer zouden moeten sparen. In een discussienota die hij dinsdag aanbood aan partijleider Ruth Peetoom roept hij daarom banken op om sparen voor kinderen aantrekkelijker te maken.


Dit kan bijvoorbeeld door het vroegere Zilvervlootsparen weer in te voeren, waarbij jongeren naast de jaarlijkse rente aan het einde van de spaarperiode een premie kregen. 'Het zou goed zijn als banken vanuit hun maatschappelijke rol met dit voorstel komen. Op deze wijze kan 'spaarzin' als deugd weer op de opvoedingsagenda komen', staat in de nota. Bij het eerdere Zilvervlootsparen leverde de overheid een bijdrage. Dat is nu volgens Van Hijum niet de bedoeling.


Uit het scholierenonderzoek blijkt niet dat scholieren minder sparen dan voorgaande jaren. 88 procent van hen spaart. Wel komt 40 procent van de leerlingen soms of vaak geld te kort. Eenderde leent geld van zijn ouders als het eigen geld op is. Een op de tien scholieren krijgt altijd geld van zijn ouders als hij daar om vraagt en hoeft het niet terug te betalen. 'Zo leren ze niet dat op echt op betekent', oordeelt het Nibud.


Ook geven minder ouders kleedgeld. In plaats daarvan betalen zij zelf de kleding van hun kinderen. Slechts 14 procent van de scholieren is zelf verantwoordelijk voor alle kosten van kleding. 'Verontrustend', schrijft het Nibud. 'Kinderen leren zo niet met een vast budget per maand keuzes te maken.'


Jolijn Pruimboom, 12

Ik krijg 30 euro zakgeld, daarvan spaar ik veel. Ik houd altijd iets opzij. Als ik dan iets leuks zie, kan ik het kopen. Van de rest van mijn zakgeld koop ik kleding. Als ik kleren nodig heb, krijg ik ze wel van mijn ouders. Maar als ik gewoon iets leuks zie, koop ik het van mijn zakgeld. Ook koop ik met mijn zakgeld wel eens broodjes op school, of beltegoed als ik er te snel doorheen ben. Maar ik bel eigenlijk niet zo vaak. Ik heb ook altijd wel geld over. Kleedgeld hoef ik niet, ik vind het fijn dat mijn ouders het betalen.


Noortje Kniest, 12

Ik krijg 75 euro van mijn ouders. 25 euro is zakgeld en 50 is kleedgeld. Dat is fijn, want als ik met vriendinnen in de stad ben en iets leuks zie, kan ik het gelijk kopen. Ik hoef niet nog een keer met mijn ouders langs de winkel. Mijn zakgeld laat ik op mijn rekening. Dat spaar ik voor als ik ooit iets wil kopen. Ik weet niet wat. Ik heb al 700 euro gespaard. Soms koop ik wel snoep en eten van mijn zakgeld, of cadeautjes. Mijn telefoonrekening betalen mijn ouders. Op vakantie geven ze me ook wel eens geld om iets te kopen.


Douwe Werkema, 17

Ik krijg 30 euro zakgeld van mijn ouders, plus iets extra's. Geld voor uitgaan bijvoorbeeld, of voor mijn scooter. Voor het tanken of zo. Ik heb geen baantje en ook geen kleedgeld. Als ik kleren koop, dan betalen mijn ouders dat. Ik had wel liever kleedgeld gehad, dan kun je meer zelf bepalen. Mijn geld geef ik uit aan uitgaan en soms, als we gaan chillen, dan koop ik iets te eten. Ik heb net geld voor mijn verjaardag gehad, dus ik heb genoeg. Als mijn geld op is, vraag ik geld aan mijn ouders. Dat hoef ik niet terug te betalen. Sparen doe ik niet. Ik heb niets om voor te sparen.


Justin Kruseman, 16

Ik krijg 65 euro van mijn ouders. Dat is zakgeld en ook bedoeld voor kleren, maar die koop ik er meestal niet van. Als ik kleren koop, ga ik met mijn moeder. Dan krijg ik ze vaak van haar. Ik heb een baantje, maar ik ben oproepkracht. Hoeveel geld ik krijg, verschilt. Mijn geld geef ik uit aan feestjes en uitgaan. Als ik een cadeautje moet kopen, betalen mijn ouders dat soms wel. Mijn telefoonabonnement betaalt mijn vader. Ik ben van plan om te sparen voor de zomervakantie, maar ik ben nog niet begonnen. Meestal haal ik de maand wel, maar heel soms leen ik geld van mijn zus. Dan durf ik mijn ouders niet om geld te vragen.


Lara 17

Ik krijg 80 euro van mijn ouders, dat is ook voor kleren. Maar als ik een nieuwe winterjas nodig heb, betalen mijn ouders. Of als mijn spijkerbroeken versleten zijn. Dat is toch gelijk weer 100 euro. Ik werk ook in een restaurant. Daarvoor krijg ik gemiddeld 200 euro per maand. Mijn geld geef ik uit aan etentjes, kleren en cadeautjes. Ik probeer te sparen, want ik wil volgend jaar met mijn vriendje naar Italië om Italiaans te leren en daar te werken. Ik heb al 3.000 euro gespaard. Soms krijg ik geld van mijn ouders, als ik uit eten ga bijvoorbeeld. Ik probeer het altijd wel even. Dan vraag ik: 'Mam, heb je even?'

N.B.: Een van de interviews in dit artikel is op verzoek van een geïnterviewde en na goedkeuring van de hoofdredactie van de Volkskrant geanonimiseerd in november 2018. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden