'Scholekster sterft uit op platteland'

Op het eerste gezicht zou je zeggen: een echte kustvogel, maar milieukundige Bert Dijkstra ziet steeds vaker scholeksternesten in de stad. Aan zee raakt het voedsel op en in het weiland loert het gevaar. Op platte daken houdt hij stand.

Beeld Anne Geene

'Je herkent hem meteen, aan die lange, oranje snavel. Die snavel, dat is een flink wapen voor de scholekster. Enorm sterk, acht of negen centimeter lang, een beetje beitelvormig, gebouwd om schelpdieren open te maken. Maar ze kunnen met die snavel ook behoorlijk diep in droge bodems prikken. Een enorm voordeel, daardoor kunnen scholeksters zich ook in droge gebieden voeden. Daar, in het binnenland, trekken ze er wormen mee uit de grond.

'Hij is een overlever, met een enorm aanpassingsvermogen. Van oorsprong is hij een kustvogel. Nog altijd liggen daar de beste broedgebieden. Rond 1900 gingen de eerste scholeksters broeden in het cultuurland van Friesland. Vanaf 1950 trokken scholeksters landinwaarts. Nu lijkt er een omgekeerde beweging gaande, terug naar de kust. Sowieso overwinteren ze daar allemaal.

'Ik kijk al vanaf mijn jonge jaren naar scholeksters. Ik heb altijd in een gebied gewoond, in Zuidoost Friesland, waar ze volop in het boerenland voorkwamen. In 1998 ben ik naar Assen verhuisd, ik hoorde ze daar overvliegen, en op een gegeven moment liepen er regelmatig jonge scholeksters rond, aan de randen van de stad. Terwijl ik ze nauwelijks meer zag in het buitengebied.

Broedcyclus

'Er waren toen al zorgen over de scholekster, hij ging hard achteruit. Dus is er, onder leiding van Bruno Ens, van Sovon Vogelonderzoek, in 2008 een groot landelijk onderzoek begonnen. Wij zijn hier toen, als onderdeeltje daarvan, intensiever gaan kijken naar de scholeksters in de stad en in het boerenland eromheen. We zijn ook vogels individueel gaan volgen, door ze te kleurringen.

'De problemen met de scholekster spelen zich af op vele fronten. Aan de kust, in de Waddenzee, in de Zeeuwse delta, is er vooral een voedselprobleem. Er zijn, door verschillende oorzaken, veel minder mosselen, kokkels en andere schelpdieren beschikbaar.

'In het binnenland, op het intensieve boerenland, is de toestand dramatisch. Het lukt de vogels niet meer de broedcyclus, van eieren leggen tot jongen groot brengen, in grasland te voltooien. Scholeksters beginnen eind april met leggen, en de meeste boeren beginnen begin mei al te maaien. Scholeksters beginnen eind april met leggen, en de meeste boeren beginnen begin mei al te maaien. En dat wordt dan iedere maand herhaald. Dat overleeft bijna geen nest. Het gras groeit ook veel te snel te hoog, en scholeksters moeten het juist hebben van korte vegetatie.

De scholekster (Haematopus ostralegus)

Algemeen Steltloper. Letterlijke vertaling van wetenschappelijke naam: bloedroodpotige oesterverzamelaar.

Broeden Nest is doorgaans kuiltje in de grond. 1 legsel per jaar, 2-3 eieren.

Sozen

'Hier in Drenthe is relatief weinig grasland, er zijn vooral akkers. In maart komen de scholeksters hier terug. Voordat ze hun eigen plek gaan zoeken, verzamelen ze zich eerst in zogenoemde sozen. Ze leren elkaar daar kennen, zoeken er veiligheid, en slapen er soms ook. Er zitten vogels bij die daarna, tijdens het broeden, buren van elkaar zijn, op het boerenland of in de stad. Die herkennen ze.

'De scholeksters die wij in Assen volgen, doen het simpelweg goed. We zijn begonnen met 34 vogels, nu zitten we op 60. Tegelijkertijd is het aantal vogels in het buitengebied gezakt van 22 tot 10. Terwijl ze op akkers toch niet gestoord worden door de boeren.

'Slechts 40 procent van de eieren op het boerenland komt uit, in de stad is dat 60 tot 70 procent. Predatie speelt een grote rol, zo blijkt. Meer dan de helft van de nesten in agrarisch gebied wordt opgegeten, vooral door vossen. Dat zien we ook op de beelden van de cameravallen die we hebben geplaatst. Scholeksters met eieren worden slim: ze lokken predators, die in de buurt van hun nest komen, weg, door te doen alsof ze gewond zijn, vleugellam. Maar blijkbaar baat ook die truc niet.

Voedselprobleem

'Er is meer aan de hand. Ook de kuikens die wel uitkomen, redden het niet. Er is mogelijk ook een voedselprobleem. Scholeksters met jongen hebben enorm veel voedsel nodig, wormen en emelten, de larven van de langpootmug. En emelten die hoog in de graszoden zitten, zijn er niet op de akkers. De paar vogels die wel met succes op de akkers broeden, gaan als het droog wordt en er minder wormen zijn, met hun jongen naar paardenweitjes, met wat ouder gras. Dat zijn plekken waar jongen nog groot komen.

'In de stad broeden de scholeksters op platte daken, met grind en mos. Daken van bedrijfsgebouwen, scholen, de kazerne. Hier krijgen ze wel voldoende jongen groot. Er is nauwelijks predatie, er zijn geen verliezen in de eifase, en blijkbaar lukt het ze om voldoende voedsel te vinden. Dat voedsel halen ze uit bermen en gazonnetjes. Ze pakken ook aparte prooien, meikevers, rozenkevertjes en vliegende mieren, of spinnen, bij deuren vandaan.

'Toch, het kost in de stad extra energie om voedsel te zoeken. De volwassen scholeksters moeten veel op en neer vliegen. De jongen op het dak kunnen groeiachterstand oplopen, ze raken mogelijk een tijdje ondervoed. Maar al hongerend zitten ze wel veilig op het dak.

Te pletter

'Het komt voor dat die jonge pullen, als het een paar dagen erg warm is, van het dak af springen. Te vroeg, als ze nog geen twee weken zijn. Ze vallen dan te pletter, of ze vallen ten prooi aan het leger van katten. Volwassen scholeksters komen nog weleens om in het verkeer. Dat remt mogelijk de groei van de populatie enigszins af.

'Scholeksters broeden in principe elk jaar op dezelfde plek. Maar wij hebben drie geringde vogels die van het platteland naar de stad zijn verhuisd. Die vogels hadden geen succes in het buitengebied, maar in de stad brengen ze wel jongen groot. Ze hebben dus een goede keuze gemaakt.

'Maar het is triest dat je hier blij van moet worden. Zo'n sterke vogel, die het dan toch niet redt in het buitengebied. Ik verwacht dat de scholekster op het platteland gaat uitsterven. Dat we over tien jaar zeggen: de stad is nog de enige plek waar hij zit. Op het dak van de bouwmarkt en van de school.'

Bert Dijkstra (44) is milieukundige. Hij werkt bij Landschapsbeheer Drenthe. In zijn vrije tijd doet hij, samen met Rinus Dillerop, onderzoek naar de scholekster.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden