Schlemiel O'Brien werkt zich op tot held

Dan O'Brien vond het leuk, zei hij tegen Jack Rosendaal, om twee Nederlanders in de Olympische tienkamp te zien. Aan Marcel Dost vroeg hij tijdens het polsstokhoogspringen: 'Wat doe ik nu eigenlijk verkeerd?' Dost gaf een hoogst eenvoudige maar nuttige aanwijzing....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

ATLANTA

Hij en Rosendaal genoten en presteerden. En O'Brien kreeg waarop hij al vier jaar geleden recht had, de Olympische titel. Twintig jaar nadat Bruce Jenner als laatste Amerikaan tot de titaan van de tienkamp was gekroond.

Niet toevallig had O'Brien raad nodig bij het polsstokhoogspringen van Marcel Dost. Het is al jaren het beste onderdeel van de Twent. 'Op de een of andere manier denken ze dat ik er veel van af weet. Ook Plaziat, toch een paar maal Europees kampioen, kwam naar me toe.'

Voor O'Brien was het achtste het meest beangstigende onderdeel. Sinds hij vier jaar geleden in New Orleans, tijdens de trials voor Barcelona, de aanvangshoogte had gemist, stond hij in Amerika te boek als schlemiel. Een grote reclamecampagne werd afgeblazen. Hij bleef nadien in negen tienkampen ongeslagen, verbeterde in Talence het wereldrecord maar het drong nauwelijks door in eigen land. Amerikaanse atleten worden pas groot als ze in Amerika Olympisch kampioen worden.

O'Brien noteerde voor de tienkamp van Atlanta het getal 9125 op de binnenkant van zijn onafscheidelijke witte honkbalpet. Hij wilde iets verrichten als Michael Johnson, hij wilde zijn Olympische titel veroveren met een 'onmogelijk' wereldrecord. Maar de avond voor de belangrijkste decathlon uit zijn leven bedacht hij dat hij daarmee misschien te grote risico's zou moeten nemen. Beter kon hij het zekere voor het onzekere nemen.

Het bleek een wijze beslissing. Als hij in eerste werp- of springpogingen onverantwoord te werk was gegaan, zou hij uiteindelijk vrijwel zeker zijn voorbijgestreefd door zijn vermoedelijke opvolger, de pas 21-jarige Duitser Frank Busemann.

O'Brien besloot na de eerste dag dat hij zijn voorsprong van 124 punten beter kon verdedigen dan het wereldrecord aanvallen. De voorsprong werd zelfs nog krapper (71 punten), toen Busemann op een door regen nat geworden baan de 110 meter horden voltooide in 13,47 seconden, een onwaarschijnlijke tijd voor een tienkamper, een wereldrecord ook binnen diezelfde tienkamp.

De volgende opdracht was om de Finse Witrus Eduard Hämäläinen, evenals hij 'specialist' van de Dag Twee, af te schudden met de discus. Ook dat lukte niet. Hämäläinen rukte op naar de tweede plaats maar Busemann viel terug. Het volgende onderdeel, polshoog, zou inderdaad doorslaggevend blijken. O'Brien knoeide, het was de reden om Dost te raadplegen, maar hij werkte zichzelf wel over vijf meter. Zijn voorsprong groeide tot bijna 200 punten.

Maar die had O'Brien ook nodig, want hij wist hoe snel Busemann op de 1500 meter kon zijn, de afstand waarop hij zelf nauwelijks vooruit kwam.

Achteraf had hij gerust kunnen zijn. Maar hij wist niet hoeveel reserves de Duitser nog had voor de 1500 meter. O'Brien liep de tranen in de ogen op het slotonderdeel. Hij mocht 32 seconden verspelen, de onderlinge persoonlijke records liepen 40 seconden uiteen. O'Brien trok de vreselijkste grimassen, ging zes maal door de pijngrens, maar gaf zijn uitdager ten slotte slechts veertien seconden toe.

Ten langen leste veroverde O'Brien zich een plaats in de galerij der grote Amerikaanse tienkampers . O'Brien: 'Ik hoop dat ik iets heb van al die kwaliteiten: de kunst, de passie, de natuurlijke aanleg. Ik hoop te hebben laten zien hoeveel voldoening en plezier de tienkamp geeft.'

De twee Nederlanders, met wie O'Brien zo amicaal verkeerde, overigens geheel in de traditie van de tienkamp, hadden die voldoening zeker. Marcel Dost (5.20 met de polsstok) verbeterde zijn persoonlijk record tot 8111 punten en eindigde als achttiende, de jonge Jack Rosendaal kwam met zeven persoonlijke records tot 8035 punten en een 21ste plaats. Ze hadden gelijk met hun vaststelling dat ze deel hadden uitgemaakt van een uniek Olympisch 'veld'.

Vier jaar geleden zouden 8111 punten nog goed genoeg zijn geweest voor een plaats bij de eerste twaalf (of vijftien, het selectiecriterium van NOCNSF), nu bleven in totaal 22 atleten boven de 8000 punten. Bescheidenheid blijft dus geboden, maar de trainers Ton Eykenboom en Harry Dost (de vader van) kunnen zich zeker verheugen in de generatie die Nederlands recordhouder Robert de Wit navolgt.

Aanstekelijk was het enthousiasme, de samenwerking. Rosendaal verraste met de speer (63.80 meter) en Dost viel hem om de hals. ALO-student Rosendaal deed in één tienkamp genoeg inspiratie op voor nog eens vier jaar. Euforie, aangelengd met kritisch vermogen: 'Organisatorisch was het een schande, je werd van hot naar her gestuurd, je moest uren wachten. Waardoor het waanzinnig zwaar werd. Voor het discuswerpen lag ik gewoon te slapen, zo groot was de vermoeidheid. Maar daar moet je je tegen wapenen. Het was mijn eerste grote tienkamp, ik kom hier als niets wetende, maar ik heb echt genoten. '

Dost moest wat wegslikken, toen hij de tienkamp met de 100 meter begon, ten aanschouwe van 70.000 Amerikanen: 'Het is een toernooi dat je echt niet mag missen. Het geeft zo'n kick, je wilt laten zien wat je kunt, je wordt meegesleurd door de ambiance, boven jezelf uitgetild. Heerlijk. Maar op een gegeven moment waren we echt straalkapot door al het uitstel, het lange wachten. Je zit en je denkt: kunnen we dit nog volhouden? Het is bijna bovenmenselijk te noemen wat je moet opbrengen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden