Schizofrenie bepaalde Irak-beleid in Den Haag

Den Haag weigerde een fregat naar de Golf te dirigeren, maar stuurde wel Patriots naar Turkije. Onder invloed van coalitiebesprekingen tussen het CDA en de PvdA moest de Nederlandse regering rond de Irak-crisis af en toe vreemde capriolen uithalen....

Heeft de Nederlandse regering zich in de Irak-crisis gehouden aan haar motto: politieke steun, geen actieve militaire bijdrage? En was er nimmer sprake van 'oorlogsvoorbereiding', zoals de Tweede Kamer verzekerd werd? Een terugblik leert dat het demissionaire kabinet-Balkenende af en toe langs de waarheid scheerde.

Het was een hele klus om zowel het Witte Huis als de PvdA te vriend te houden. Nederland prijkt tussen Mongolië en Nicaragua op de lijst van circa vijftig 'coalitiepartners' die Washington opstelde tijdens de oorlog. Een alfabetische lijst, met hele en halve bondgenoten. De Britse regering was duidelijker: zij rekent Nederland tot het handjevol EU-landen die 'hun verantwoordelijkheid in Irak aanvaard hebben'. Niettemin kregen de overzeese partners een paar keer nul op het rekest.

Zo deden zij een beroep op Nederland om mankracht en middelen te leveren voor het geval de coalitietroepen met gifgassen zouden worden bestookt. Volgens ingewijden 'kon en wilde' het kabinet daaraan niet voldoen.

In de eerste plaats beschikt Nederland nauwelijks over de gewenste NBC-eenheden, gespecialiseerd in bescherming tegen en ontmanteling van nucleaire, biologische en chemische wapens. Bovendien zouden de troepen in het kielzog van Britse en Amerikaanse militairen Irak moeten binnentrekken. Dat was in strijd met het kabinetsstandpunt: wel politieke, geen militaire steun.

Om die laatste reden weigerde Nederland een fregat en een onderzeeër in de Arabische wateren ter beschikking te stellen. De marine opereert er al maanden in het kader van Enduring Freedom, de strijd tegen het terrorisme. Het 'omlabelen', zoals militairen dat noemen, van vaartuigen ter ondersteuning van de oorlog in Irak paste niet in het kabinetsbeleid. Het is overigens aannemelijk dat de met afluisterapparatuur uitgeruste onderzeeër de VS wel een handje geholpen heeft: de in het Golf-gebied vergaarde informatie ging 'ongefilterd' naar de VS.

Nederland reageerde positief op een verzoek om eenheden voor noodhulp paraat te stellen. Kort na het begin van de oorlog gaf het ministerie van Defensie driehonderd mannen en vrouwen, onder wie mariniers, 'opdracht om zich gereed te houden voor een mogelijke humanitaire inzet om de gevolgen op te vangen van de Irak-crisis'. Volgens betrokkenen zouden de troepen niet in Irak, maar in buurlanden in actie moeten komen. Door het verloop van de oorlog was er echter geen behoefte aan de Nederlanders.

'Voorzichtig' was het devies dat Den Haag meegaf aan de Nederlandse topmilitairen die in het Central Command in Florida met buitenlandse collega's onderhandelden over eventuele militaire operaties. Het demissionaire kabinet moest op eieren lopen, zeker gezien de stemming bij de PvdA, toen nog beoogd coalitiepartner.

Sommige CDA-bewindslieden, met name minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken en staatssecretaris Van der Knaap van Defensie, hadden wel degelijk militaire steun willen geven. Maar premier Balkenende en minister Donner van Justitie, die als informateur een reputatie te verliezen had, waren zeer terughoudend. Zo ook VVD-minister Kamp van Defensie, die niet wilde dat Nederland een aanbod aan de VS moest inslikken zodra de PvdA aan de macht kwam.

Informateur Donner moest er aan te pas komen toen het conflict tussen CDA en PvdA escaleerde. De PvdA keerde zich óók tegen politieke steun aan de actie van de VS en Groot-Brittannië buiten de VN om. Het CDA was woedend, omdat het een deal meende te hebben na een weekeinde vol overleg tussen onder anderen Balkenende, PvdA-leider Bos, minister De Hoop Scheffer en PvdA-Kamerlid Koenders.

Een breuk in de formatie over 'Irak' werd voorkomen met een bezweringsformule die oud-minister en VVD-Kamerlid Van Aartsen schamper typeerde: 'verdonnerisering van de buitenlandse politiek'. Pas toen de strijd in Irak begon, koos de PvdA partij voor Britten en Amerikanen, opdat 'Saddam Hussein niet de lachende derde zou worden'.

De PvdA had het kabinet al maanden met argusogen gevolgd, wars als zij was van 'oorlogsvoorbereiding'. Dat bracht het kabinet af en toe tot vreemde capriolen. Zo werd het besluit om Patriot-luchtdoelgeschut naar Turkije te sturen aan de Tweede Kamer 'verkocht' als het honoreren van een Turks verzoek. Formeel klopte dat. Maar al in november had het kabinet de Kamer op de hoogte gesteld van een Amerikaans verzoek om mee te doen aan de planning van een mogelijk militair optreden in Irak. Het betrof 'defensieve en ondersteunende taken', zoals de inzet van Patriots. De VS dachten daarbij aan twee landen die het doelwit zouden kunnen worden van Iraakse raketten: Turkije en Jordanië. Dat kreeg de Kamer echter niet te horen. Beide landen worstelden met de vraag in hoeverre ze bij een oorlog betrokken wilden raken.

De luchtmacht liet er echter geen gras over groeien, en begon Patriot-eenheden op te tuigen voor uitzending. In een Kamerdebat op 31 januari vergiste minister Kamp zich; hij zei dat er al een Turks verzoek was. Op 6 februari kwam er pas officieel bericht uit Ankara, onder druk van de VS, en het kabinet zei een dag later al ja.

De NAVO was het toen echter nog volstrekt oneens over hulp aan lidstaat Turkije. De PvdA noemde het besluit voorbarig. Defensie had, voortvarend, al een nationalistisch getinte naam bedacht voor de operatie, Tulip Guardian. Maar toen de NAVO ruim een week later overstag ging, werd het geschut onderdeel van de gezamenlijke actie Display Deterrence.

Om 'veiligheidsredenen', maar ook om politieke ophef te voorkomen, verzweeg het kabinet een paar dagen het besluit om Amerikaanse militaire transporten door Nederland toe te staan. Op maandag 17 februari, één minuut na middernacht, stuurde het kabinet de Kamer een brief die daarvan melding maakte. Toen de Kamerleden wakker werden, reden treinen met tanks al door Nederland.

Het manoeuvreren tussen binnenlands-politieke perikelen en de wil een loyale bondgenoot van de VS en Groot-Brittannië te zijn, leverde het kabinet nog een uiterst pijnlijk moment op. Luchtmachtofficier Jan Blom werd hét symbool van de Nederlandse schizofrenie. De Amerikaanse generaal Franks presenteerde hem in het hoofdkwartier van de oorlogvoerende naties als een van de zijnen. IJlings verklaarde minister Kamp dat Blom 'er niet had mogen staan', aangezien Nederland geen militaire steun zou leveren. Blom was in Qatar als verbindingsman voor de Patriot-eenheden in Turkije. Die eenheden zijn inmiddels terug in Nederland, en Blom moet dus ook naar huis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden