Schitterend ongeluk

Kort na de plotselinge dood van Diederik van der Donk doken onontwikkelde filmrolletjes op. Daarop bleek zijn mooiste werk te staan.

Hij had een schildersbedrijfje, Diederik van der Donk. Hij had een schildersbedrijfje en hij danste de tango.


Hij was ook fotograaf en galeriehouder, maar dat was lang geleden, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. In die tijd maakte hij zwart-witfoto's met een plastic Diana camera, het lo-techtoestel dat nu zo populair is onder lomografen.


'Diederik had het oog, maar pas toen hij de Diana ontdekte, vond hij ook zijn vorm', zegt Koos Breukel, die als beginnend fotograaf in de Amsterdamse galerie van Van der Donk exposeerde. Nu zit hij in zijn studio, achter een tafel met daarop tientallen vellen contactafdrukken van foto's die Van der Donk ergens tussen 1997 en 2001 in Cuba maakte, en die nog niemand had gezien. Bij het opruimen van Van der Donks appartement had diens zus Jacomijn de rolletjes al in de prullenbak gegooid. Ze dacht dat er niets op stond.


Volgens Koos Breukel is het Van der Donks mooiste werk. 'Het klinkt hard, maar dit hier is de kunst van de mislukking. Diederik is, daar gaan we nu van uit, met fotograferen gestopt toen hij één rolletje uit deze serie had ontwikkeld en ontdekte dat de camera licht had gelekt. Hij worstelde al langer met de fotografie en moet hebben gedacht dat het nooit meer wat zou worden. Maar kijk eens naar die foto's: dat gelekte licht geeft ze juist het raar soort van 'buiten de realiteit staan' dat Diederiks werk kenmerkte.'


Diederik van der Donk, zoon van acteur Eric van der Donk, overleed op 4 september op 51-jarige leeftijd aan een hartaanval. Hij had toen al jaren geen fototoestel meer aangeraakt. 'Het heilig vuur ontbrak', zegt goede vriend Roel Siebrand, 'maar Diederik was ook bang om hard te werken.'


Van der Donk leerde halverwege de jaren tachtig fotograferen bij de Amsterdamse stichting De Moor. In het begin, herinnert zijn toenmalige docent Leo Divendal zich, imiteerde hij vooral klassieke fotografen als Cartier-Bresson en Ed van der Elsken. 'Tot hij die plastic camera's ontdekte en er een zachte stemming in zijn fotografie sloop. Dat was in Nederland in die tijd niet en vogue - nog steeds niet trouwens. Net als poëzie binnen de literatuur maar moeilijk een publiek vindt, is poëtische fotografie hier ook een ondergeschoven kindje. Het is geen toeval dat Diederik foto's in Latijns-Amerika is gaan maken. Daar viel zijn werk in een traditie, met fotografen als Javier Silva Meinel en Jorge Heredia.'


'Een intuïtieve fotografische weergave van de iconologie van de Spaans-Indiaanse atmosfeer.' Zo omschreef Van der Donk zijn werk in een subsidieaanvraag die hij in 1997 aan het Fonds voor de Beeldende Kunst stuurde. Een jaar eerder had hij in de Amsterdamse undergroundfotogalerie 2 1/2 bij 4 1/2 succesvol geëxposeerd met El Go, ook met het Zuid-Amerikaanse straatbeeld als onderwerp.


Roel Siebrand: 'Die foto's kon je voor honderd gulden inclusief lijst kopen en er waren vijftig mensen die er een bestelden. Dat was veel hoor, in die tijd. Maar voor Diederik betekende het vooral gedoe: hij moest vijftig lijstjes kopen, die vond hij dan weer niet op één plek, vervolgens moest hij de doka in om de foto's af te drukken. Voor een ander gewoon twee dagen werk, maar hij zag er als een berg tegenop.'


Een wandering spirit, niet op zoek naar mensen, maar naar een levensgevoel - zo omschrijft Koos Breukel Van der Donk. 'Diederik was een rommelaar', zegt zijn zus Jacomijn. 'Hij kon drie keer achter elkaar een peuk in een suikerpot uitdrukken en pas na de derde keer zag je hem denken: hier klopt iets niet.'


Een depressieve man? 'Hij had een ander tempo dan wij, maar Diederik kon ook heel goedgemutst en sociaal zijn. Mensen die hem voor het eerst zagen, zeiden altijd: wow, wat een leuke vent is dat.'


Geen idee, zeggen ze, hoe het talent van Van der Donk zich zou hebben ontwikkeld als hij met fotograferen was doorgegaan. In 1997 werd zijn serie Een dagje in het park tentoongesteld op Noorderlicht in Groningen, daarna was het afgelopen. Breukel: 'Maar wat hij achterlaat is al zo mooi. Ik ken mensen die zich stoorden aan de pretentieloosheid van zijn foto's. Die het werken met plastic camera's afdeden als een trucje. Los van het feit dat alle fotografie een trucje is; ik denk dat het een statement was. Dat hij met die camera's het ongeluk toeliet en zo op een spannende grens botste. Want de ene keer lekte er licht en zat er een veeg in het beeld, de andere keer vergat hij door te spoelen en drukte hij zo twee beelden over elkaar af. Op een van die laatste rolletjes komt het schutblad door de foto heen. Ik vind dat heel erg mooi.'


Het huis van Diederik Van der Donk is inmiddels leeg. Tientallen dozen met afdrukken, rolletjes en negatieven zijn beoordeeld. Roel Siebrand, zelf vormgever, wil een boek met Van der Donks werk maken. Koos Breukel bereidt een tentoonstelling voor. Happy accident, zo zou de titel kunnen zijn. 'Gerard Fieret heeft ooit gezegd: mislukte fotografie bestaat niet. Diederiks werk is het bewijs.'


Broedplaats

Van 1993 tot 1996 runde Diederik van der Donk galerie 2 1/2 bij 4 1/2. Veel fotografen die later zijn doorgebroken, hebben daar in hun beginjaren geëxposeerd: Koos Breukel, Paul Kooiker, Raymond Wouda. Volgens Leo Divendal was het 'een broedplaats voor mensen met een voorkeur voor minder hard documentair werk'.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden