Schippers beslecht ruzie in geboortezorg

Volgend jaar komt er één gezamenlijk tarief voor de geboortezorg om de samenwerking tussen vroedvrouwen en gynaecologen te stimuleren. Zij kunnen zelf voor die gezamenlijke beloning per bevalling kiezen, maar mogen ook de huidige, aparte financiering kiezen. Dit heeft minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid dinsdag bevestigd.

De gynaecoloog (witte jas) en de verloskundige bekijken samen met de moeder de echo in het Bravis ziekenhuis. Beeld Marcel van den Bergh

Schippers wil hiermee de lang­slepende ruzie tussen verloskundigen en gynaecologen beslechten. De indruk bestond dat zij met één bedrag per bevalling de samenwerking tussen de beroepsgroepen af wilde dwingen.

De minister wil de beroepsgroepen in de bevallingszorg de keus geven: óf ieder krijgt apart betaald, óf ze krijgen samen één bedrag per bevalling als ze samenwerken. Als de Tweede Kamer hiermee instemt, worden in juli de bedragen gepubliceerd. Mocht het bedrag voor samenwerkingszorg veel hoger worden dan de aparte bedragen, dan wordt samenwerking fors aantrekkelijker gemaakt. Donderdag spreekt de Tweede Kamer met Schippers over geboortezorg.

Hoge babysterfte

De vereniging van verloskundigen, de KNOV, zegt dat hun knelpunten hiermee niet zijn weggenomen. 'Wij willen binnen drie tot vijf jaar geen landelijke invoering van dit tarief', zegt een woordvoerster. 'We moeten eerst afwachten wat de resultaten zijn van de samenwerkingsexperimenten die nu lopen. Wij willen dat de verloskundigen hun zelfstandigheid kunnen behouden en dat de zwangerschap niet onnodig wordt gemedicaliseerd.'

De moeizame samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen wordt gezien als een van de belangrijkste oorzaken van de hoge babysterfte in Nederland. In 2004 stierven 10,5 van elke duizend baby's in Nederland, de op twee na hoogste babysterfte in Europa. In 2010 waren dat er nog 9 per duizend. Toen had Nederland de op vijf na hoogste sterfte. Alleen België, Frankrijk, Hongarije, Roemenië en Letland doen het slechter. Cyprus, IJsland en Portugal hebben de laagste babysterfte.

Wel zo veilig: gynaecoloog zit hiernaast

In het Brabantse Bravis Ziekenhuis bewijzen gynaecologen en verloskundigen dat samenwerken kan. Maar: 'We hebben er jaren over gedaan.' Lees hier het artikel over samenwerkingsverbanden. (+)

Samenwerkingsverbanden

In 2009 besloten alle partijen die bij geboortezorg zijn betrokken dat de schandalige hoge babysterfte naar beneden moest. Verloskundigen en gynaecologen zouden de handen ineen slaan. Daardoor zijn er nu zo'n 85 zogenoemde verloskundige samenwerkingsverbanden waarin alle betrokkenen samenwerken - de verloskundige, de verloskundig actieve huisarts en de gynaecoloog. Voor deze samenwerkingsverbanden is het gezamenlijke tarief dat Schippers voorstelt, bedoeld.

Nu krijgen vroedvrouwen, gynaecologen en andere betrokkenen - huisarts, andere specialisten in het ziekenhuis, kraamzorg - nog ieder apart betaald. In het systeem zit een 'perverse prikkel', waardoor zowel verloskundigen als gynaecologen wordt gestimuleerd de zwangere zo lang mogelijk bij zich te houden. Als de zwangere tijdens de bevalling wordt overgedragen aan het ziekenhuis, worden beide beroepsgroepen betaald, maar krijgt de verloskundige minder dan wanneer ze de bevalling volledig begeleidt.

Verlies van keuzevrijheid

De verloskundigen zijn bang dat zij bij het vaststellen van één tarief per geboorte het onderspit delven en dat de regie bij het ziekenhuis en de verzekeraar komt te liggen. Bovendien zou de zwangere de keuzevrijheid verliezen. Na de keus voor een vroedvrouw zou in een samenwerkingsverband ook vastliggen in welk ziekenhuis en bij welke gynaecoloog de zwangere bij complicaties terecht zou komen. Schippers wijst die suggesties af in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer. 'Ik gun het iedere zwangere om op een laagdrempelige manier de zorg te krijgen die bij haar wensen en haar zwangerschap past.'

Schippers meent dat zij in de samenwerkingsverbanden de positie van de verloskundige juist versterkt ten opzichte van de gynaecoloog. Zo moet de verloskundige vertegenwoordigd zijn in het bestuur van een verloskundig samenwerkingsverband. Schippers veegt de stelling van tafel als zouden ziekenhuisbevallingen worden gestimuleerd. 'De integrale bekostiging stimuleert juist dat zorg daar waar niet noodzakelijk niet wordt verleend door de gynaecoloog, maar zo veel mogelijk door de verloskundige en de kraamverzorgende. (..) Ik verwacht daarmee dat met de introductie van integrale bekostiging de positie van de verloskundige in de Nederlandse geboortezorg verder wordt bestendigd', schrijft Schippers. Ook als een tarief per bevalling is afgesproken, krijgen verloskundige en kraamzorg betaald, of ze nu werk hebben gedaan of niet.

Tweede Kamer

Donderdag spreekt de Tweede Kamer met minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid over geboortezorg. Het gaat over de manier waarop bevallingen in Nederland geregeld en betaald worden.

Wat is geboortezorg?

Geboortezorg is alle zorg die bij een bevalling komt kijken. Van vroedvrouw, kraamvrouw, tot polikliniek, ziekenhuis, gynaecoloog en neonatologie ofwel specialistische babyzorg in het ziekenhuis. Het aantal bevallingen daalt, van 177.945 in 2010 naar 166.597 in 2013.

Wat kost geboortezorg?

In de jaren 2010-2013 stegen de kosten met 5,9 procent, van 984 miljoen euro in 2010 naar 1,042 miljard euro in 2013. De kosten van thuisbevallingen en poliklinische daalden met respectievelijk 2,8 procent en 4,1 procent. Maar de uitgaven aan ziekenhuisbevallingen stegen juist met 8,3 procent.

Gemiddeld stegen de kosten voor een thuisbevalling in die drie jaar met 12,4 procent van 3738 euro naar 4203 euro. Bij de polikliniek ging de rekening gemiddeld 11,1 procent omhoog (3853 euro in 2010 en 4282 euro in 2013). De ziekenhuisbevalling is gemiddeld het duurst en werd tussen 2010 en 2013 ook nog eens 11,9 procent duurder, van 6304 euro naar 7055 euro. Dit heeft de Nederlandse Zorgautoriteit NZA die toezicht houdt op de zorgmarkt berekend.

Wat is het probleem?

De hoge babysterfte in Nederland net voor, tijdens of in de eerste maand na de bevalling. Dat blijkt uit de periodieke Europese Peristat-onderzoeken naar babyzorg. In 2004 stierf 10,5 van elke duizend baby's in Nederland, de op twee na hoogste babysterfte in Europa. In 2010 waren dat er nog 9 per duizend. Toen had Nederland de op vijf na hoogste sterfte. Alleen Brussel, Frankrijk, Hongarije, Roemenië en Letland doen het slechter. Cyprus, IJsland en Portugal hebben de laagste babysterfte.

Waar ligt dat aan?

Als verklaring wordt vaak het systeem genoemd waarin verloskundigen en gynaecologen gescheiden werken en weinig van elkaar moeten hebben. In noodgevallen zou de overdracht tussen verloskundigen en de gynaecoloog in het ziekenhuis slecht verlopen. Critici wezen ook naar de typisch Nederlandse thuisbevalling, al werd nooit aangetoond dat die gevaarlijker zou zijn dan het ziekenhuis. Wel bleken veel eerste thuisbevallingen door problemen alsnog in het ziekenhuis te eindigen.

Wat wordt eraan gedaan?

In 2009 besloten alle partijen die bij geboortezorg zijn betrokken dat de schandalige hoge babysterfte naar beneden moest. Verloskundigen en gynaecologen zouden de handen ineen slaan. Daardoor zijn er nu zo'n 85 zogenoemde verloskundige samenwerkingsverbanden waarin alle betrokkenen samenwerken - de verloskundige, de verloskundig actieve huisarts en de gynaecoloog. 22 van deze centra hadden in 2015 al afspraken met verzekeraars over een tarief per bevalling, wie er ook bij betrokken was.

Dan gaat het toch goed?

Nou nee. De beoogde samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen loopt nog niet op rolletjes. Dat komt voor een deel door wantrouwen. Verloskundigen koesteren hun vak en de typisch Nederlandse, natuurlijke thuisbevalling. Zij voorzien dat een bevalling in het ziekenhuis medicalisering met zich mee brengt. Dat betekent dat voor elk mogelijk probleem een medische oplossing wordt gezocht. Daarnaast speelt de financiering een rol. De kraamvrouw wordt apart betaald en de gynaecoloog schrijft zijn eigen rekening. Als bij een thuisbevalling complicaties optreden en de bevallende vrouw met spoed naar het ziekenhuis moet, krijgt de kraamvrouw niet het volle pond, de gynaecoloog wel. Schippers wil dit probleem oplossen en samenwerking forceren met 'integrale bekostiging', een tarief voor de hele bevalling, wie die ook begeleidt. Maar er komt keuze. Als niet wordt samengewerkt dan kan gekozen worden voor aparte betaling aan vroedvrouw, kraamzorg, gynaecoloog en andere ziekenhuisspecialisten. Het tarief wordt later deze zomer bekendgemaakt. Door het samenwerkingstarief hoger en dus aantrekkelijk te maken, kan Schippers de samenwerking stimuleren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.