Schimmenspel

Uit onmacht een onderzoek af te dwingen naar de politieke steun van Nederland aan de oorlog in Irak, schuift de Tweede Kamer haar taak af op ambtenaren, soldaten en onderzoeksjournalisten.door Hans Wansink..

Niet drie keer, maar tien keer is scheepsrecht in Den Haag. Vorige week sprak de Tweede Kamer voor de tiende keer over de politieke steun van Nederland aan de inval in Irak in 2003. Ditmaal was het D66-leider Pechtold die het initiatief had genomen. Hij gebruikte als aanleiding uitzendingen van Reporter en Argos, waaruit zou moeten blijken dat de Kamer niet adequaat geïnformeerd zou zijn over Amerikaanse verzoeken om militaire bijstand van Nederland.

Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken had geen zin deze vraag te beantwoorden. Hij gebruikte daarbij als argument dat die militaire steun niet is gegeven. De regering, zo hield hij de Kamer voor, hoeft het parlement slechts te informeren over beleidsvoornemens die wél zijn uitgevoerd.

Verhagen ging in de tegenaanval. Hij noemde het ‘kwalijk’ dat Reporter ‘selectief’ zou hebben geciteerd uit uitgelekte documenten. De documenten zelf kwamen niet op tafel. Daarbij kwam nog dat sommige Kamerleden, onder wie SP-woordvoerder Van Bommel, sommige documenten wel hadden ingezien.

Maar hoewel het woord doofpot herhaaldelijk in het Kamerdebat werd gebezigd, waren er geen dwingende aanwijzingen om de tegenstanders van een parlementair onderzoek te kunnen overtuigen alsnog met een onderzoek in te stemmen. VVD-woordvoerder Van Baalen toonde zich daartoe in principe bereid. Mits er concrete aanwijzingen op tafel zouden komen waaruit zou blijken dat de regering de Kamer inderdaad onjuist of onvoldoende zou hebben geïnformeerd.

Deze toezegging was voor Van Bommel weer aanleiding om ambtenaren, militairen en andere betrokkenen op te roepen tot ‘openheid’, dat wil zeggen tot uit de school klappen of lekken aan journalisten. Hij sloot daarbij aan bij uitspraken van generaal b.d. Couzy die zich had beklaagd over de ‘afdekcultuur’ bij Defensie.

Maar de taak van het parlement kan natuurlijk niet uit onmacht worden afgeschoven op ambtenaren, soldaten en onderzoeksjournalisten. In de Tweede noch in de Eerste Kamer is er een meerderheid voor een parlementair onderzoek naar de besluitvorming rond Irak. Met andere woorden: de Kamer zet zichzelf buitenspel.

De ommezwaai van de Partij van de Arbeid springt daarbij het meest in het oog. Onder aanvoering van de toenmalige buitenlandwoordvoerder Koenders (inmiddels minister van Ontwikkelingssamenwerking) heeft die partij steeds op een onderzoek aangedrongen. Daarbij suggereerde de PvdA dat er sprake was van onvolledige informatieverstrekking door het kabinet.

Tijdens de kabinetsformatie sprak de PvdA-fractie evenwel met het CDA en de ChristenUnie af dat zij dat onderzoek zou blokkeren. Reden voor Van Baalen om aan Koenders’ opvolger als buitenlandwoordvoerder, Martijn van Dam, te vragen of de PvdA de politieke conclusie had getrokken dat de regering de Kamer correct had geïnformeerd. Van Dam bevestigde dat. Hij had geen aanwijzingen voor het tegendeel.

Het kwam Van Dam te staan op de hoon van GroenLinks-leider Halsema: met terugwerkende kracht vindt de PvdA dat er niks aan de hand was. Halsema noemde het blokkeren van het onderzoek een etterende wond. Zolang niet tot het onderzoek wordt besloten, blijft de kwestie de regeringscoalitie achtervolgen.

Eens zou het moment komen, bezwoer Halsema, dat de regeringspartijen gedwongen zouden zijn alsnog een parlementair onderzoek in te stellen. Ze riep daarbij de parlementaire geschiedenis als getuige aan. Ondanks alle weigerachtigheid kwam er toch een onderzoek naar het Nederlandse optreden in Indonesië tijdens de koloniale oorlog van de jaren veertig. Ook het onderzoek naar de gedragingen van de Nederlandse militairen in Srebrenica werd zeven jaar getraineerd. Maar het kwam er alsnog en het was voor premier Kok aanleiding om in april 2002 het ontslag van zijn kabinet in te dienen.

Of de vergelijking tussen deze twee oorlogen en die in Irak opgaat, lijkt mij nog maar de vraag. In Irak gaat het slechts om politieke steun, niet om gevechtshandelingen. Dat is precies ook het verschil met de Verenigde Staten en Engeland waar wel onderzoek naar de besluitvorming is gedaan.

Dat neemt niet weg dat een deugdelijk onderzoek naar de politieke steun van Nederland aan de oorlog in Irak noodzakelijk blijft. De legitimiteit van die oorlog is immers twijfelachtig gebleken. Daarom is van belang op basis van welke (geheime) informatie, adviezen en druk van bondgenoten het besluit door de regering is genomen en of de Kamer voldoende informatie had om dat besluit te bekrachtigen.

In het regeerakkoord heeft de PvdA als wisselgeld bedongen dat een ‘adequaat volkenrechtelijk mandaat’ vereist is bij deelname aan missies met inzet van Nederlandse militairen. Wat dat inhoudt, is onduidelijk. De linkse partijen willen in het geval van Iran uitsluiten dat Nederland ‘politiek of anderszins’ steun verleent zonder zo’n VN-mandaat. Dat gaat te ver, maar maakt wel duidelijk dat de regering snel moet uitleggen wat met ‘adequaat’ precies wordt bedoeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden